Vaart Zuidzijde 19 (Assen)
| Vaart Zuidzijde 19 | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Aanzicht in 2023 | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Vaart Zuidzijde 19, Assen | |||
| Adres | Vaart Zuidzijde 19, Assen | |||
| Coördinaten | 52° 100′ NB, 6° 56′ OL | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Start bouw | 1904 | |||
| Oorspr. functie | Herenhuis | |||
| Architectuur | ||||
| Stijlperiode | Neorenaissance | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Johannes van Houten | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | Rijksmonument | |||
| Monumentnummer | 468948 | |||
| Detailkaart | ||||
![]() | ||||
| ||||
Vaart Zuidzijde 19 is een monumentaal herenhuis met voormalig kantoorgedeelte in de Drentse hoofdstad Assen. Het pand, gebouwd in 1904, vormde de kern van een industrieel complex met een graanpakhuis, stoomkorenmolen en lijnmeelfabriek. Het is aangewezen als rijksmonument vanwege de architectuurhistorische waarde en de beeldbepalende rol binnen het beschermde stadsgezicht van de Asser Vaart.
Geschiedenis
De locatie
De geschiedenis van het perceel gaat terug tot 1780, toen het Landschapsbestuur de eerste huisplaatsen aan de zuidzijde van de Vaart uitgaf. De drie kavels waarop tegenwoordig de nummers 11 tot en met 23 staan, werden destijds gekocht door mr. Petrus Hofstede. Terwijl op de buitenste kavels arbeiderswoningen verrezen, bleef de middelste kavel (de huidige locatie van nr. 19) decennialang onbebouwd en fungeerde als onderdeel van een grote siertuin.
In 1850 werd het terrein door mr. Sibrand Gratama in erfpacht uitgegeven, waarna er een bakkerij werd gebouwd. In 1892 kocht slager en veehandelaar Boele Deen het pand, waarna hij in 1895 de erfpacht afkocht.
Ontstaan van het huidige complex
In 1897 verkocht Deen het pand aan Albert van Leusen. Van Leusen had de leiding overgenomen van de firma van zijn schoonvader, Gerrit Jacob de Waard. Hoewel de Rijksmonumentenbeschrijving vermeldt dat het pand gebouwd is voor De Waard, was deze ten tijde van de bouw van het woonhuis in 1904 reeds overleden (1900). De firma bleef echter de naam van De Waard dragen.
Tussen 1897 en 1904 liet Van Leusen de bestaande bebouwing in fasen slopen om plaats te maken voor een modern industrieel complex. In 1897 werd een graanoverslag annex pakhuis gebouwd en in 1901 volgde een tweede pakhuis. Hoewel het de bedoeling was de fabriek en het woonhuis tegelijkertijd te realiseren, liep de bouw van het huis vertraging op. Het huidige herenhuis werd uiteindelijk in 1904 aanbesteed naar een ontwerp van de Asser architect Johannes van Houten.
Architectuur
Het pand is gebouwd in een zogenaamde overgangsstijl, waarbij elementen van de neorenaissance worden gecombineerd met de vernieuwende vormen van de art nouveau.
Exterieur
De voorgevel is opgetrokken uit de voor architect Van Houten in deze periode kenmerkende helderrode (bijna oranje) verblendsteen, verfraaid met witte accenten. Vanwege de beperkte kavelbreedte is het gebouw diep en hoog opgetrokken op een rechthoekige plattegrond.
- Parterre: De begane grond deed oorspronkelijk dienst als kantoor. Links bevindt zich een karakteristieke art-nouveau-deur met een rondboog-bovenlicht en smeedijzeren raamijzers met zweepslagmotieven.
- Verdieping: Boven de kantoorramen bevindt zich een grote houten erker die rust op consoles. De rechterzijde van de gevel eindigt in een top met speklagen en een smeedijzeren hekje tussen pinakels.
- Dak: Het pand heeft een afgeknot schild-zadeldak, gedekt met platte Friese pannen.
De bescherming als rijksmonument beperkt zich tot het woonhuisgedeelte aan de straatzijde.
Bewoners en gebruik
Albert van Leusen bewoonde het pand tot 1926. Albert van Leusen was niet alleen ondernemer, maar ook maatschappelijk zeer actief als wethouder van Assen en voorzitter van de Bouwvereeniging Assen.
In 1926 verhuisde hij naar de Stationsstraat en werd zijn zoon, Gerrit Jacob van Leusen, de hoofdbewoner. Net als zijn vader was Gerrit Jacob actief in de lokale politiek (onder andere bij de vorming van de lokale PvdA) en bekleedde hij diverse directiefuncties, waaronder bij de N.V. Concerthuis.
In 1963 kwam er een einde aan de bewoning door de familie Van Leusen toen het complex werd verkocht aan Jan Zonderman, die er een groothandel in meel en bakkerijgrondstoffen vestigde.
Waardering
Het pand wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschouwd als een gaaf voorbeeld van de architectuur rond de eeuwwisseling. De ensemblewaarde is groot vanwege de ligging tussen de andere monumentale bebouwing aan de Vaart, wat bijdraagt aan het karakter van het beschermde stadsgezicht van Assen.
Afbeeldingen
De twee blokjes aan de Vaart met daarachter de grote tuin die Hofstede liet aanleggen op een kaart uit 1809. Op het perceel tussen de blokjes zou de voorganger van het huidige pand gebouwd worden.
Het pand met het schuine dak in het midden, was de bakkerij die vervangen werd door het huidige pand.
Rechts het pand in 1972.
Literatuur
- Battjes, J.T. (1996) Assen Architectuur en Stedebouw 1850-1940, Zwolle: Waanders, ISBN 9040098123
- Ruijtenbeek, Anthony (2025) artikel in de Kennisbank van de RCE over Vaart Z.Z. 19
Zie ook

