Treeknorm

De Treeknormen zijn een reeks in 2000 door zorgverzekeraars en medische behandelaars vastgestelde normen die betrekking hebben op de lengte van medische wachtlijsten in Nederland.

Invoering

In 1995 werd door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, de beroepsvereniging van Nederlandse artsen, geconcludeerd dat de wachtlijsten in de electieve zorg te lang waren.[1] Het probleem was echter al eerder zichtbaar bij bepaalde specialismen, zo ontstonden er bij oogoperaties, orthopedie, neurologie en en open hartoperaties al in 1993 wachtlijsten. Wachtlijstbemiddeling, waarbij de verzekeraar voor de patiënt kijkt of deze bij een ander ziekenhuis dan het eigen lokale ziekenhuis sneller geholpen kan worden, was nog vrij ongebruikelijk en kwam in deze tijd net een beetje op.[2]

Om in te grijpen op deze lange wachtlijsten, besloten zorgverzekeraars en medische behandelaars bijeen te komen. Patiënten waren in dit overleg absent, net als de overheid als officieel orgaan. De eerste bijeenkomst werd gehouden op Den Treek, een landgoed nabij Utrecht waaraan de normen hun naam te danken hebben. De behandelaars en zorgverzekeraars bepaalden de normen op basis van wat in hun ogen op medisch en maatschappelijk vlak wenselijk was. Toch zaten er bij de invoering van de normen in 2000 geen gevolgen aan het overtreden van de normen, het was enkel een richtsnoer voor medische professionals en zorgverzekeraars.[3][4] Dit veranderde met de invoering van de Wet marktordening gezondheidszorg die in 2020 werd ingevoerd. Vanaf dat moment hield de Nederlandse Zorgautoriteit toezicht op de wachtlijsten en mocht deze instantie regels tellen omtrent de lengte van wachtlijsten en wachtlijstbemiddeling (door zorgverzekeraars).[5]

Inhoud

De normen verschillen voor de afzonderlijke onderdelen van de zorg. Ruwweg kunnen we stellen dat er binnen vier weken diagnostisch contact moet zijn geweest met een medisch specialist en binnen zeven weken de behandeling moet worden gestart.[6] Hieronder een meer gedetailleerde beschrijving van de normen:[7]

  • Geneesmiddelen ophalen bij de apotheek: binnen een werkdag
  • Huisarts: binnen drie werkdagen een afspraak, spoedeisende hulp direct
  • Paramedicus: binnen een week
  • Ziekenhuis: binnen vier weken diagnose/indicatie, binnen zes weken polikliniek, opname binnen zeven weken
  • Mondzorg: binnen drie weken, spoedeisende mondzorg binnen een uur
  • Geestelijke gezondheidszorg: binnen vier weken (na aanmelding) beoordeling, binnen zes weken na beoordeling ambulante behandeling, binnen zeven weken na beoordeling intramurale behandeling

In 2025 bleek uit een uitspraak van de rechter dat de normen (voor GGZ) pas beginnen op te tellen wanneer de huisarts de patiënt doorverwijst naar de specialist.[8]

De Nederlandse Zorgautoriteit ziet niet alleen toe op de wachtlijsten, maar heeft het ook verplicht voor zorgverleners om het volgende op hun website op te nemen:[5]

Wanneer u de wachttijd te lang vindt, kunt u altijd contact met ons opnemen, of uw zorgverzekeraar vragen om wachtlijstbemiddeling. Uw zorgverzekeraar kan u hierin ondersteunen, zodat u mogelijk sneller geholpen kunt worden. De maximaal aanvaardbare wachttijd die door zorgaanbieders en zorgverzekeraars gezamenlijk is overeengekomen (de Treeknorm) bedraagt voor de toegang tot de polikliniek en diagnostiek 4 weken. Voor behandeling is de maximaal aanvaardbare wachttijd 7 weken.

Met bovenstaande tekst probeert de Zorgautoriteit actief op wachtlijstbemiddeling door zorgverzekeraars aan te sturen.

Effect van de richtlijnen

De eerste paar jaren na het invoeren van de Treekrichtlijnen, was er een lichte verbetering in de lengte van de wachtlijsten te bemerken.[9] Toch merkten behandelaars al snel zelf dat een dergelijke richtlijn zonder opvolging wanneer er toch een lange wachtlijst ontstond, onvoldoende effect had. Om toch een stok achter de deur te houden, gingen sommige behandelaars zichzelf organiseren en probeerden zij zelf de uitvoering van de regel als kwaliteitskenmerk op te nemen.[4] Dit werd door de overheid ook verwacht, zo bleek uit beleidsstukken uit 2003.[3]

In 2025 bleken de Treeknormen niet het verwachte succes te hebben gebracht. De wachtlijsten liepen volgens hoogleraar Gezondheidsrecht Martin Buijsen alleen maar op. Hij weet dit aan een te kleine capaciteit, deels veroorzaakt door te weinig beschikbaar geld. Ook de vergrijzing en uitgebreide medische mogelijkheden voerden de druk op, omdat deze ontwikkelingen beiden de zorgvraag vergrootten.[10] De Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners en Praktijkverpleegkundigen gaf in datzelfde jaar aan dat leden met name druk ervoeren door wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg en in plaats van een overbruggingstraject aan te bieden er soms meer een beroep op hen werd gedaan voor een behandeltraject.[8]