Theophilus H. Holmes

Theophilus Hunter Holmes
Holmes tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Holmes tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Bijnaam Granny
Geboren 13 november 1804
Sampson County, North Carolina
Overleden 21 juni 1880
Fayetteville, North Carolina
Rustplaats MacPherson Presbyterian Church
Fayetteville, North Carolina
Land/zijde Verenigde Staten
Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel United States Army
Confederate States Army
Dienstjaren 1829-1861 (USA)
1861-1865 (CSA)
Rang majoor (USA)

luitenant-generaal (CSA)

Bevel Reserve Brigade, Army of the Potomac
District of Fredericksburg
Departement of North Carolina
District of Aquia
Trans-Mississippi Department
District of Arkansas
North Carolina Reserve Forces
Slagen/oorlogen Amerikaans-indiaanse oorlogen

Mexicaans-Amerikaanse Oorlog

  • Slag bij Monterrey

Amerikaanse Burgeroorlog

Theophilus Hunter Holmes (Sampson County, 13 november 1804Fayetteville, 21 juni 1880) was een Amerikaans beroepsmilitair. Tijdens een loopbaan van meer dan dertig jaar bij het United States Army, waarbij hij deelnam aan de Seminole-oorlogen en de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog, klom hij op tot de rang van majoor. Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army waar hij als vriend en protégé van president Jefferson Davis werd aangesteld als bevelhebber van verschillende districten aan het oostelijke front. Daarna werd hij benoemd tot bevelhebber van het Trans-Mississippi Departement waar hij er echter niet in slaagde om de Noordelijke opmars langs de Mississippi tegen te houden.

Vroege jaren

Holmes werd geboren op 13 november 1804 in Sampson County, North Carolina.[1] Zijn vader, Gabriel Holmes, was gouverneur van North Carolina tussen 1821 en 1824 en federaal congreslid.[2][3] Toen Theophilus Holmes volwassen werd, probeerde hij een plantage uit te baten. Toen dit niet lukte vroeg hij zijn vader om een aanstelling voor de United States Military Academy te regelen. Holmes werd toegelaten en studeerde af in 1829 als 44ste in een klas van 46 kadetten.[4]

Loopbaan in het United States Army

Na zijn opleiding werd Holmes benoemd tot gebrevetteerd tweede luitenant en ingedeeld in het 7th U.S. Infantry Regiment. Hij werd in 1838 bevorderd tot kapitein.[3] Tijdens de eerste jaren van zijn loopbaan diende hij in Florida, het Indianenterritorium en Texas en werd hij ingezet tijdens de Seminole-oorlogen waar hij opgemerkt werd voor zijn persoonlijke moed en inzet.[2]

Hij huwde in 1841 met Laura Whetmore. Het echtpaar zou acht kinderen krijgen.[3] Tijdens de Mexicaans-Amerikaanse oorlog werd hij in september 1846 bevorderd tot gebrevetteerd majoor na de Slag bij Monterrey.[2] In 1855 werd hij bevorderd tot volwaardig majoor in het 8th U.S. Infantry Regiment.[4]

De Amerikaanse Burgeroorlog

Toen Holmes het nieuws bereikte van de Aanval op Fort Sumter nam hij op 22 april 1861 ontslag uit het United States Army als majoor en bevelhebber van Fort Columbus op Governors Island bij New York. In maart werd hij aangesteld als kolonel in het Confederate States Army.[2] Holmes werd bevelhebber van de kustverdediging in het Department of North Carolina en diende daarna als birgadegeneraal in de North Carolina Militia.[5] Hij werd op 5 juni 1861 bevorderd tot brigadegeneraal in het Confederate States Army en werd commandant van het Department of Fredericksburg. Al snel kreeg hij de verantwoordelijkheid over de reserve-eenheden van het Army of the Potomac onder P.G.T. Beauregard.[4] Toen de Eerste Slag bij Bull Run in volle hevigheid woedde, stuurde Beauregard per koerier orders naar Holmes om met zijn eenheden de Noordelijke linkerflank aan te vallen. Tegen de tijd dat deze orders Holmes bereikten, was het Noordelijke leger al in volle terugtocht.[4] Op 7 oktober 1861 werd hij bevorderd tot generaal-majoor en bevelhebber van het Aquia District.[6] Daarna werd hij naar het Department of North Carolina gestuurd.[3]

Schiereilandveldtocht

Tijdens de Schiereilandveldtocht, in de lente van 1862, werd Holmes naar Richmond gestuurd en ingedeeld bij het Army of Northern Virginia onder leiding van generaal Joseph E. Johnston.[5] Zijn divisie bestond uit de brigades van de brigadegeneraals Junius Daniel, John G. Walker, Henry A. Wise en de cavaleriebrigade van J.E.B. Stuart. Terwijl op 30 juni 1862 de Slag bij Glendale woedde ten noorden van zijn stellingen kreeg Holmes het bevel om terugtrekkende Noordelijke soldaten onder vuur te nemen in de omgeving van Malvern Hill. De divisie van Holmes kwam echter zelf onder vuur te liggen door Noordelijke artillerivuur vanop Malvern Hill en van de kanonneerboten Galena en Aroostook die op de James patrouilleerden.

