Stalag I-A

Stalag I-A
Stalag I-A (Duitsland)
Stalag I-A
Ingebruikname 1939
Gesloten 25 januari 1945
Bevrijding Januari 1945
Locatie Stablack (Bagrationovsk en Kamińsk), Oost-Pruisen
Land Vlag van Polen Polen en Vlag van Rusland Rusland
Verantwoordelijk land Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Coördinaten 54° 19 NB, 20° 27 OL
Beheerder Wehrmacht
Gevangenen zie paragraaf
Dodental 484 Belgen en vele anderen
Stalag I-A
Vlaams peloton kort voor overgave op 22 mei 1940 aan de Belgisch-Franse grens en transport naar Stalag I-A
Nationaal monument van de Stalag I-A, Chaudfontaine

Stalag I-A was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits krijgsgevangenkamp nabij Stablack in Oost-Pruisen. Tegenwoordig opgesplitst in Bagrationovsk in de Russische Kaliningrad oblast en Kamińsk in Polen.

Geschiedenis

Voorgeschiedenis

In 1934 creëerde Duitsland een 10.000 ha groot oefenveld in de buurt van Stablack. Een jaar later startte de bouw van de garnizoensstad Gartenstadt-Stablack op 50 ha van de landbouwgemeente Waldkeim. In 1939 woonden er in Stablack al 2.730 mensen.

Wereldoorlog II

Stalag I-A werd eind 1939 door Poolse krijgsgevangenen opgetrokken. Eerst enkel als een omheind gebied, vervolgens als tentenkamp en later voorzien van een veertigtal houten barakken.

Het kamp lag nabij Stablack en op zo'n 8,5 km van Eylau in Oost-Pruisen. Het was opgedeeld in een noordelijk kamp (Lager Nord) in Noord-Stablack (nu: Dolgorukovo) en een zuidelijk kamp (Lager Süd) in Zuid-Stablack (nu: Kamińsk in Polen). Het kamp met haar faciliteiten lag nabij de spoorlijn naar Zinten (nu: Kornevo in Rusland).

Stalag I-A stond onder leiding van de Duitse ⁣⁣Wehrmacht, m⁣⁣et als eerste commandant Oberstleutnant Karl Schulz, vervolgens Oberst Hartmann en de laatst gekende commandant was Oberst von Pirsch van 1942 tot 1944.[1]

Tijdens en na de Achttiendaagse Veldtocht, met de Belgische overgave op 28 mei 1940 aan de Duitse troepen, werden de eerste Belgische krijgsgevangenen naar Stalag I-A afgevoerd. Ze werden al snel gevolgd door Franse gevangenen en in 1941 na operatie Barbarossa door Russische. In 1943 arriveerden de eerste Italiaanse krijgsgevangenen.

De Vlamingen werden al zeker vanaf januari 1941 vrijgelaten op basis van de Duitse Flamenpolitik (NL: Vlamingenbeleid). Dit beleid beschouwde Vlamingen als deel van het Germaanse volk. Een politiek die niet voor de Waalse en Franstalige soldaten gold.

Veel krijgsgevangenen werden ook overgebracht naar een van de minstens 21 Arbeitskommandos, waar ze moesten werken op boerderijen. Ze voerden er handenarbeid uit onder toeziend oog van Duitse militairen. De algemene reactie van Belgische krijgsgevangenen was dat ze op de boerderijen goede en voldoende boerenkost kregen. Ze leden geen honger en konden hun arbeid op een redelijke manier uitvoeren.

Van de Belgische gevangenen keerden er 484 nooit terug. Sommigen stierven door ziekte, verwaarlozing of bombardementen, anderen bleven spoorloos.[2]

Na het vertrek van de Vlaamse soldaten, waren het waarschijnlijk de lokale Franse en Poolse gevangenen die in april 1941 begonnen aan de bouw van Stalag I-F in het noorden van de stad Suwałki. Het kamp opende in mei 1941 als Oflag 68, maar werd in juni 1942 hernoemd naar Stalag I-F.

Bij het naderen van de Russische troepen in januari 1945, werd Stalag I-A ontruimd. De gezonde gevangenen werden initieel naar het westen geëvacueerd, voordat ze uiteindelijk vrij kwamen. De gewonden werd in het kamp achter gelaten. Stalag I-A werd op 25 januari 1945 gesloten.

Nageschiedenis

Op 18 september 1960 werd in het Belgische Chaudfontaine het Nationaal monument van de Stalag 1A onthuld. Op de structuur staan de namen van de gestorven en vermiste, maar doodveronderstelde, Belgische krijgsgevangenen.

Tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 was het alleen voor ingezetenen van de Sovjet-Unie mogelijk om het gebied van Stalag I-A of de bijbehorende faciliteiten te bezoeken.

Na hun terugkeer kregen de Belgische krijgsgevangenen een herinneringsmedaille van de Oorlog 1940-1945 met twee gekruiste sabels en de medaille van de Krijgsgevangene 1940-1945 waarbij één of meerdere baretten konden worden toegekend.[3] Vlamingen kregen meestal 1 baret en Franstaligen met 5 jaar gevangenschap kregen er 5.[4]

Commando's

Op basis van de herdenkingssteen te Chaudfontaine bestonden de volgende lokale beveleenheden:

Gevangenen

Stalag I-A was een van de grootste Duitse krijgsgevangenkampen tijdens Wereldoorlog II. Het had vanaf 1941 een gemiddelde bezetting van circa 60.000 gevangenen, met een piek van 69.292 in december 1943.[5] Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF) geeft onderstaande aantallen als een momentopname per januari 1945, met uitzondering van de 163 officieren.

LandAantal
België5.411
Frankrijk15.794
Groot-Brittanniëbeperkt in tijd en aantal
Italië731
Polen4.836
Rusland26.047
Serviëbeperkt in tijd en aantal
TOTAAL52.819

Bronverwijzing