Société des Transports Intercommunaux de Charleroi

De Société des Transports Intercommunaux de Charleroi (STIC) was een vervoerbedrijf dat van 1962 tot 1991 instond voor het stadsvervoer in Charleroi.

Geschiedenis

Tram van de STIC tentoongesteld in station Palais.
Tramnet TEPCE van eind jaren vijftig (zwarte lijnen).

De STIC werd in 1962 opgericht en exploiteerde tot 1991 het stadsvervoer in de regio Charleroi. Hiermee nam de STIC de concessie over van TEPCE en erfde een tram- en busbedrijf.

Toen het bedrijf net was opgericht werden in heel België de meeste tramlijnen opgedoekt, maar de tramlijnen van STIC werden aanvankelijk grotendeels behouden. Maar tussen 1972 en 1974 werden ook de tramlijnen van de STIC verbust.

In 1991 fuseerde het bedrijf met de STIV, de STIL en het Waalse deel van NMVB tot TEC, ook wel bekend als SRWT. Sindsdien verdween het bedrijf langzaamaan uit het straatbeeld.

Hoewel er geen trams van de STIC meer reden, was het bedrijf wel betrokken bij de bouw van de Métro Léger de Charleroi.

Exploitatie

De STIC exploiteerde verschillende bus- en tramlijnen. Dit gebeurde zowel met oud, van voorgangers overgenomen materieel en met nieuw aangekochte bussen. Naast eigen exploitatie besteedde de STIC ook enkele buslijnen uit aan exploitanten.

Lijnennet (1962)

Tramlijnen:

Buslijnen:

  • 6: Charleroi Sud - Neuville - Trieu Kaisin
  • SA: Charleroi Sud - Dampremy - Alouette
  • GN: Gilly (rue Nutons) - Gilly (4 Bras)
  • GM: Gilly (Cimetière) - Montignies-sur-Sambre - Couillet
  • CA: Charleroi - Couillet - Joncret - Acoz
  • CBL: Couillet - Loverval / Bouffioulx - Châtelet

Materieel

Trams[1]

  • Motorwagens:
    • 18 tweeassige motorwagens met open balkons (genummerd 200-217), gebouwd in 1904 door Nivelles, met 18 stoelen. Later met gesloten balkons;
    • 6 tweeassige motorwagens (218-223), gebouwd in 1911 door Nivelles, met 18 stoelen;
    • 14 tweeassige motorwagens (229-242), gebouwd in 1918 door Franco-Belge met 18 stoelen;
    • 3 tweeassige motorwagens (250-251), gebouwd in 1919 door Franco-Belge voor de tram van Tasjkent maar nooit afgenomen, daarna naar de NMVB, met 24 stoelen, in 1930 naar de TEPCE gekomen en in 1955 terug naar NMVB;
    • 12 tweeassige, geheel metalen motorwagens (300-311), gebouwd in 1930 door Nivelles, met 22 stoelen;
    • 25 tweeassige, geheel metalen motorwagens (401-425), gebouwd in 1943-1944 door SELVOP te Oostende, met 24 stoelen (91 plaatsen).
  • Bijwagens:
    • 12 tweeassige bijwagens (1-12, type Gilly), gebouwd in 1904 door Nivelles, met 18 stoelen, oorspronkelijk met open balkons. In 1951-1952 gemoderniseerd;
    • 12 tweeassige bijwagens (13-24), gebouwd in 1909 door Franco-Belge, met 22 stoelen;
    • 8 tweeassige bijwagens (37-44, type Couillet), gebouwd in 1915 door Baume & Marpent, met 16 stoelen, in de jaren '50 volledig herbouwd om op motorwagens serie 400 te lijken.

Erfgoed

Bus 199
TEPCE 201 in het Musée d'Industrie (Bois du Cazier)

Enkele trams en bussen van de STIC zijn bewaard gebleven:

  • bus 199 wordt bewaard in het museum "Patrimoine Bus & Car" in Casteau;[2]
  • motorrijtuig 201 staat opgesteld in het industriemuseum in Bois du Cazier;
  • motorrijtuig 301 en bijwagen 12 zijn 40 jaar tentoongesteld geweest in metrostation Palais; in 2025 is de ATVC begonnen met een renovatie;
  • bijwagen 44 is in 2025 door de ATVC verworven voor renovatie.

ATVC

In 2024 is de stichting Association Trams Verts de Charleroi[3] (ATVC) opgericht, met als het rijdend trammaterieel van de STIC te bewaren.

In januari 2025 heeft ATVC trambijwagen 44 naar België gehaald. Deze werd in 1915 door Baume & Marpent gebouwd als tweeasser met open balkons als "type Couillet".[4] Tussen 1948 en 1955 kregen deze wagens een geheel nieuwe carosserie, gelijkend op dat van de motorwagens type 400.[5] Na de opheffing van het tramnet in 1973 werden deze wagen en de 40 aangekocht door de APPEVA ((fr) P'tit train de la Haute Somme) maar geruild voor andere wagens met de turfafgraverij Tourbières de Baupte, waar ze op het metersporige netwerk van uiteindelijk 26 km gebruikt werden. De 40 werd er midden jaren '80 gesloopt, de 44 bleef in gebruik voor excursieritten. In 2024 werd de vervening stilgelegd, en de 44 werd aan de voor dat doel opgerichte ATVC verkocht en op 31 januari 2025 naar België getransporteerd.

Op 30 juli 2024 zijn motorwagen 301 en bijwagen 12, die al 40 jaar op een sokkel stonden in station Palais van de Métro Léger de Charleroi, per spoor vervoerd naar de werkplaats Jumet, om daar gerenoveerd te worden door de ATVC.[6]

Zie de categorie Société des transports intercommunaux de Charleroi van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.