John George Walker

John George Walker
Generaal-majoor John G. Walker (rond 1862)
Generaal-majoor John G. Walker (rond 1862)
Geboren 22 juni 1821
Jefferson City, Missouri
Overleden 20 juli 1893
Washington D.C.
Rustplaats Stonewall Confederate Cemetery, Winchester, Virginia
Land/zijde Verenigde Staten

Geconfedereerde Staten van Amerika

Onderdeel United States Army

Confederate States Army

Dienstjaren 1846-1861(USA)
1861-1865 (CSA)
Rang Kapitein (USA)
Generaal-majoor (CSA)
Bevel Walker's Texas Division
Slagen/oorlogen Mexicaans-Amerikaanse Oorlog

Apache Oorlogen

  • Slag bij the Diablo Mountains

Amerikaanse Burgeroorlog

John George Walker (Jefferson City, 22 juli 1821Washington D.C., 20 juli 1893 [1]) was een Amerikaanse beroepsmilitair. Na een loopbaan in het U.S. Army koos hij bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog de zijde van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij diende als brigadegeneraal bij Stonewall Jackson en James Longstreet. Daarna nam hij het bevel op zich van een divisie in het Trans-Mississippi Department. Zijn divisie kreeg een reputatie voor zijn snelheid en wendbaarheid en kreeg de bijnaam Walker's Greyhounds. Walker kreeg de opdracht om de aanvoerlijnen van de Noordelijken rond Vicksburg te verstoren. De Noordelijke bevelhebber, generaal-majoor Ulysses S. Grant, had echter het merendeel van zijn troepen veilig op de andere oever van de Mississippi overgezet waardoor Walker slechts nog enkele kleinere aanvallen kon uitvoeren. Walker kon meer betekenen in de Red Riverveldtocht waar hij de operaties van luitenant-generaal Richard Taylor ondersteunde.

Vroege jaren

John G. Walker werd geboren op 22 juli 1821 in Jefferson City, Missouri.[2] Hij was de zoon van John Walker en Sarah Caffery Walker. Zijn moeder was de nicht van Rachel Jackson die gehuwd was met president Andrew Jackson. Zijn vader kwam uit een vooraanstaande politieke familie uit Kentucky en Missouri. De broers van zijn vader, George Walker en David Walker, zetelden beiden in het Huis van Afgevaardigden. John G. Walker groeide op in de regio rond St. Louis, Missouri. In 1844 studeerde hij af aan de voorloper van de Washington-universiteit.

Militaire loopbaan

Walker nam dienst in het United States Army in 1846. Hij werd benoemd tot eerste luitenant in de Regiment of Mounted Rifles. Walker diende in de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Voor zijn moed en inzet werd hij gebrevetteerd kapitein na de Slag bij San Juan de lso Llanos. Hij raakte gewond tijdens de Slag om Molino del Rey. In juni 1851 werd Walker bevorderd tot kapitein. In 1858 huwde hij Sophie Baylor. Haar ouders gaven hun naam aan de Baylor-universiteit in Texas.

Amerikaanse Burgeroorlog

Het oostelijke front

Walker nam in juli 1861 ontslag uit het U.S. Army. Kort daarop sloot hij zich aan bij het Confederate States Army en kreeg hij de rang van majoor in de cavalerie. In augustus 1861 werd hij ingedeeld bij het 8th Texas Cavalry Regiment. Dit regiment werd gestationeerd in het Departement of North Carolina. Walker werd in september van hetzelfde jaar bevorderd tot kolonel. In januari 1862 kreeg hij een promotie tot brigadegeneraal. Hij diende in de divisie van brigadegeneraal Theophilus H. Holmes tijdens de Schiereilandveldtocht waar hij tijdens de Slag bij Malvern Hill gewond raakte. Zijn divisie bezette Loudoun Heights, een van de heuvelruggen rond Hapers Ferry, voordat het Noordelijke garnizoen zich overgaf aan Stonewall Jackson op 15 september 1862.

