Verhaal
Herbert Spencer en zijn vrouw Lillian hebben twee nieuwsgierige buren en die bezorgen het jonge stel bijna ernstige problemen. Lillian gaat een paar dagen op bezoek bij haar moeder. Herbert koopt voor haar als verrassing een paspop die ze al een tijdje wilde hebben. Hij laat de paspop thuisbezorgen, maar onderschept de koerier op de oprit naar zijn huis en draagt de paspop in zijn armen naar de deur. Als grap kleedt hij de paspop aan met een van de omslagdoeken van zijn vrouw. Vanuit hun ramen zien de buren hem met de vreemde vrouw Lillians huis binnengaan. Ze ruiken onraad en proberen meer te weten te komen. De volgende ochtend zien ze Herbert alleen weggaan en haasten zich naar zijn huis om poolshoogte te nemen. Omdat ze na herhaaldelijk kloppen geen antwoord krijgen, gluren ze door het raam en zien daar, tot hun grote schrik, een figuur op de bank, bedekt met een sjaal. Geschokt besluiten ze Lillian een brief te schrijven waarin ze hinten op vreemde gebeurtenissen. Wanneer Lillian de brief van haar buren ontvangt, is ze helemaal van streek en keert ze met haar moeder onmiddellijk terug naar huis. Bij het zien van haar man zakt haar woede en zou ze hem graag in de armen vallen, maar haar moeder herinnert haar eraan dat de dingen niet meer zijn zoals ze waren en de arme Herbert krijgt een nogal harde berisping.[2]
Externe link
Bronnen, noten en/of referenties