Station Canfranc

Canfranc
Het omheinde gebouw in 2015
Algemeen
Afkorting74217
UIC-identificatie7174217
Statusin gebruikBewerken op Wikidata
EigenaarAdministrador de Infraestructuras Ferroviarias,
Diputación General de AragónBewerken op Wikidata
ExploitantRenfe Operadora,
Grupo BarcelóBewerken op Wikidata
BeeldbankCanfranc train stationBewerken op Wikidata
Geschiedenis
Opening18 juli 1928Bewerken op Wikidata
Sluiting  1970Bewerken op Wikidata
Stationsbouw
Perronsporen3Bewerken op Wikidata
Spoorlijn(en)
LijnRichtingVolgend station

CanfrancEindpunt
TardientaVillanúa
(Spoorlijn Zaragoza - Canfranc)

Brongegevens aanpassen in wikidataBewerken op Wikidata
Spoorlijn Pau - Canfranc
Treindienst(en)
Overige(n)Media Distancia RenfeBewerken op Wikidata
Ligging
LandVlag van Spanje Spanje Bewerken op Wikidata
PlaatsCanfrancBewerken op Wikidata
AdresAv. Fernando el Católico, 2
Hoogte1.195 meter
Coördinaten42° 45' NB, 0° 31' WLBewerken op Wikidata
Kaart
Portaal Openbaar vervoer
Spanje

Station Canfranc (Spaans: Estación de Canfranc) is een treinstation in het Spaanse dorp Canfranc dat op 18 juli 1928 werd geopend. In het verleden heeft het gediend als internationaal overstapstation, maar sinds 1970 is al het internationale treinverkeer er opgeschort. Wel vertrekken er twee treinen per dag naar Zaragoza.[1]

Geschiedenis

Na de eerste voorstellen in 1853 sloten Frankrijk en Spanje op 18 augustus 1904 een verdrag voor de aanleg van drie spoorlijnen door de Pyreneeën om beide landen met elkaar te verbinden. De westelijkste via de Somporttunnel zou volgens dit verdrag een internationaal station krijgen op Frans grondgebied bij Forges d'Abel. Het verdrag werd echter op 16 januari 1909 gewijzigd zodat het internationale station in Los Arañones kwam en de Somporttunnel met normaalspoor zou worden gebouwd.[2] De doorbraak van de 7875 m lange tunnel was op 13 oktober 1912 na een bouwtijd van vier jaar.

In september 1915 werd begonnen met het grondwerk voor een kunstmatig plateau op de oostelijke oever van de Aragon. De Spaanse regering wilde het station als uithangbord van de Spaanse welvaart voor de rest van Europa gebruiken. Architect Fernando Ramírez de Dampierre kwam met een imposant gebouw geïnspireerd op het station van Baden-Baden. Het ontwerp voor het stationsgebouw werd in 1920 goedgekeurd en de bouw begon in 1921. Het stationsgebouw werd in 1925 opgeleverd en in de twee volgende jaren werd het emplacement van sporen voorzien en werden de andere gebouwen, zoals locomotievendepots en douaneloodsen opgetrokken.[3]

Het station werd geopend op 18 juli 1928. Destijds was het het grootste station van Europa; het gebouw is 241 meter lang en 12 meter breed. Vanuit het station kon men met de trein naar Toulouse en Bordeaux via de Pyreneeën en in de andere richting verder Spanje in. Wegens verschillende spoorwijdten moest er op dit station overgestapt worden als men van Spanje (1672 mm) naar Frankrijk (1435 mm) of vice versa wilde.

Het hele emplacement was opgedeeld in een deel met normaalspoor tussen het stationsgebouw en de douaneloodsen, en een deel met breedspoor aan de buitenzijden van het terrein. Het normaalspoor had van meet af aan bovenleiding met 1,5 kV gelijkspanning omdat de Chemins de Fer du Midi had besloten tot elektrische tractie voor de hele route tussen Pau en Canfranc. De Caminos de Hierro del Norte de España koos voor stoomtractie en het Spaanse depot was dan ook voorzien van een draaisschijf. Het verschil in spoorwijdte betekende ook dat alle goederen moesten worden overgeladen van treinen van de ene spoorwijdte naar die van de andere om verder te rijden, zoals het geval was met passagiers. In september 1931 liep een deel van het station aanzienlijke schade op als gevolg van een brand die begon in de stationshal en zich vervolgens verspreidde naar de bibliotheek, waarbij het restaurant van het station in zijn geheel werd verwoest en het houten dak werd beschadigd. Hoewel er in eerste instantie werd uitgegaan dat kortsluiting de oorzaak van de brand was geweest, werd deze oorzaak later uitgesloten en was er sprake van een toevallige brand.

