Transformatorhuisje

Een transformatorhuisje, in Vlaanderen doorgaans elektriciteitscabine of distributiecabine genoemd, is een gebouwtje dat een of meer transformatoren herbergt om hoogspanning om te zetten naar laagspanning, voor de levering van elektrische energie aan huishoudens en bedrijven.

Geschiedenis

Een vroege vorm van het transformatorhuisje is de transformatorzuil: een ronde zuil die verhuurd wordt als aanplakzuil. Omwille van de veiligheid en werkomstandigheden is overgegaan op een stevig bakstenen gebouwtje zonder ramen, en met een zware stalen toegangsdeur. Veel bedrijven gebruikten hun eigen standaardontwerpen, veelal gemaakt door bekende architecten. De gebouwtjes weerspiegelen de bouwstijl van hun ontstaanstijd. Tegenwoordig gebruikt men geprefabriceerd betonnen omkastingen, waardoor de afmeting van het bouwsel drastisch afneemt, er geen bouwvergunning meer nodig is en deze voorzieningen op grotere schaal in een fabriek kunnen worden vervaardigd. In de loop der tijd werden de transformatorhuisjes compacter en meer gestandaardiseerd.

Nederland

In een Nederlands transformatorhuisje wordt hoogspanning van 10 of 6 kV omgezet naar laagspanning. Dat kan zijn industriespanning (700 V) of lichtnetspanning (400/230 V, voorheen 380/220 V en 220/127 V). Deze laagspanning wordt vervolgens naar de afnemers geleid.

In de jaren 1960 werd al gebruikgemaakt van geprefabriceerde delen, om de netuitbreiding als gevolg van de wederopbouw bij te kunnen houden. In de jaren 1970 werd de hoogte van transformatorhuisjes beperkt, vanwege de toenemende aandacht voor visuele vervuiling.[1] Om te voorkomen dat de oudere karakteristieke gebouwtjes uit het stads- of dorpsbeeld verdwijnen, is een aantal ervan tot rijksmonument of gemeentelijk monument verklaard. De overige transformatorhuisjes zijn soms toch ook zeer de moeite waard, daarom in de lijst opgenomen als aparte categorie.

Zie ook

Afbeeldingen