The First Salute
| The First Salute | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
De Andrew Doria die het eerste saluut ontvangt | ||||
| Plaats | Voor de kust | |||
| Coördinaten | 17° 29′ NB, 62° 59′ WL | |||
| Datum | 16 november 1776 | |||
| Locatie | Fort Oranje | |||
| Oorzaak | Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring | |||
![]() | ||||
| ||||
The First Salute (het eerste saluut) is het kanonsaluut op 16 november 1776 op Sint Eustatius dat vanaf Fort Oranje werd gegeven als antwoord op het saluut van het Amerikaanse schip Andrew Doria. Enkele maanden na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring betekende dit voor de Verenigde Staten de eerste erkenning door een buitenlandse mogendheid. Hierop volgde de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog en een grootschalige plundering van Sint Eustatius.
Handelscentrum
Medio 18e eeuw bevonden zich ruim zeventig plantages met slaafgemaakten op het eiland. Een aantal rijke families maakte de dienst uit. Onderling hadden ze vaak ruzie, maar ze vormden een hecht front als hun gedeelde belangen bedreigd werden. De wereldhandel werd in deze tijd belemmerd door het mercantilisme, de economische theorie om importen als schadelijk en exporten als voordelig te zien.[1]
In 1688 stond de West-Indische Compagnie internationale handel op het Caribische eiland toe tegen een laag in- en uitvoertarief. Tot 1730 was de slavenhandel relatief belangrijk, hierna werd deze minder. Daarentegen nam toen de handel in koffie, tabak en vooral suiker toe. Deze was afkomstig van het eiland zelf en van Engelse en Franse eilanden in de omgeving. In 1756 werd de vrijhandel geformaliseerd. De handel op het eiland ontwikkelde zich in snel tempo met Europese goederen als textiel, papier, glas, zuivelproducten en wijn.[2] Benjamin Franklin, een van de founding fathers van de Verenigde Staten, besloot rond 1780 om de post naar Europa via Sint Eustatius te laten verlopen.[3] Het meest lucratief van alle goederen was de handel in wapens die nodig waren voor de oorlogen tussen Europese naties. Twee decennia lang kende het eiland een ongekende welvaart.[1]
Amerikaanse Revolutie
%252C_by_John_Trumbull.jpg)
Schilderij van John Trumbull, 1819.
Tijdens de Amerikaanse Revolutie zetten de Britten de toevoer van wapens stil. Als gevolg daarvan tierde op het eiland de illegale wapenhandel welig, met winsten op buskruit tot honderd procent. De pakhuizen waren geregeld zo vol, dat suiker en katoen in de buitenlucht werden opgeslagen.[1] De Amerikanen kochten op Sint Eustatius bijna de helft van al hun wapens en munitie.[4] Het Verenigd Koninkrijk was hier woedend over. Het was tegen de afspraken in die in het defensieve verbond met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was gemaakt, waaronder wederzijdse steun wanneer een van de twee werd aangevallen. In Den Haag was het standpunt aanvankelijk dat een koloniale opstand niet onder dit verdrag viel. Maar onder druk werd na enige tijd de export naar de Amerikaanse koloniën alsnog verboden. Jan de Windt (1715-1755), de gouverneur van Sint Eustatius, volgde het verbod op de lucratieve wapenhandel echter niet op, en zijn opvolger Johannes de Graaff evenmin. De Graaff was de rijkste man op het eiland met tien plantages, driehonderd slaafgemaakten en zestien handelsschepen.[1]
The First Salute
In juli 1776 hadden dertien Noord-Amerikaanse kolonies de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring ondertekend. Op 16 november 1776 deed de Andrew Doria de haven van Sint Eustatius aan om wapens en munitie in te slaan. Het was het eerste Amerikaanse schip met de nieuwe Amerikaanse vlag in top dat de haven aandeed.[4] Gouverneur De Graaff gaf opdracht om het schip met alle eer te ontvangen.[1] Nadat de Andrew Doria ter begroeting saluutschoten afvuurde, beval hij om dit te beantwoorden met saluutschoten vanaf Fort Oranje. Eenmaal aangemeerd, gaf hij een feest ter ere van de kapitein waarvoor hij alle Amerikanen op het eiland liet uitnodigen.[1] De Amerikanen beschouwden het saluut als de eerste erkenning van de Verenigde Staten door een buitenlandse mogendheid.[4]
Furieuze reactie uit Londen

Schilderij van Jean-Laurent Mosnier