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog viel het station in handen van de aanhangers van Franco die de tunnel dichtmetselden om elke vorm van penetratie vanuit het buurland te voorkomen. In 1939 werd het treinverkeer hervat. Omdat het station was gebouwd op grond van een internationaal verdrag bleef het tijdens de Tweede Wereldoorlog in bedrijf.

In de Tweede Wereldoorlog verwierf het station en de omgeving de naam "Casablanca in de Pyreneeën" als gevolg van de functie als belangrijk doorvoerpunt van goederen en als centrum van spionage voor de Nazi's en Spanje. Hoewel officieel neutraal had Spanje een afspraak met de Wehrmacht waar binnen in Spanje gedolven wolfraam per trein naar het noorden werd vervoerd, terwijl in ruil Frans graan en goud richting Spanje werd vervoerd. Het reizigersverkeer werd eveneens voortgezet en bood zodoende een vluchtroute voor zowel Joden als geallieerde militairen.[1]

In 1941 werd het spoorwegnet in Spanje genationaliseerd. Daarbij verdwenen alle bestaande particuliere spoorwegmaatschappijen en werd Renfe opgericht. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd ook het Franse deel genationaliseerd en werd ondergebracht in de Société Nationale des Chemins de Fer (SNCF). Tussen 1945 en 1949 werd de internationale dienst echter opnieuw onderbroken vanwege meningsverschillen met de Franse regering.

In 1952 werden Spanje en Portugal het eens over de Iberische spoorwijdte van 1668 mm die vervolgens werd doorgevoerd op het hoofdnet.

In 1970 werd al het internationale treinverkeer naar het station opgeschort na een ongeval waarbij de remmen van een goederentrein het niet deden en de hele brug waar die trein op dat moment overheen reed, instortte. Hetgeen het begin bleek van het verval aangezien Frankrijk de brug niet wilde herbouwen en daarmee het internationale verkeer onmogelijk maakte. Sindsdien gaan er stemmen op om de spoorverbinding met Frankrijk te herstellen.[1]

Op 6 maart 2002 werd het station op de monumentenlijst geplaatst. Op 15 april 2021 werden nieuwe reizigersperrons geopend.[4] Het oude station is omgebouwd tot hotel.[5]

Ligging en inrichting

Het station ligt op 1194 meter boven zeeniveau bij kilometerpaal 308,499 van de spoorlijn Pau – Canfranc en 218,4 van de spoorlijn Zaragoza – Canfranc. De aanzienlijke omvang van het stationsgebouw en het emplacement is te danken aan het feit dat veel voorzieningen zoals loketten, kantoren van de spoorwegen, een wisselkantoor, douanekantoren, douaneloodsen, politieposten, postkantoor, openbare telegraaf, ziekenboeg, belastingkantoren, kantine, een restaurant, accommodatie voor spoorwegarbeiders, dubbel waren uitgevoerd in verband met de functie als internationaal spoorwegcomplex. De helft van het complex was Frans en de andere helft Spaans, het station zelf, hoewel gelegen op Spaans grondgebied, genoot extraterritorialiteit en fungeerde als de facto grens tussen beide staten. Alle opschriften in het station zijn zowel in het Frans als in het Spaans. In het gebouw was ook een internationaal hotel ondergebracht, alsmede voorzieningen voor wachtende reizigers.

De reizigers tussen Frankrijk en Spanje moesten overstappen en de grensformaliteiten werden in het station afgehandeld. Voor het goederenverkeer bestond een vergelijkbare situatie, zij het gespiegeld, aan de oostzijde van het emplacement. Het breedspoor ligt daar aan de bergzijde van de goederenoverslag en de douaneloodsen terwijl het normaalspoor goederenemplacement aan de dorpszijde van de goederenoverslag en douaneloodsen ligt. Tussen 2018 en 2021 is het emplacement grondig verbouwd waarbij de Spaanse goederenoverslag is voorzien van perrons en sindsdien dienstdoet als reizigersstation. In 2023 werd het stationsgebouw uit 1928 heropend als hotel.

Stationsgebouw uit 1928

Het oorspronkelijke reizigersstation ligt aan de westzijde van het emplacement tussen breedspoor aan de dorpszijde (west) en normaalspoor aan de andere kant (oost). Het is via een reizigerstunnel verbonden met toegangsgebouwen aan de dorpszijde, die op hun beurt via een brug over de Aragón met het dorpscentrum zijn verbonden. Het is een langgerekt gebouw met een symmetrische opzet onderverdeeld in vijf bouwdelen. Op de beide kopse kanten van het gebouw hebben een vierkante bovenbouw met een koepeldak. De stationshal in het midden is net zo hoog als het gebouw en heeft een groot koepeldak dat boven de rest uitsteekt. De twee bouwdelen tussen de respectievelijke einddelen en de stationshal hebben twee verdiepingen met een mansardedak. Het geheel is 241 meter lang, 12 meter breed en heeft op de begane grond aan elke kant 75 deuren.

