Sylvilagus floridanus nigronuchalis

Sylvilagus floridanus nigronuchalis
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2025)
Sylvilagus floridanus nigronuchalis op Aruba (foto: Eric Knight)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Lagomorpha (Haasachtigen)
Familie:Leporidae (Hazen en konijnen)
Geslacht:Sylvilagus (Katoenstaarten)
Soort:Sylvilagus floridanus (Floridakonijn of oostelijke katoenstaart)
Ondersoort
Sylvilagus floridanus nigronuchalis
(Hartert, 1894)
Verspreidingsgebied Sylvilagus floridanus nigronuchalis
Synoniemen
  • Arubaans konijn, Aruba-katoenstaart (coneu, conew, conenchi)
  • Curaçaos konijn (konènchi)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren


Sylvilagus floridanus nigronuchalis is een ondersoort van het floridakonijn, of oostelijke katoenstaart (Sylvilagus floridanus). De ondersoort komt uitsluitend voor op de eilanden Aruba en Curaçao, waar het dier Arubaans konijn (Arubaans Papiaments: conew, coneu, conenchi) respectievelijk Curaçaos konijn (Curaçaos Papiaments: konènchi) wordt genoemd.

Taxonomie en naamgeving

De soort werd voor het eerst geldig beschreven door Hartert, die het dier in 1894 determineerde als een hazensoort, Lepus nigronuchalis, met als type-localiteit Aruba en 'mogelijk ook Curaçao'.[1] In 1910 plaatste Osgood de soort in het geslacht der katoenstaarten en gaf het de wetenschappelijke naam Sylvilagus nigronuchalis. Pittier en Tate introduceerden de ondersoortnaam Sylvilagus nigronuchalis nigronuchalis in 1932, gevolgd door Hummelinck die de soort op zowel Aruba als Curaçao rapporteerde.[2] Hershkovitz identificeerde het dier in 1950 als Sylvilagus floridanus nigronuchalis, een ondersoort van de oostelijke katoenstaart.[3]

De geslachtsnaam Sylvilagus is samengesteld uit het Latijnse woord silva (bos/woud) en het Griekse lagos (haas). De naam betekent letterlijk “boshaas” en verwijst naar de natuurlijke leefomgeving van de katoenstaarten, die uit struwelen en bosgebieden bestaat. De soortaanduiding floridanus (van Florida) in de soortnaam verwijst naar het oorspronkelijk erkende verspreidingsgebied van de soort. De ondersoortaanduiding nigronuchalis (met zwarte nek) verwijst naar de zwarte nek, die kenmerkend is voor het dier.

Hoewel Sylvilagus floridanus nigronuchalis op Aruba en Curaçao "konijn" wordt genoemd, vormt het dier onderdeel van het geslacht der katoenstaarten, Sylvilagus, een apart geslacht binnen de familie van de hazen en konijnen. Het dier is nauwer verwant aan de hazen dan aan de konijnen. In het Engels wordt het dier cottontail (katoenstaart) genoemd. In het Nederlands en het Papiaments heeft de soort vooralsnog geen officiële eigen geslachtsnaam.

Beschrijving

Met een gemiddelde lengte van 37 centimeter is Sylvilagus floridanus nigronuchalis kleiner dan het Europese konijn. De soort onderscheidt zich van het Europese konijn doordat het dier meestal solitair leeft. Daarnaast graaft het geen uitgebreide, ondergrondse holen zoals het Europese konijn, maar slaapt het dier in een leger (ondiepe kuil), zoals hazen.

De vacht van het dier bestaat uit korte, zachte haren die uit meerdere kleuren bestaan, gevarieerd over het hele lichaam, waaronder wit, beige, zandkleurig, al dan niet met zwarte punten. De buik is altijd licht-crèmekleurig. De individuele exemplaren zijn variabel gekeurd, maar allen dragen de kenmerkende zwarte vlek in de nek. De onderzijde van de staart is wit, waaraan het dier de soortnaam cottontail (katoenstaart) ontleent. De ten opzichte van het Europese konijn relatief lange oren zijn nauwelijks behaard.

Sylvilagus floridanus nigronuchalis plant zich voort wanneer de omstandigheden daarvoor het meest gunstig zijn. In natte, regenachtige jaren, wanneer er meer voedsel te vinden is, kunnen meerdere worpen in een jaar plaatsvinden. In droge jaren, met weinig beschikbaar voedsel, worden er soms helemaal geen nakomelingen voortgebracht. Na een draagtijd van 26 tot 30 dagen worden de jongen geworpen, veelal twee per keer, in een ondiepe kuil bekleed met plukjes vacht en gras. Vaak wordt het nest met dorre bladeren afgedekt. De ogen van de jongen gaan na een week open; na zes weken verlaten ze het nest.

Het dier is een herbivoor en eet voornamelijk jonge, groene bladeren van struiken en planten. Uit observaties is gebleken dat het dieet bestaat uit onder meer bepaalde kruidachtige planten, peulen van de Neltuma juliflora (Papiaments: indju), kiemplantjes van bomen en struiken als de Vachellia tortuosa (Papiaments: wabi) en cactusvruchten. In droge tijden eten de dieren ook delen van de cactussoort Opuntia caracassana (Papiaments: infrou) om voedingsstoffen en vocht aan te vullen.

Doordat het dier voornamelijk in de schemering en de nacht actief is, is er verder weinig bekend over het gedrag van deze dieren.

Verspreiding en leefgebied

Het geslacht der katoenstaartkonijnen komt enkel voor op het Amerikaanse continent, van het zuiden van Canada tot aan het noorden van Zuid-Amerika en enkele Caraïbische eilanden.

Sylvilagus floridanus nigronuchalis komt uitsluitend voor op Aruba en Curaçao, maar niet op het aangrenzende eiland Bonaire. Het is niet geheel duidelijk hoe de dieren op deze eilanden terecht zijn gekomen, maar een gangbare theorie is, dat de eerste exemplaren enkele duizenden jaren geleden naar de eilanden werden overgebracht door de inheemse bewoners van Venezuela, om te dienen als vers voedsel. De afwezigheid van belangrijke verschillen in uiterlijke kenmerken ten opzichte van zijn nabije familieleden op het Zuid-Amerikaanse vasteland (Sylvilagus floridanus continentis), is een belangrijke indicator dat de soort zich relatief recent heeft afgescheiden.[3] Sindsdien heeft Sylvilagus floridanus nigronuchalis zich succesvol weten aan te passen aan het semi-aride klimaat van Curaçao.

Het voortbestaan van Sylvilagus floridanus nigronuchalis op Aruba en Curaçao wordt steeds meer bedreigd. Het verkeer op de eilanden, en in het bijzonder de toenemende offroadactiviteiten, vormen een serieuze bedreiging voor de dieren. Ook jacht, vervuiling en versnippering van habitat dragen bij aan steeds verdere afname van de populaties. Daarnaast vallen vele exemplaren ten prooi aan roofdieren, zoals verwilderde katten en honden en, op Aruba, de invasieve boa constrictor.

Op Aruba geldt Sylvilagus floridanus nigronuchalis als een bedreigde diersoort en wordt het wettelijk beschermd. Op Curaçao geniet de soort geen wettelijke bescherming.

  • (en) Sylvilagus floridanus subsp. nigronuchalis, (Hartert 1894). Global Biodiversity Information Facility (GBIF). Geraadpleegd op 27 december 2025.