Sint-Sebastiaan (Delacroix)

Sint-Sebastiaan (geholpen door de heilige vrouwen)

Sint-Sebastiaan (Saint Sébastien), ook bekend als Sint-Sebastiaan geholpen door de heilige vrouwen (Saint Sébastien secouru par les saintes femmes) of Sint-Sebastiaan verzorgd door Irene (Saint Sébastien soigné par Irène), is een olieverfschilderij van Eugène Delacroix uit 1836. Het schilderij met religieus onderwerp (de marteldood van de heilige Sebastiaan) is eigendom van de Franse staat en wordt tentoongesteld in de Saint-Michelkerk van het Franse Nantua (departement Ain). Het werk is sinds 1903 beschermd als monument historique.[1]

Beschrijving

Sebastiaan was volgens de overlevering een Romeinse soldaat ten tijde van de christenvervolgingen van keizer Diocletianus. Nadat de keizer ontdekte dat hij christen was, werd hij ter dood gebracht door hem met pijlen te doorboren. Delacroix koos ervoor Sebastiaan na zijn marteldood voor te stellen. Zijn naakte lichaam leunt tegen de boom waaraan hij werd vastgebonden. Links vooraan liggen zijn helm en zijn zwaard die wijzen op zijn status als militair. Rechts zijn in de verte zijn de soldaten afgebeeld die hem hebben gedood. Irene, een Romeinse weduwe en ook een christen, draagt een zwarte kap en verwijdert al knielend voorzichtig de pijlen uit het lichaam van Sebastiaan. Een tweede vrouw, met naakte schouders, houdt een vaas met balsemvloeistof vast. Angstig kijkt ze over de schouder naar de vertrekkende beulen.

Het olieverfschilderij op doek is 278 cm breed en 213 cm hoog. Het is rechts onderaan getekend: EUG. DELACROIX 1836.[1] In het Fonds National d’Art Contemporain is het bekend onder inventarisnummer FNAC PFH-5176.[2]

De aandachtige blik van Irene staat in contrast met het wegzakkende hoofd van Sebastiaan met zijn gesloten ogen. De blik van de toeschouwer wordt getrokken naar de bloedende schouder van Sebastiaan. De verkorte weergave van het been van Sebastiaan doet denken aan oude meesters als Michelangelo of Rubens. De houding van de tweede vrouw doet denken aan de Woedende Medea van Delacroix uit 1838. Uit de voorbereidende schetsen blijkt dat beide schilderijen omstreeks dezelfde tijd zijn ontstaan. Delacroix koos ervoor de marteldood niet te idealiseren maar net de pijn te tonen door het kleurgebruik en de glaceertechniek bij het weergeven van de menselijke huid, en de focus op de bloedende wonde.

Geschiedenis

Saint-Michelkerk van Nantua

In de eerste helft van de negentiende eeuw kende de religieuze schilderkunst een bloei in Frankrijk. Na de Franse Revolutie waren veel Franse kerken ontdaan van hun kunstschatten en tijdens de Restauratie en de Julimonarchie volgden er veel bestellingen van religieuze schilderijen voor de kale kerken.

Sint-Sebastiaan was de enige inzending van Delacroix voor de Parijse salon van 1836. Het werk kreeg lovende kritieken in de pers. Gustave Planche (Chronique de Paris, 1836) vergeleek het kleurgebruik met dat van Titiaan. Thoré Burger (Le Siècle, 1837) vergeleek de compositie met die van Rafaël of de Venetiaanse School. De dichter Charles Baudelaire, die het werk in 1846 zag, loofde Delacroix als de enige in zijn tijd van ongeloof die een religieus schilderij kon maken dat niet leeg en kil is.

Het werk werd in 1836 aangekocht door de Franse staat voor een bedrag van 3.000 francs. Door de tussenkomst van Félix Girod, parlementslid voor het departement Ain, werd het werk in 1837 overgebracht naar de Saint-Michelkerk in Nantua.[2] In 1869 verkocht de kerkfabriek het schilderij voor een bedrag van 23.000 francs aan een kunsthandelaar om een nieuw orgel te bekostigen. Deze verkoop zorgde voor opschudding en werd door de rechtbank van Lyon ongedaan gemaakt omdat het werk toebehoorde aan de staat en onvervreemdbaar was. Hierop probeerde het Louvre verschillende malen om het werk toe te voegen aan zijn collectie. Het museum riep in dat het werk in slechte omstandigheden werd bewaard. Maar dit werd telkens geweigerd door het gemeentebestuur van Nantua, zelfs nadat het Louvre een ruil met een werk van Philippe de Champaigne had voorgesteld.

Tentoonstellingen

In 1846 verliet het werk Nantua en was het opnieuw te zien op de Parijse salon. Het werk werd ook tentoongesteld op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Het was verder te zien in:[1]

Afbeeldingen

Bronnen

  • (fr) Un chef d'oeuvre de Delacroix à Nantua. Patrimoine(s) de l'Ain. Département de l'Ain. Geraadpleegd op 20 november 2025.
  1. 1 2 3 (fr) Tableau : saint Sébastien secouru par les saintes femmes. POP : la plateforme ouverte du patrimoine. Ministère de la Culture (26 september 2025). Geraadpleegd op 20 november 2025.
  2. 1 2 (en) Saint Sebastian Tended by the Holy Women. The Met. Geraadpleegd op 20 november 2025.