De buitenkant is afgewerkt in de stijl de Franse paleisarchitectuur uit de negentiende eeuw. Het kent een classicistische plaatsing van de wanden met een gevarieerde combinatie van beton, steen, ijzer en glas waardoor een interessant kleurenspel ontstaat dat wordt geaccentueerd door de aanwezigheid van leien daken. Het interieur is licht, evenwichtig en elegant, met een functionele verdeling van ruimtes, beginnend bij de stationshal onder de grote gegoten koepel. De verschillende ruimtes (loket, douane, bar, hotel, enz.) onderscheiden zich duidelijk door hun indeling en hun aankleding. De begane grond is via de deuren in zowel de oost- als westgevel verbonden met de perrons die zijn voorzien van luifel die gedragen worden door metalen kolommen en zuilen. De eerste verdieping heeft ramen die in de einddelen en bij de stationshal een ronde bovenkant hebben en in de tussenliggende delen paarsgewijs in rechthoekige kozijnen zijn gemonteerd. De ramen op de tweede verdieping zijn ondergebracht in dakkapellen in het dak uit leisteen uit de Segoviaanse stad Bernardos.

Conserverende maatregelen

In 2005 keurde de provinciale commissie voor het cultureel erfgoed een restauratieproject voor het station goed. Hieruit volgde in 2007 een overeenkomst tussen het Ministerie van Openbare Werken en de Regio Aragón waardoor bijna twee miljoen euro werd toegekend voor de restauratie van het station. Dit project was onderdeel van een groter project dat niet alleen gericht was op de restauratie van het stationsgebouw door het om te bouwen tot luxe hotel, maar ook op de bouw van een nieuw reizigersstation, de herindeling van het terrein dat niet meer door de spoorwegen werd gebruikt en de bouw van een spoorwegmuseum. Tussen 2006 en 2009 werden eerst schoonmaak-, sanitaire en puinverwijderingswerkzaamheden uitgevoerd en vervolgens werden conserverende werkzaamheden uitgevoerd aan de structuur van het gebouw zelf, waarbij het dak, de gevel, het sierlijsten en de stationshal werden hersteld, alsmede de betonstructuur werd versterkt. Fase III die gepland was voor 2009 werd niet uitgevoerd in verband met het uitblijven van bekostiging.

Aankoop door de regio Aragón

Op 30 maart 2012 bereikten de regio Aragón en het Ministerie van openbare werken een overeenkomst om het reizigersgebouw voor een symbolisch bedrag aan Aragón te verkopen, waarmee ook de overeenkomst uit 2007 werd herzien. Na een vergadering van het consortium Urbanístico Canfranc 2000 op 25 april 2012 maakte de minister van openbare werken van Aragón bekend dat een deel van het station in 2014 zou kunnen worden bezocht en ondernemers vanaf 2015 aan de slag zouden kunnen om het gebouw te voorzien van educatieve, commerciële en cuturele activiteiten, alsmede een hotel te realiseren. Uiteindelijk heeft het ministerie van Openbare Werken het reizigersgebouw op 15 januari 2013 op de spoorwegesplanade voor 310.602 euro verkocht aan de regering van Aragon. Tussen 2014 en 2017 werd de stationshal volledig gerestaureerd, waarbij alle decoratieve elementen in pleisterwerk en de ondergrondse toegangstunnel werden hersteld, en werden verschillende thematische rondleidingen gehouden. Tevens werden enkele historische rijtuigen en wagons, die in Canfranc geparkeerd stonden, gerestaureerd.

Restauratie

Na de regionale verkiezingen van 2015 pakte het regionale ministerie van ruimtelijke ordening, vervoer en huisvesting het restauratieproject weer op. Het nieuwe plan ging uit van het behoud van alle spoorweggebouwen en niet alleen het historische reizigersgebouw. Het prijskaartje voor dit plan werd geschat op 35,1 miljoen euro, waarvan 27 miljoen gedekt moet worden door de opbrengst van de verkoop van woningen en de herbestemming voor commercieel en toeristisch gebruik. De werkzaamheden begonnen in 2018 met de restauratie en ombouw van het reizigersgebouw tot hotel en de ombouw van het Franse deel van het emplacement tot park. In dit park staan o.a. twee restauratierijtuigen die dienstdoen als een restaurant met michelinster en drie rijtuigen, waaronder een voor ziekenvervoer, die werden ingezet voor pelgrims van/naar Lourdes. De Spaanse locomotievenloods wordt een van de drie, naast Casetas-Zaragoza en Camineral-Fuentas Claras, standplaatsen van het spoorwegmuseum van Aragón. Het Franse depot is omgebouwd tot bezoekerscentrum van de Camino de Santiago die langs het station loopt. De Franse douaneloods is deels omgebouwd tot nieuwe stationshal voor reizigersverkeer, terwijl de Spaanse douaneloods is voorzien van een zijperron en een eilandperron voor de 3 perronsporen. De nieuwe perrons zijn in april 2021 in gebruik genomen.

