Cinecolor

Scène uit Poor Cinderella (1934) van Fleischer Studios, een korte animatiefilm die gebruikmaakt van Cinecolor.

Cinecolor was een vroeg kleurenfilmproces voor speelfilms en korte films. Het proces werd ontwikkeld door de Engelse cinematograaf William T. Crespinel, samen met Alan M. Gundelfinger, en werd in de praktijk gebruikt tussen 1932 en circa 1955.

Werking

Bij Cinecolor werd gebruikgemaakt van het "bipack"-systeem, waarbij een standaard filmcamera geladen werd met twee filmstroken tegelijk: vooraan een orthochromatische filmstrook en daarachter een panchromatische filmstrook. De voorste filmstrook registreerde het blauwe en groene licht en bevatte een oranje‑rode filter waardoor alleen oranje/rood licht de achterste filmstrook bereikte, die daarop het rode‑oranje beeld vastlegde.[1]

Bij de afdrukprocedure werd gebruikgemaakt van zogenaamde "duplitized" film, een film met emul­sie aan beide zijden. Na ontwikkeling werden de twee beelden op aparte zijden van de film getoond: de ene zijde werd in een blauw‑groene tint gedompeld, de andere in rood‑oranje, waardoor een beperkte maar herkenbare kleurweergave ontstond.[2]

Dankzij deze methode konden levendige tinten rood, oranje, blauw, bruin en huidkleuren redelijk overtuigend worden weergegeven. Kleuren zoals felle groentinten of paarstinten daarentegen zagen er vaak onnatuurlijk uit.

Ondanks het beperkte kleurenspectrum had Cinecolor verschillende voordelen ten opzichte van Technicolor: kleurenprints waren binnen 24 uur beschikbaar, het proces zelf kostte slechts 25% meer dan zwart-witopnames, en het kon worden gebruikt in aangepaste zwart-witcamera's.[3]

Geschiedenis

Cinecolor werd in 1932 geïntroduceerd toen William T. Crespinel de firma oprichtte onder de naam Colorfilm Corporation of California, later omgedoopt tot Cinecolor, Inc.[4]

Het proces vond vooral ingang bij kleinere filmstudio's en onafhankelijke producenten, die vanwege budgettaire en technische beperkingen niet konden of wilden investeren in de duurdere en gecompliceerdere kleurprocessen van bijvoorbeeld Technicolor. Cinecolor werd gebruikt voor lowbudget westerns, animatiefilms, korte films en B-films.

In de late jaren 1940 en begin jaren 1950 probeerde Cinecolor zich aan te passen aan de veranderende markt door een verbeterde “SuperCinecolor”-variant te ontwikkelen. Dit was een driekleurige uitbreiding van Cinecolor die een uitgebreider kleurenpalet bood met verbeterde weergave van groen en andere tinten.[5] Toch werd de opkomst van monopack kleurfilm, die volledige kleuren in één filmstrook kon vastleggen, in de loop van de jaren 1950 fataal voor bipack‑systemen zoals Cinecolor.

In 1954 werd de verwerkingsfaciliteit van de toenmalige Color Corporation of America (de opvolger van Cinecolor, Inc.) overgenomen door een ander laboratorium, waarna het bedrijf zijn activiteiten afbouwde. Rond 1955 viel definitief het doek voor Cinecolor.

Films (selectie)

Cinecolor

SuperCinecolor

  • (en) Cinecolor History. The American Widescreen Museum. Gearchiveerd op 26 juli 2025.
  • (en) Cinecolor. Timeline of Historical Colors in Photography and Film.