Station (attractie)

Het station is bij een achtbaan of attractie de plaats waar de bezoekers in- en uitstappen. Ook bevinden zich bij het station vaak de bedieningspanelen van een attractie. Bezoekers kunnen bij sommige typen attracties hun spullen achterlaten om te voorkomen dat deze tijdens de rit nat worden of kunnen vallen.
Elementen en procedures in achtbaanstations
De rail
Een station bij een achtbaan bestaat veelal uit een centraal gelegen rail die ofwel horizontaal ofwel licht vooroverhellend is gebouwd. Remmen worden gebruikt om te voorkomen dat de trein onverhoeds vooruit of achteruit kan rijden, en een speciale inrichting ontgrendelt op het einde van de rit en vergrendelt bij het vertrekken opnieuw de veiligheidsbeugels.
Wachthekken
Aan de ene zijde van de rails staan de wachtende bezoekers achter hekken klaar. Zodra de inzittenden de achtbaantrein hebben verlaten, nadat de veiligheidsbeugels zijn losgemaakt, kan een medewerker van de attractie de hekken openen, waarna men kan instappen bij de plaats die voor het specifieke hekje beschikbaar is. Bij shuttleachtbanen zijn de hekken vaak volledig sluitend gemaakt vanwege de hoge snelheid waarmee de achtbaantrein door het station rijdt.
Veiligheidsbeugels sluiten
Normaliter controleren medewerkers de beugels van iedere bezoeker alvorens de vertrekprocedure van de achtbaan kan worden gestart. Als extra veiligheidsmaatregel moeten bij alle grotere achtbanen minimaal 2 medewerkers op verschillende plekken op een startknop drukken, dit voorkomt dat een individuele medewerker een interpretatiefout kan maken en de achtbaantrein te vroeg kan wegsturen. Als extra bevatten sommige achtbanen, zoals Pulsar in Walibi Belgium, inrichtingen die de beugels automatisch sluiten.
Wegklappende of zakkende vloer of stoelen
Bij bepaalde typen achtbanen moet eerst de vloer nog worden weggeklapt. Voorbeelden zijn vloerloze achtbanen als Baron 1898 en Scream! in Six Flags Magic Mountain waarbij de vloer tussen de karretjes klapt om in- en uitstappen mogelijk te maken.
Ook bij achtbanen waarbij de voeten van de passagiers de vloer zouden raken bij het uitrijden zakt de vloer naar beneden. Dit is het geval bij de meeste Suspended Looping Coasters van Vekoma, zoals bijvoorbeeld Vampire (Walibi Belgium). Bij vliegende achtbanen gebouwd door Bolliger & Mabillard, zoals Tatsu, scharnieren de stoelen omhoog alvorens het station wordt verlaten.
Transportwielen