Hotel

In 2023 werd het voormalige reizigersgebouw heropend als vijfsterrenhotel, met 104 kamers, een eetzaal, bibliotheek, spa en fitnessruimte. De renovatiewerkzaamheden brachten de gevels terug in originele staat en binnen is de aankleding geïnspireerd op die van de jaren twintig van de twintigste eeuw, toen het spoorwegcomplex werd gebouwd. Aan de achterkant van het gebouw is een groot openbaar park aangelegd waarin verschillende elementen van de spoorwegactiviteiten worden getoond.

Treindiensten

Reizigers

Nadat de treindiensten aan de Franse kant in 1970 werden beëindigd heeft Renfe de reizigersdiensten tussen Canfranc en Jaca wel voortgezet. Hiervoor werd tot 2007 het Spaanse perron van het reizigersgebouw uit 1928 gebruikt. Daarna gebruikten de treindiensten een perron direct langs het toegangsgebouw bij de toegangsbrug over de Aragón. Sinds 2021 zijn de middellange afstandstreinen van Renfe Viajeros de enige die bij het station stoppen. Ze verbinden Zaragoza twee keer per dag in beide richtingen met Canfranc. Hoewel er geen treinverbindingen met Frankrijk zijn, exploiteert de SNCF TER-bussen die het personenvervoer tussen Canfranc en Bedous verzekeren.

Op 31 december 2019 sloot het loket, maar slechts 15 dagen later werd het heropend met personeel van Adif, dat deze dienst tijdelijk zal uitvoeren totdat het personeel van Renfe de dienst definitief overneemt.

Goederen

Tot de renovatie van de lijn reed er drie dagen per week een goederentrein met graan tussen Canfranc en Martorell (Barcelona). Dit graan dat uit Frankrijk werd geïmporteerd werd over de weg naar het station vervoerd en daar overgeslagen.

Heropening van de spoortunnel

Vrijwel meteen na de sluiting van de Somport-spoortunnel in 1970 is er de roep om heropening ervan om beide zijden van de Pyreneeën weer per spoor met elkaar te verbinden.

In navolging van het in 1986 opgerichte Creloc, een Franse vereniging die heropening van de lijn naastreeft richtten in 1993 verschillende vakbonden, milieuactivisten en pro-spoorwegverenigingen het coördinatiecomité voor de heropening van de Spoorweg Canfranc-Olorón (Crefco) op, dat hetzelfde doel heeft aals de vereniging in Frankrijk.

De heropening van de internationale lijn werd overeengekomen tijdens de bilaterale top tussen Spanje en Frankrijk in Santander in 2000. Het Franse standpunt veranderde echter in 2003 met de opening van de Somport-wegtunnel.

Sindsdien zijn belangrijke stappen gezet om de internationale heropening te realiseren. In 2016 werd het Franse deel van de lijn tussen Oloron-Sainte-Marie en Bédoules, op 37 km van station Canfranc, heropend. Deze lijn, die sinds 1980 gesloten was, werd gefinancierd door de regio Aquitaine.

Aan Spaanse zijde is de volledige renovatie van de geplande trajecten momenteel gaande of in de gunningsfase: Plasencia del Monte-Ayerbe, Ayerbe-Caldearenas en Jaca-Canfranc. Dit omvat de vernieuwing van de sporen met Iberische spoorbreedte, waarbij de dwarsliggers zijn voorbereid voor een snelle ombouw naar normaalspoor. Deze overgang is gepland volgens de convergentiecriteria voor de lijn naar Zaragoza om grensoverschrijdende interoperabiliteit te garanderen.

Tegelijkertijd worden de nodige onderzoeken voorbereid voor de Somport-tunnel: de status van de civiele werken van de tunnel, milieuaspecten en een studie naar hoe de tunnel zal worden beheerd zodra deze weer opengaat voor internationaal verkeer.

Elk jaar op 18 juli organiseert de gemeenteraad van Canfranc een historische heropvoering en herdenking van de opening van het internationale station van Canfranc, waarmee op een ludieke manier fijntjes wordt herinnerd aan het glorieuze verleden.