Seth Barton
| Seth Maxwell Barton | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Geboren | 8 september 1829 Fredericksburg, Virginia | |
| Overleden | 11 april 1900 Washington D.C. | |
| Rustplaats | City Cemetery Fredericksburg, Virginia | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1849-1861 (USA) 1861-1865 (CSA) | |
| Rang |
| |
| Slagen/oorlogen | Amerikaanse Burgeroorlog | |
| Ander werk | chemicus | |
Seth Maxwell Barton (Fredericksburg, 8 september 1829 – Washington D.C., 11 april 1900) was een Amerikaans militair en chemicus. Na een loopbaan van twaalf jaar bij het United States Army nam hij bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog dienst in het Confederate States Army waar hij opklom tot de rang van brigadegeneraal.
Vroege jaren
Seth M. Barton werd geboren op 8 september 1829 in Fredericksburg, Virginia. Hij was de zoon van Thomas Bowersbank Barton (1792-1871) en Susan Catherine Stone (1796-1875). Na zijn schooltijd werd hij op vijftienjarige leeftijd toegelaten tot de United States Military Academy in West Point. Hij studeerde af in 1849. Barton diende in verschillende forten en grensposten in het New Mexicoterritorium en Texas waar hij deelnam aan gevechten tegen de Comanche. In 1861 werd hij bevorderd tot kapitein.
Amerikaanse Burgeroorlog
Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog en de secessie van zijn thuisstaat nam Barton ontslag uit het United States Army. Hij nam dienst in het Confederate States Army en werd aangesteld als luitenant-kolonel in het 3rd Arkansas Infantry Regiment. Met zijn regiment diende hij onder generaal Robert E. Lee en zag actie tijdens de veldslagen van Cheat Mountain en Greenbrier River. Tijdens de veldtocht in de Shenandoahvallei van 1862 diende Barton als hoofdingenieur onder generaal-majoor Stonewall Jackson.
Op 11 maart 1862 werd Barton bevorderd tot brigadegeneraal. Hij werd naar het Departement of East Tennessee gestuurd waar hij diende onder generaal-majoor Edmund Kirby Smith. Barton werd bevelhebber van de 4th brigade. Deze bestond uit regimenten uit Alabama en Georgia en Anderson's Virginia battery. Met zijn brigade nam hij deel aan de Slag bij Cumberland Gap. Daarna werd hij overgeplaatst naar de divisie van generaal-majoor Carter L. Stevenson in Vicksburg, Mississippi. Na de nederlaag bij Champion Hill werd het Zuidelijke leger onder leiding van luitenant-generaal John C. Pemberton belegerd in Vicksburg. Na de overgave van de stad op 4 juli 1863 werd Barton, samen met bijna 30.000 andere soldaten, gevangen genomen.
Na zijn vrijlating keerde Barton terug naar het oostelijke front waar hij het commando kreeg over de oude brigade van Lewis Armistead. Deze brigade maakte deel uit van generaal-majoor George Picketts divisie. Zijn brigade werd rond Kinston, North Carolina gestationeerd voor de rest van 1863. Barton voerde het bevel over de voorste eenheden tijdens de opmars naar New Bern in februari 1864. Hij werd echter door Pickett gerapporteerd wegens te weinig samenwerking. Barton werd overgeplaatst naar de divisie van generaal-majoor Robert Ransom bij Drewry's Bluff. Na de Slag bij Proctor's Creek en ondanks zijn moedig optreden werd Barton opnieuw beschuldigd van laksheid en ontheven van zijn commando. Zijn brigade werd overgenomen door kolonel Birkett D. Fry.
Door tussenkomst van andere officieren werd Barton opnieuw aangesteld als brigadegeneraal. Hij kreeg het bevel over een brigade in de divisie van luitenant-generaal Richard Ewell. Barton bleef met zijn brigade in Chaffin's Farm tot het moment waarop Richmond ontruimd werd. Hij trok zich samen met de eenheden van generaal-majoor George Washington Custis Lee terug. Uiteindelijk werd Barton, samen met acht andere generaals, gevangen genomen op 6 april 1865 tijdens de Slag bij Sayler's Creek. Hij werd drie maanden opgesloten in Fort Warren bij Boston, Massachusetts. Barton werd vrijgelaten nadat hij een eed van trouw aan de Unie had gezworen.
Latere jaren
Na de oorlog keerde hij terug naar Fredericksburg waar hij aan de slag ging als chemicus. Terwijl hij zijn zoon bezocht in Washington D.C. overleed hij op 11 april 1900 aan de gevolgen van een slepende hartziekte.[1] Barton werd begraven op het City Cemetery in Fredericksburg, Virginia.
Zie ook
Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Voetnoten
- ↑ Welsh, Jack D. Medical Histories of Confederate Generals. p.15
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Seth Barton op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Eicher, John H., and David J. Eicher, Civil War High Commands. Stanford: Stanford University Press, 2001. ISBN 978-0-8047-3641-1.
- Linedecker, Clifford L., ed. Civil War A-Z: The Complete Handbook of America's Bloodiest Conflict. New York: Ballantine Books, 2002. ISBN 0-89141-878-4
- Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. ISBN 978-0-8160-1055-4.
- Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. ISBN 978-0-8071-0823-9.
- Welsh, Jack D. Medical Histories of Confederate Generals. Kent, OH: Kent State University Press, 1995. ISBN 0-87338-505-5