Tijdens de Slag bij Malvern Hill op 1 juli 1862 vormde Holmes de reserve. Ondertussen was Johnston, nadat hij gewond was geraakt, vervangen door generaal Robert E. Lee. Deze was niet te spreken over de inzet van Holmes. Beide heren waren het ook oneens over de te volgen strategie. Lee zag Holmes meer in een administratieve functie in een departement dan als een commandant te velde. Holmes was volgens Lee te oud, te passief en te traag om een agressieve en offensieve aanpak uit te voeren. President Jefferson Davis, een oude vriend van Holmes, stelde dat de verantwoordelijkheid voor de Zuidelijke aanpak tijdens de Zevendagenslag niet enkel bij Holmes maar bij verschillende generaals en Lee zelf lag. Desondanks werd Holmes niet opgenomen in de nieuwe structuur die Lee doorvoerde in het Army of Northern Virginia.

Trans-Mississippi Department

Holmes werd op 30 juli 1862 aangesteld als bevelhebber van het Trans-Mississippi Department. Op 10 oktober 1862 werd hij door Jefferson Davis bevorderd tot luitenant-generaal. Holmes weigerde echter omdat hij volgens eigen zeggen niet verdiende, maar na enig aandringen van de president accepteerde Holmes zijn nieuwe rang.[4] Tijdens zijn periode in dit department slaagde Holmes er niet in om zijn belangrijkste opdracht uit te voeren, namelijk het behouden en verdedigen van de Mississippi.

Hij weigerde om versterkingen te sturen naar Vicksburg tijdens de Vicksburgveldtocht. Zijn hoofdkwartier was gevestigd in Arkansas en hij had daar onvoldoende eenheden om een verschil te maken. Het probleem in het Trans-Mississippi Departement was naast de grootte, het ontbreken aan vrijwel alles. Holmes had te weinig getrainde eenheden die bovendien slecht uitgerust waren en te sterk verspreid waren. Zijn soldaten hadden verouderde wapens. Ze hadden te weinig uniformen en soms zelfs geen schoenen. Hun discipline en gevechtswaarde waren ondermaats. Ondertussen waren er verschillende Noordelijke legers onderweg om de Mississippi onder controle te krijgen. Holmes stuurde verschillende brieven en smeekbedes naar de president. Davis, die geen zicht had op de werkelijke situatie in het 1.200 km verderop gelegen departement, verving Holmes in februari 1863 door luitenant-generaal Edmund Kirby Smith die begin maart in het departement aankwam.[4]

District of Arkansas

Smith stelde Holmes aan als bevelhebber van het District van Arkansas[4] en gaf hem in juni het bevel om een aanval uit te voeren op de Noordelijken om de druk op Vicksburg te verlichten. Op 4 juli, de dag dat Vicksburg in de handen van de Noordelijken viel onder leiding van generaal-majoor Ulysses S. Grant, viel Holmes het Noordelijke garnizoen van Helena in Arkansas aan. Holmes voerde deze gecoördineerde aanval uit met eenheden onder leiding van Sterling Price, John S. Marmaduke, James F. Fagan en werd ondersteund door de gouverneur van Arkansas Harris Flanagin. Ondanks communicatieproblemen slaagden de Zuidelijke er initieel in om vooruitgang te boeken. Maar na een urenlange strijd trokken de Zuidelijken zich terug naar Little Rock, Arkansas.[4] Op 23 juli werd Holmes ziek en gaf hij tijdelijk het bevel door aan Sterling Price.[1] Die evacueerde op 10 september alle Zuidelijke eenheden uit Little Rock. Twee weken later nam Holmes opnieuw het commando op zich. In een brief van 10 september schreef Smith aan de president dat Holmes te oud werd en vervangen moest worden door iemand jonger. Ook de soldaten in Arkansas beschimpten Holmes met de bijnaam "Granny". Holmes diende zijn ontslag in op 28 februari 1864.

North Carolina

In april 1864 werd Holmes de bevelhebber van de reserve-eenheden in North Carolina. Hij bekleedde deze positie tot het einde van de oorlog toen hij zich samen met generaal Joseph E. Johnston op 26 april 1865 overgaf aan de Noordelijke generaal-majoor William T. Sherman.[7]

Latere jaren

Na de oorlog keerde Holmes terug naar North Carolina waar hij de rest van zijn leven doorbracht als landbouwer. Hij overleed op 21 juni 1880 in Fayetteville, North Carolina. Zijn lichaam werd bijgezet op de kerkhof van de MacPherson Presbyterian Church.[3]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)