Sickinghehuis

Sickinghehuis
Het Sickinghehuis anno 1916
Het Sickinghehuis anno 1916
Locatie
Plaats GroningenBewerken op Wikidata
Adres Herestraat 83Bewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Status gesloopt in 1935
Gereed ca. 1549
Eigenaar Johan II Sickinghe
Feijo II Sickinghe
Johan III Sickinghe
klooster Yesse (1589-1601)
Bovengrondse etages 2
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Sickinghehuis was een pand in de stad Groningen. Het was, naast de Sickingheburg te Warffum en het Huis te Sickinghe te Zuidwolde, een stamhuis van de adellijke familie Sickinghe. Tussen 1589 en 1601 diende het huis als refugium voor de nonnen van het klooster Yesse. Sinds 1938 bevindt zich op deze locatie het monumentale bedrijfsverzamelgebouw De Faun.

De ruilakte van 16 december 1589, gesloten tussen abdis Remke Neinges, kelner Johannes Gerhardi, senioersche Gysele Jarges en het klooster Yesse aan de ene zijde, en Johan III Sickinghe, vertegenwoordigd door zijn voogd Harmen Sickinghe en de toeziende voogden Wigbolt Lewe en Wigbolt van Isselmuden, aan de andere zijde

Geschiedenis

Het huis werd rond 1549 in opdracht van Harmen Gijsens gebouwd. Oorspronkelijk stond het op de plek waar vroeger de stadsgracht en de stadswal van Groningen liepen. Deze verdedigingswerken waren echter overbodig geworden nadat de stad naar het zuiden was uitgebreid.

In 1555 kwam het pand in handen van Harmens schoonzoon, dr. Johan II Sickinghe, destijds burgemeester van de Stad en telg uit het adellijke geslacht Sickinghe. De familie bezat al in de 15e eeuw een huis aan de Oude Boteringestraat dat bekendstond als het Sickinghehuis. In 1457 werd dit eerdere familiebezit echter door Evert Sickinghe en zijn broer Feyo I Sickinghe verkocht aan de eveneens invloedrijke familie Onsta. Na de aankoop door Johan II stond het huis aan de Herestraat sindsdien bekend als het Sickinghehuis.

Na het overlijden van Johan II ging het bezit over op zijn zoon, jonker Feijo II Sickinghe. Deze Feijo, die net als zijn vader heer van Warffum en de Sickingheburgh was, werd tussen 1577 en 1578 samen met zijn broer Harmen Sickinghe, in een conflict tussen de stad Groningen en de Ommelanden, door de stad langdurig gevangen genomen.

Na het vroege overlijden van Feijo II in 1579, hij was slechts 33 jaar oud, kwam het huis in handen van Feijo’s 3 jaar oude zoon, jonker Johan III Sickinghe. Deze Johan zou uitgroeien tot een van de machtigste personen van Stad en Lande.

Klooster Yesse

De zusters van het cisterciënzer-vrouwenklooster Yesse kregen aan het einde van de 16e-eeuw veel te maken met het oorlogsgeweld in de Ommelanden. De zusters verbleven vanwege hun veiligheid regelmatig bij familieleden in de stad Groningen. Toen de onrust echter aanhield, besloten de zusters in de Stad op zoek te gaan naar een permanent toevluchtsoord. In 1589 deden zij een grote goederenruil met de Groningse jonkheer Johan III Sickinghe, een machtige figuur en grootgrondbezitter in Noord-Groningen. De zusters kregen het Sickinghehuis als refugium, terwijl Johan in ruil daarvoor meerdere rentebrieven kreeg, samen met de rechten op heerland ter grootte van 13,5 juk en diverse percelen in de kerspelen Breede, Warffum, Baflo en Den Andel met een gezamenlijke omvang van 81 juk.

Zestien zusters van Yesse trokken in datzelfde jaar in het Sickinghehuis, waar zij hun gemeenschap voortzetten tot 1601. In dat jaar werd het pand door Stad en Lande verkocht, waarmee het verblijf van de zusters in Groningen eindigde. Sinds dat moment stond het huis ook bekend als het Esserhuis.

Trivia

  • In de binnenstad van Sneek bestond tussen 1560 en 1839 het Sikkingahuis. Of deze stins, die in dezelfde periode werd gebouwd, een verband heeft met het geslacht Sickinghe is onbekend.