American Film Manufacturing Company

American Film Manufacturing Company
Logo
Locatie
Land van hoofdzetel Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Hoofdkantoor Santa Barbara (Californië)
Industrie en producten
Industrie(ën) Filmdistributie
Status en tijdlijn
Oprichting 1910
Opheffing 1921
Oorzaak einde Ontbonden
Bedrijfsstructuur
Oprichter(s)
  • Harry Aitken
  • John R. Freuler
  • Charles J. Hite
  • Samuel S. Hutchinson
Portaal  Portaalicoon   Economie

De American Film Manufacturing Company, ook gekend als Flying “A” Studios,[1] was een Amerikaanse filmproductiemaatschappij. In 1915 veranderde het bedrijf zijn naam in American Film Company.

Geschiedenis

Het bedrijfsgebouw in Chicago
Het bedrijfsgebouw in Santa Barbara

De American Film Manufacturing Company werd in het najaar van 1910 in Chicago opgericht[2] door Samuel S. Hutchinson, John R. Freuler, Charles J. Hite en Harry Aitken, vier zakenlieden uit het Midden-Westen die hun krachten en kapitaal bundelden om het bedrijf op te richten.[1]

Er werden drie filmploegen opgericht. Twee zouden in de studio of op omliggende locaties in Chicago werken, terwijl een derde ploeg eropuit werd gestuurd om zich te concentreren op westerns. Deze westernploeg zou door het Zuidwesten reizen met tussenstops in New Mexico, Arizona en uiteindelijk Californië. Californië werd gekozen als eindbestemming vanwege het zonnige klimaat en om de beperkingen van de Motion Picture Patents Company (de MPPC oftewel de "Edison Trust") te vermijden, die actief was in Chicago en New York.[3]

De derde filmploeg vestigde zich uiteindelijk van augustus 1911 tot juli 1912 in het stadje La Mesa,[4] een twintigtal kilometer landinwaarts van San Diego, en maakte gebruik van filmlocaties aldaar, Lakeside en locaties rond San Diego zelf.[5]

Onder leiding van Allan Dwan maakte Flying "A" meer dan 150 films in San Diego County. De films waren meestal westernavonturen, komedies of af en toe een lokale documentaire. De westerns van Flying A waren populair bij het publiek en hielden Dwan en zijn crew enorm bezig. De westerns van Dwan gaven Flying A de mogelijkheid om grote reclamecampagnes op te zetten, extra films te maken en een belangrijke speler in de filmindustrie te worden. Hoewel er voornamelijk in het achterland bij La Mesa werd gefilmd, werden er ook sets gebouwd achter de productiegebouwen van Flying A. Dwan filmde af en toe een cowboy-achtervolgingsscène en bouwde daar vervolgens een plot omheen.[6]

De ingang van de American Film Company in Santa Barbara (1919)

American sloot de La Mesa-studio officieel in juli 1912 en verhuisde naar het noorden, naar Santa Barbara, waar de productie in augustus van start ging. De belangrijkste reden om voor Santa Barbara in plaats van La Mesa te kiezen, was dat American Film Company gemakkelijker toegang wilde hebben tot stedelijke locaties.[7] Tegelijkertijd werd de studio in Chicago gesloten en werd de vestiging in Santa Barbara de belangrijkste productielocatie van American. De administratieve kantoren van het bedrijf bleven echter wel in Chicago. Tijdens de belangrijkste periode van haar bestaan tussen 1912 en 1917 was Flying "A" Studios een van de grootste filmstudio's in de Verenigde Staten, waardoor Santa Barbara een Californisch filmproductiecentrum werd dat alleen door Hollywood werd geëvenaard.

Spelers en regisseurs

Toen de American Film Company in 1910 werd opgericht, werden veel acteurs, regisseurs, scenarioschrijvers en crewleden gerekruteerd van Essanay Studios, een dochteronderneming van de Motion Picture Patents Company. Onder de regisseurs en scenarioschrijvers die voor American werkten, bevonden zich Frank Beal, John Francis Dillon, Allan Dwan, B. Reeves Eason, Lorimer Johnston, Arthur Maude, Harry A. Pollard, Tom Ricketts, Edward Sloman en William Desmond Taylor. In 1913 regisseerde Wallace Reid verschillende maatschappelijke drama's voor het bedrijf.[1]

Tot de acteurs die voor het bedrijf werkten behoorden May Allison, Pauline Bush, Constance Crawley, Dot Farley, Margarita Fischer, Neva Gerber, Winifred Greenwood, Mary Miles Minter, Vivian Rich, Art Acord, Richard Bennett, Frank Borzage (die ook regisseerde voor American, waaronder films waarin hij zelf de hoofdrol speelde), J. Warren Kerrigan, Harold Lockwood, George Periolat, William Russell en William Stowell.[1]

Teloorgang

Medio 1918 verloor American Film Company haar belangrijkste distributeur toen Mutual Film failliet ging. Het bedrijf tekende een contract met een nieuwe distributeur, Pathé, en bleef speelfilms produceren. In de daaropvolgende drie jaar nam de productie van het bedrijf aanzienlijk af. In 1921 verliet Margarita Fischer, een van Americans meest prominente actrices, het bedrijf. American Film Company werd kort daarna ontbonden.[1]

Galerij

Zie de categorie American Film Manufacturing Company van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.