Texelse paardenbloem
| Texelse paardenbloem | ||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||||
| Taraxacum texelense Soest, Hagend. & Zevenb. (1976) | ||||||||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||||||||
| Texelse paardenbloem op | ||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||
Texelse paardenbloem (Taraxacum texelense) is een plantensoort uit de composietenfamilie (Asteraceae). De soort werd in 1976 voor het eerst beschreven door Van Soest, Hagendijk en Zevenberg.[1] De plant kan worden gevonden op verschillende plekken in Engeland en Nederland.
Determinatie
Voor de determinatie van Texelse paardenbloem is enige taraxacologische kennis nodig. De soort is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 0,5–1,2 dm. De bladen zijn donkergroen en soms bijna ongedeeld, maar meestal met korte en weinig talrijke zijlobben. De steel is smal en purper. De zijlobben zijn driehoekig of sikkelvormig en staan wat teruggericht. Aan de voorkant zijn ze driehoekig getand en vaak gekromd getand. De interlobben zijn kort, vrij breed en aan de rand gekleurd. De eindlob is vaak stomp en al dan niet getand. Het omwindsel heeft een donkere, bruinachtig groene kleur, en heeft een tamelijk brede basis. De buitenste blaadjes zijn min of meer aanliggend, breed en lancetvormig. Ze zijn tot 3,5 mm breed en hebben een purpergekleurde rand. Het hoofdje is zo'n 2–3 cm diameter. De stempels zijn vuilgroen en de hoofdjessteel is kaal of vrijwel kaal. De bloemen beschikken over stuifmeel.[2] Het aantal chromosomen is 2n ± 24.[2]
Ecologie
Texelse paardenbloem groeit bijna uitsluitend in de buurt van zilt water en op licht brakke gronden.
Verspreidingsgebied
Nederland
Texelse paardenbloem werd rond 1976 voor het eerst enkel gevonden op de Nederlandse Waddeneilanden Terschelling en Texel, waar de soort haar naam aan te danken heeft.[1] Aanvankelijk werd de soort daarom omschreven als een endemische soort met een klein verspreidingsgebied, in de zin dat het alleen in Nederland en/of op die eilanden voorkomt. Geconcludeerd werd dat de soort alleen op zilte gronden kan gedijen. Volgens auteur A.A. Sterk (1982) was het waarschijnlijk dat het verspreidingsgebied van Texelse paardenbloem zo klein is, omdat de plant pas 'recent' zou zijn ontstaan. Een andere mogelijkheid is volgens hem dat de plant wel elders binnen en buiten Nederland voorkomt, maar dat hij door zijn zeldzaamheid nog niet gevonden was. Sterk achtte het niet waarschijnlijk dat het kleine verspreidingsgebied een relict is van een vroeger veel groter verspreidingsgebied.[3]
Verschillende soorten uit het geslacht paardenbloem die vóór 1976 in Nederland waren gevonden werden later alsnog juist geclassificeerd als Texelse paardenbloem. Enkele van deze soorten zijn gevonden bij het Meppelerdiep, in Elburg en tussen Oudehorne en Oldeberkoop, alle drie gebieden gelegen in het voormalige Zuiderzeegebied.[1][4]
Engeland
Texelse paardenbloem is in de jaren '80 van de twintigste eeuw ook gevonden in Shiplake en Carnforth, respectievelijk gelegen in de regio's Zuidoost-Engeland en Noordwest-Engeland. Daarmee kan dus gezegd worden dat Texelse paardenbloem, ondanks de eerdere vermoedens, geen endemische soort is. Wel liggen beide gebieden zoals naar verwachting op brakke grond: Shiplake ligt aan de Theems en Carnforth ligt bij Morecambe Bay.[5] In 2021 stelde Richards echter dat de planten die in Groot-Brittannië waren geclassificeerd als Texelse paardenbloem, in werkelijkheid onder Taraxacum akteum geschaard zouden moeten worden.[6] De Engelstalige volksnaam voor Texelse paardenbloem is Texel dandelion (letterijk: Texelse paardenbloem).[5]
Taxonomie
Toen Texelse paardenbloem in 1976 voor het eerst beschreven werd door Hagendijk, Van Soest en Zevenbergen plaatsten zij de soort in de sectie Vulgaria Dahlstedt, een groep waarvan er op dat moment bijna tweehonderd bekende soorten in Nederland voorkwamen. De Engelse botanicus A.J. Richards plaatste de soort in 1985 echter in de sectie Celtica (ook wel incorrect als Celticum aangeduid).[7]
Galerij
Kaartje met alle vindplaatsen van Texelse paardenbloem anno 2020
Terschelling (1977)
Texel (1970)
Meppelerdiep (1966)
Elburg (1951)
Oudehorne-Oldeberkoop (1954)
Externe links
- Kaarten met waarnemingen:
- De wetenschappelijke artikelen van Hagendijk et al. en Sterk zijn gepubliceerd op natuurtijdschriften.nl en vallen daarmee onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding. Stukken tekst uit deze artikelen zijn dus aangepast en overgenomen in dit artikel.
- 1 2 3 Hagendijk, A., Van Soest, J.L. & Zevenbergen, H.A. (februari 1976). Neue Taraxacumarten der Niederlande. IV. Acta Botanica Neerlandica 25 (1): blz. 81-105
- 1 2 Hagendijk, A., van Soest, J.L. & Zevenbergen, H.A. (1982). Taraxacum sectie Vulgaria Dahlstedt. Flora Neerlandica 4 (10A): blz. 79-147
- ↑ Sterk, A.A. (1982). Inleiding tot het geslacht Taraxacum in Nederland. Flora Neerlandica 4 (10A): blz. 53-77
- ↑ van Brakel, K.B.; Van Soest, J.L., Bewaard exemplaar van Taraxacum texelense gevonden in Friesland.. Naturalis Biodiversity Center (5 mei 1954). Geraadpleegd op 30 november 2020.
- 1 2 Taraxacum texelense Hagend., Soest & Zevenb.. National Biodiversity Network. Geraadpleegd op 30 november 2020.
- ↑ (en) Richards, A.J. (16 september 2021). Taraxacum dooguei and T. dudmanianum (Asteraceae) - two new species from Britain and Ireland. British & Irish Botany 3 (3): pp. 324-333. ISSN:2632-4970. DOI:10.33928/bib.2021.03.324.
- ↑ Richards, A.J. (november 1985). Sectional nomenclature in Taraxacum (Asteraceae). Taxon 34 (4): blz. 633-644