Trans-Mississippi

Walker werd in november 1862 bevorderd tot generaal-majoor en overgeplaatst naar het Trans-Mississippi Department. Hij kreeg er het bevel over 12 regimenten uit Texas of samen ongeveer 12.000 soldaten. Hun training en opleiding werd verzorgd in Camp Nelson in Arkansas. Hij smeedde zijn soldaten om tot een divisie die later de bijnaam "Walker's Greyhounds" kreeg voor hun snelheid en wendbaarheid. Tot het einde van de oorlog bestond deze divisie exclusief uit Texaanse regimenten en werd enkel ingezet in het Trans-Mississippi Department.

In maart 1863 deelde de nieuwe bevelhebber van het Trans-Mississippi Departement, luitenant-generaal Edmund Kirby Smith, Walkers divisie in bij de eenheden van generaal-majoor Richard Taylor. Hun opdracht: de aanvoerlijnen aanvallen van de Noordelijke generaal-majoor Ulysses S. Grant langs de westelijke oever van de Mississippi om de Noordelijke druk op Vicskburg te verminderen.

Grant had echter kort daarvoor zijn aanvoerlijnen langs de oostelijke oever van de Mississippi verlegd zodat hij weinig of geen last had van de aanvallen van Walker's Greyhounds. De brigade van brigadegeneraal James M. Hawes nam het op tegen de Noordelijken bij Young’s Point terwijl Henry E. McCullochs brigade het op 6 juni 1863 opnam tegen Afro-Amerikaanse eenheden bij Milliken's Bend. Dit was een van de eerste keren dat er een confrontatie was met Afro-Amerikaanse troepen. Ze vochten vol overgave maar door de slechte training leden ze zware verliezen door toedoen van Walkers brigades. Toen een Noordelijke kanonneerboot te tonele verscheen, sloeg de balans door in het voor deel van de Noordelijken en diende McCulloughs brigade zich terug te trekken.

Taylor had liever gezien dat Walkers divisie ingezet werd om New Orleans in Louisiana te heroveren toen het Noordelijke Army of the Gulf oprukte tegen Port Hudson. Na Milliken’s Bend, vroeg Taylor opnieuw om Walkers divisie te mogen inzetten tegen New Orleans. Maar luitenant-generaal Edmund Kirby Smith weigerde opnieuw in te gaan op deze vraag. De rest van de zomer patrouilleerde Walker in noordoostelijk Louisiana aan de verkeerde kant van de Mississippi zonder het belegerde Vicksburg te kunnen helpen.

Eind 1863 keerde Walker terug naar Arkansas. Maar in maart 1864 sloot hij zich opnieuw aan bij Taylor om de verdediging te helpen opzetten tegen de opmars van de Noordelijke generaal-majoor Nathaniel P. Banks en zijn Army of the Gulf tijdens de Red Riverveldtocht.

Walkers divisie speelde op 8 april 1864 een doorslaggevende rol in de Zuidelijke overwinning bij Mansfield.[3] Toen Banks zijn troepen terugtrok en Taylor Walkers divisie wou inzetten om er definitief mee af te rekenen, gooide Smith opnieuw roet in het eten door Walker in noordelijke richting te sturen om het op te nemen tegen de noordelijke generaal- majoor Frederick Steele. Walker nam op 30 april 1864 deel aan de Slag bij Jenkins' Ferry op een 45 km ten zuiden van Little Rock, Arkansas.

Na deze slag keerde Walker onmiddellijk terug om Taylor te helpen met de achtervolging van Banks. Hij kwam aan in Alexandria op 23 mei 1864 op dezelfde dag dat Banks zijn leger had ingescheept in Simmesport.

Westelijk Louisiana

Toen Taylor bevelhebber werd van het the Department of Alabama, Mississippi and Eastern Louisiana in August 1864 kreeg Walker het commando over het District of Western Louisiana. Tegen het einde van de oorlog was Walker bevelhebber van het District of Texas, New Mexico, and Arizona.

Latere jaren

Na de overgave van de Zuidelijke legers vluchtte Walker naar Mexico. Na enkele maanden vertrok hij naar Londen waar hij werd herenigd met zijn vrouw.[4] Hij werd zakenman en keerde uiteindelijk terug naar de Verenigde Staten. Hij werd aangesteld als Amerikaans consul in Bogota in Colombia en was speciaal gezant bij de Pan-Amerikaanse conventie.

John G. Walker overleed op 20 juli 1893 in Washington D.C. aan de gevolgen van een hersenbloeding.[5] Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in Stonewall Confederate Cemetery in Winchester, Virginia.

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)