Om de trein na het instappen weer uit het station te krijgen zijn naast de remmen ook transportwielen aangebracht, tenzij het station licht hellend is gebouwd en de achtbaantrein dus vanzelf al vooruit het station uit rolt bij het openen van de remmen. Een voorbeeld hiervan is Weerwolf in Walibi Belgium.
Controle van de bloksecties
Alvorens de achtbaantrein het station verlaat na het vertreksignaal van de medewerkers, controleert een PLC of het baanvak waar de trein heen gaat (meestal de optakeling) vrij is. Deze vorm van baanvakbeveiliging, die lijkt op het blokstelsel bekend van de gewone treinen, voorkomt dat achtbaantreinen op elkaar kunnen botsen. Baanvakken worden gescheiden door remvakken zodat een trein in geval van nood, bijvoorbeeld als er in het volgende blok een trein is stilgevallen, stilgezet kan worden zodat treinen niet op elkaar kunnen botsen. De optakeling of lancering geldt ook vaak als baanvak, aangezien deze door de PLC in- en uitgeschakeld kan worden en er bij liftheuvels een terugrolbeveiliging op aanwezig is waardoor de trein niet achteruit kan vallen.
Bij veel achtbanen met twee treinen zijn er drie vakken of bloksecties: de optakeling/ lancering, de gehele achtbaan zelf, en het station. Als één trein in het station staat en de tweede beëindigt de baan, wordt de tweede trein geremd op de remmen vóór het station. Wanneer de eerste trein het station uitrijdt en de optakeling of lanceerstrook oprijdt, mag de tweede het station binnenrijden. Pas wanneer deze in het station is, mag de eerste trein gelanceerd worden of de optakeling afrijden om aan de baan te beginnen. Indien er géén terugrolbeveiliging zou zijn, mag er geen tweede trein op de baan rijden omdat de eerste trein bij een kettingbreuk achteruit terug het station kan invallen en zo achterwaarts op de tweede trein zou kunnen botsen.
Bij achtbanen met kleine treintjes zoals wildemuisachtbanen of met een lang baanverloop zoals megacoasters zijn er vaak remblokken (mid-course brake runs) midden op de baan aangebracht. Deze verdelen de baan verder op in extra bloksecties.
Opslag van treintjes
Buiten de openingsuren staat de achtbaantrein in het station. Bij achtbanen met meerdere treintjes is er vaak een onderhoudsloods verbonden met de rest van het baanverloop via rails. Meestal is daar één plek minder dan het aantal treintjes, dus moet er alsnog één treintje in het station overnachten.
Sommige achtbanen met meerdere treintjes hebben echter de onderhoudplaats onder het station. Buiten de openingsuren worden de treintjes, behalve één die in het station zelf achterblijft, via een lift in de kelder gezet.
Speciale achtbaanstations
Tweedelige stations
Bij sommige achtbanen is het in- en uitstappen gescheiden over 2 perrons. Een voorbeeld hiervan is F.L.Y. (Phantasialand); 1 station is alleen voor het instappen en 1 station is alleen voor het uitstappen. Nadeel hiervan is dat het station hierdoor groter moet zijn, en het vereist meer medewerkers. Een voordeel is het grotere aantal baanvakken wat meer treinen mogelijk maakt en het gelijktijdig in- of uitstappen bij twee treinen: terwijl mensen uit de ene trein uitstappen, kan in de tweede worden ingestapt en hoeft men in het station dus niet te wachten tot iedereen is uitgestapt. Bijgevolg is de capaciteit van de achtbaan hoger.
Dubbele stations

Bij achtbanen waar de passagiers in een achtbaantrein stappen met extra veel beugels of met een afwijkende stand van de stoelen, waardoor het in- en uitstappen veel tijd in beslag neemt, worden soms twee parallelle stations gebruikt. Dit maakt het mogelijk om twee achtbaantreinen tegelijk in en uit te laden en zo meer personen per uur te verwerken. Er wordt dan gebruikgemaakt van een baanwissel om afwisselend een trein naar het ene en het andere station te rijden. Dubbele stations worden vooral veel gebruikt in vliegende achtbanen waarin vaak gebruik wordt gemaakt van bewegende stoelen en extra gordels en beugels.
Voorbeelden van achtbanen met een dubbel station zijn Vliegende Hollander in de Efteling, Tatsu in Six Flags Magic Mountain, Galactica in Alton Towers, Storm Runner in Hersheypark en Superman: Ultimate Flight in Six Flags Over Georgia.
Bij tweelingachtbanen, duellerende achtbanen en möbiusachtbanen wordt ook gebruikgemaakt van een dubbel station. Deze station hebben echter geen wissel aangezien de achtbaan bestaat uit twee trajecten, de stations zijn dan ook vergelijkbaar met twee aparte normale achtbaanstations.
.jpg)
Een andere manier waarop het treintje via een dubbele station op de baan terecht komt, is het schuifstation. Hierbij komen de treintjes niet via een wissel op de baan terecht, maar is de wissel het station zelf. De wachtrij kan niet op een middeneiland eindigen omdat de rails om en om naar links en rechts glijdt. Het station is dus even breed als drie keer de breedte van de baan.
Station met een draaischijf
Enkele achtbaantreinen (meestal van shuttleachtbanen) gaan via een draaischijf van het station naar de rest van de baan, waardoor er tóch twee treintjes gebruikt kunnen worden. Een recht stuk rail bevindt zich óp de draaischijf, dus de achtbaantrein rijdt niet zachtjes rond de draaischijf, zoals bij een roterend station. Het bekendste voorbeeld is Pulsar in Walibi Belgium.
Dit is in feite een normaal station, echter ligt het station net buiten de baan. De achtbaantrein komt dus via een wissel in het station terecht in het station dat maar één in- en uitgang heeft. Onder andere de treintjes van FireChaser Express in Dollywood moeten hierdoor achteruit het station inrijden.
Stations bij andere typen attracties
Veel andere soorten attracties gebruiken stations die lijken op die van achtbanen, met over het algemeen de stations van darkrides en wildwaterbanen bij uitstek.
Heel veel attracties gebruiken, vanwege onder andere de voer- of vaartuigen, andere stationsontwerpen. Bij attracties met een oneindig treintje, die dus over de hele lay-out loopt, is het onpraktisch om de hele trein te stoppen iedere keer dat er een nieuw karretje in het station is. Ditzelfde geldt voor een systeem waarbij de voer- of vaartuigen een gemeenschappelijke aandrijving, bijvoorbeeld een sleepkabel, hebben.
Roterende stations