Londen reageerde furieus en eiste van de Staten-Generaal publieke veroordeling van het saluut en het ontslag van De Graaff. Die werd daarna ter ondervraging naar Den Haag ontboden, maar hij wist zijn overtocht lang te rekken met allerlei uitvluchten, van familie-omstandigheden tot zeeziekte. In 1778 kwam hij aan met een omvangrijk verweerschrift met verdraaiingen en leugens. De Staten-Generaal accepteerden zijn verweer, niet in het minst omdat er ook in Amsterdam goed werd verdiend aan de handel op Sint Eustatius.[1]
Met het aanblijven van De Graaff had de Republiek volgens de Britten opnieuw haar onbetrouwbaarheid als bondgenoot bewezen. Naast het uitblijven van steun in de Britse strijd tegen revolutionaire Amerikanen kwam daar bij dat de Republiek zich eind 1780 wilde aansluiten bij het Verbond van Gewapende Neutraliteit. Dit Russische initiatief was bedoeld om handelsvloten te beschermen tegen aanvallen van Britse marineschepen. Het lont van de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog was uiteindelijk een aangetroffen handelscontract op een door de Britten gekaapt schip,[1] in het bezit van Henry Laurens, de Amerikaanse ambassadeur in spé in Den Haag. Op 20 december 1780 verklaarden de Engelsen de Nederlanders de oorlog.[5]
Admiraal George Rodney kreeg het bevel om Sint Eustatius in te nemen. Hij kende persoonlijke wrok tegen het eiland, omdat materiaal voor herstelwerkzaamheden naar een Franse vloot was gestuurd nadat hij die zwaar had beschadigd. Rodney kwam op 3 februari 1781 met zeventien marineschepen aan in de haven, wat voor De Graaff voldoende was om het eiland zonder verzet in handen van de Engelsen te geven. Rodney nam alle inwoners van het eiland krijgsgevangen en deporteerde ze naar Caribische eilanden en Groot-Brittannië. Hij liet het gehele eiland plunderen en veilde de buit, op een royaal deel na dat hij voor zichzelf behield. Hij reisde vanwege jicht en prostaatklachten naar Groot-Brittannië. Onderweg werd bijna zijn gehele bezit door Fransen onderschept, waardoor hij niet in staat was schulden in zijn thuisland af te lossen. Daarbij kwam dat Britse kooplieden van Sint Eustatius zijn confiscatie bij de rechter aanvochten. In het Lagerhuis hield oppositieleider Edmund Burke een geruchtmakende toespraak waarin hij schande sprak van Rodney's plunderingen.[1]
Herstel eilandbestuur
Sint Eustatius bleef niet lang in Brits bezit. In november 1781 werd onder Frans bevel een verrassingsaanval uitgevoerd en het eiland overgenomen. De oude orde werd hersteld en voor zover mogelijk werden de bewoners hun bezittingen teruggegeven. In 1784 gaf Frankrijk de soevereiniteit over het eiland terug aan Nederland. Er volgde een decennium van grote economische voorspoed. De Graaff keerde ook terug naar het eiland, maar nu als burger. Na zijn dood in 1813 liet hij een immense rijkdom achter.[1]
Herinnering
.jpg)
Met een portret in het State House van de Amerikaanse staat New Hampshire wordt De Graaff herinnerd als een held van de Amerikaanse Revolutie.[1]
In 1939 schonk president Franklin Delano Roosevelt Sint Eustatius ter erkenning van The First Salute een plaquette die op het plein van Fort Oranje aan de monumentale vlaggenmast is bevestigd.[6] Hij was niet persoonlijk aanwezig, waarop aanvankelijk werd gehoopt.[7]
De Roosevelt-familie was niet onbekend met het eiland. In 1759 trouwden hier Adolphus Roosevelt en Elizabeth Groebe.[8]
In 2001 en 2014 werden plaquettes van The First Salute van de Sons en Daughters of the American Revolution onthuld.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Historisch Nieuwsblad, Een opportunistisch saluut aan het nieuwe Amerika, Erik Schumacher, 3 juli 2012, update 7 april 2020
- ↑ Caert Thresoor, Plantages op Sint-Eustatius in de achttiende eeuw, Wim Renkema, 2021
- ↑ Hebrew History, The Jews of St. Eustatius - Rescuers of the American Revolution, Samuel Kurinsky
- 1 2 3 Stadsarchief Amsterdam, Eerste saluut, 23 april 2019
- ↑ Historiek, Engels-Nederlandse oorlogen, 24 september 2024
- ↑ The John Adams Institute, The First Salute, Willem de Bruin
- ↑ Amigoe di Curaçao, De feestelijkheden op St. Eustatius, 30 december 1939
- ↑ The Daily Herald, Roosevelts were in Statia more than 180 years before FDR, 20 april 2021

