Slag om de Elsenbornrug


De Slag om de Elsenbornrug verwijst naar de meest noordelijke Duitse aanval tijdens de slag om de Ardennen. Het gebied tussen de Elsenbornrug tot Monschau was het enige deel van de Amerikaanse frontlinie dat tijdens het Ardennenoffensief werd aangevallen en waar de Duitsers er niet in slaagden om op te rukken.[1] In december 1944 was er al gevochten om het Duitse Wahlerscheid, tien km ten noordoosten van Elsenborn.
Duitse plannen
De slag speelde zich voornamelijk af op Elsenbornrug ten oosten van Elsenborn. In deze regio vormt de Elsenbornrug de meest oostelijke heuvelrug van de Ardennen, met een hoogte van meer dan 600 meter boven zeeniveau. In tegenstelling tot de streek verder naar het noorden, wessten en zuiden is deze heuvelrug op grote schaal bosvrij. Ten westen van de Elsenbornrug, waar het land in glooiende heuvels afdaalt naar de steden Luik en Spa, bevond zich een netwerk van bevoorradingsbases van de geallieerden en een goed ontwikkeld wegennet. De Duitsers wilden twee belangrijke routes door het gebied gebruiken om Antwerpen in te nemen en een afzonderlijke vrede met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië af te dwingen. De haven van Antwerpen was belangrijk voor de bevoorrading van de geallieerde troepen. De verovering van Monschau, het nabijgelegen dorp Höfen en de tweelingdorpen Rocherath en Krinkelt, net ten oosten van de Elsenbornrug, was zeer belangrijk voor het welslagen van de Duitse plannen, en Hitler zette zijn beste gepantserde eenheden in het gebied in.
De Amerikaanse 99e Infanteriedivisie was half november in dit gebied gestationeerd omdat de geallieerden dachten dat er hier waarschijnlijk geen gevechten zouden plaatsvinden. Haar manschappen waren onervaren en de divisie was verspreid over een front van 35 km en de drie regimenten stonden in de linie zonder reserves. Begin december kreeg de 2e Infanteriedivisie de opdracht om een kruispunt genaamd Wahlerscheid, aan de zuidpunt van het Hürtgenwald, te veroveren. De Duitse troepen voerden een tegenaanval uit, die de Amerikanen aanvankelijk beschouwden als een lokale verstooraanval, maar in werkelijkheid een voorbode was van de Slag om de Ardennen. De 2e divisie consolideerde haar linies en trok zich terug naar Hünningen, vervolgens naar Rocherath-Krinkelt en uiteindelijk naar de ingegraven stellingen van de 99e divisie op de Elsenbornrug.

De strijd
In een hevige, tien dagen durende strijd doorkruisten de Amerikaanse en Duitse linies vaak elkaar. Gedurende de eerste drie dagen woedde de strijd in en rond Rocherath-Krinkelt. Bij hun aanval op de Elsenbornrug zelf pasten de Duitsers effectieve gecombineerde wapentactieken toe en drongen ze meerdere keren door de Amerikaanse linies heen, maar hun aanvallen waren niet goed gecoördineerd en werden gefrustreerd door het ruige terrein en de bebouwde omgeving. Om de Duitsers terug te dringen, riep het Amerikaanse leger indirect vuur op hun eigen posities in en stuurde op een gegeven moment administratief personeel en hoofdkwartierpersoneel om hun linies te versterken. De Amerikanen hadden aanzienlijke artillerie achter de rug opgesteld en deze artillerie-eenheden bestookten herhaaldelijk de Duitse opmars. De Duitsers, hoewel ze beschikten over superieure pantservoertuigen en een numerieke overmacht, werden in bedwang gehouden door de goed voorbereide verdedigingsposities van de Amerikanen, nieuwe artilleriegranaten met tijdbuis en innovatieve tactieken, waaronder gecoördineerde artillerieaanvallen op het doelwit.

Het 6e Pantserleger slaagde er niet in zijn directe doelstellingen aan de Maas te verwezenlijken. Door het hardnekkige Amerikaanse verzet moest Kampfgruppe Peiper een alternatieve route kiezen, ver ten zuiden van Monschau en de Elsenbornrug. Peiper kon ongeveer 46 kilometer (29 mijl) westwaarts oprukken tot Stoumont, voordat zijn colonne werd tegengehouden door de 2e Infanteriedivisie, de 30e Infanteriedivisie en de 82e Luchtlandingsdivisie. Uiteindelijk raakte hij zonder brandstof en munitie. Op 24 december liet Peiper zijn voertuigen achter en trok zich met de resterende manschappen terug. Duitse gewonden en Amerikaanse gevangenen werden ook achtergelaten. [2]Volgens Peiper keerden 717 manschappen terug naar de Duitse linies van de ongeveer 2.000 die aan het begin van de operatie aanwezig waren.[3]
Tijdens de strijd leden de Amerikanen ongeveer 5.000 slachtoffers en waren er nog veel meer gewonden; de exacte Duitse verliezen zijn niet bekend, maar er waren wel veel gepantserde voertuigen bij. Terwijl de Amerikanen over aanzienlijke voorraden en voldoende troepen beschikten om hun verliezen te vervangen, konden de Duitse verliezen niet worden vervangen.
Het tankmonument te Elsenborn verwijst naar de slag.
Galerij
Gedenksteen voor de slag
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Battle of Elsenborn Ridge op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Referenties
- ↑ Zaloga, Steven J. (2003). Battle of the Bulge 1944: St Vith and the Northern Shoulder. Bloomsbury Publishing Plc, London. ISBN 978-1-84176-560-0.
- ↑ Westemeier, Jens (2007). Joachim Peiper: a biography of Himmler's SS commander. Schiffer, Atglen, Pa. ISBN 978-0-7643-2659-2.
- ↑ Parker, Danny S. (2014). Hitler's warrior: the life and wars of SS Colonel Jochen Peiper. Da Capo Press, Boston, Mass. ISBN 978-0-306-82154-7.