Een roterend station wordt gebruikt bij een ononderbroken ketting van wagons of boten of bij waterattracties waar men de boot vanwege de capaciteit of stroming niet stil wil leggen. Het platform wordt gebruikt om passagiers zowel in als uit te laten stappen terwijl het traag doordraait. Een brug die in het midden van het platform eindigt voert de passagiers aan. De absolute snelheid van het platform is in het midden kleiner dan aan de buitenzijde waardoor de overstap van het statische naar het roterende deel gemakkelijker is. Bij rapid rivers met losse boten wordt de boot klemgezet tegen het platform door een lopende band aan de andere zijde. Bij sommige attracties zoals de Gondoletta en het Carnaval Festival worden de voertuigen weleens stilgezet om rolstoelgebruikers in te laten stappen.
Voorbeelden van attracties met een roterend platform als station zijn de Gondoletta, Carnaval Festival, Piraña en Fata Morgana in de Efteling, Romus et Rapidus in Parc Astérix, Area 51 – Top Secret in Movie Park Germany en Radja River in Walibi Belgium.
Stations met loopbanden
Bij attracties waar gebruik wordt gemaakt van een ononderbroken ketting van wagons of waarbij het stilzetten van een voertuig een opstopping zou veroorzaken kan ook gebruik worden gemaakt van een loopband. De bezoeker stapt eerst op een loopband waarna deze zich in een even snel verplaatsend karretje kan stappen. Deze methode is gelijk aan het roterende station met als enige verschil dat de loopband altijd een rechtlijnige beweging maakt. Aangezien bezoekers vaak geholpen worden met instappen door medewerkers bestaan veel stations van attracties met loopbanden uit twee delen. Het eerste deel is om de inzittende bezoekers uit te laten stappen waarna in het tweede deel de volgende bezoekers kunnen instappen. Dit systeem wordt meestal gebruikt bij attracties waarbij elk individueel voer- of vaartuig weinig plaatsen heeft.
Voorbeelden van attracties met een loopband in het station zijn Droomvlucht in de Efteling, Voltron Nevera en Arthur in Europa-Park, en Geister Rikscha in Phantasialand.
Stations met lopende banden

Bij de meeste boomstamattracties, dus niet speciale gevallen zoals Wild Waterval in Avonturenpark Hellendoorn, wordt de boot langzaam door het station bewogen d.m.v. een traag lopende band terwijl ondertussen de passagiers kunnen in- en uitstappen. Er zijn ook enkele voorbeelden van andere attractietypes die gebruikmaken van een lopende band in het station, zoals bij Amazonia (Bellewaerde), maar transportbanden worden voor het overgrote deel gebruikt op boomstammetjes.
Bij de twee rapid rivers van Vekoma, zijnde Bengal Rapid River in Bellewaerde en El Rio Grande in Walibi Holland, wordt ook gebruikgemaakt van een lopende band, maar hier moeten ook de bezoekers op lopen om te kunnen instappen.