Serotoninesyndroom
Het serotoninesyndroom is een vergiftiging met serotonine door gebruik van medicijnen die de serotonine-spiegel verhogen.[1] Het syndroom wordt meestal veroorzaakt door minimaal twee geneesmiddelen die de serotonine-spiegel verhogen, waarvan minimaal één SSRI of MAO-remmer. Paroxetine is een van de geneesmiddelen die zelfstandig het syndroom kan uitlokken.[1] Kort na het verhogen van de dosis of na toevoegen van een tweede serotonerg middel kan het syndroom ontstaan.
Het precieze mechanisme is nog niet opgehelderd, maar men gaat uit van een veranderde gevoeligheid van serotoninereceptoren in het ruggenmerg en de hersenstam. De symptomen bij dit syndroom staan beschreven in de tabel hieronder. De diagnose wordt gesteld bij aanwezigheid van drie hoofd- en twee nevensymptomen.De behandeling van het serotoninesyndroom vindt plaats in het ziekenhuis en bestaat voornamelijk uit het stoppen van alle veroorzakende (serotonine-verhogende) geneesmiddelen. Bij hoge koorts wordt men op de intensive care behandeld. Benzodiazepinen kunnen de spiertrekkingen verminderen. In ernstiger gevallen, kan men overwegen cyproheptadine (serotonine-remmer) te geven. De meeste patiënten herstellen in de loop van enkele dagen tot weken. Het serotoninesyndroom verloopt zelden fataal doch is indien niet tijdig behandeld in potentie dodelijk.
Geneesmiddelen die alleen of in combinatie het serotoninesyndroom kunnen veroorzaken zijn: SSRI’s, SNRI's (venlafaxine, duloxetine), MAO-remmers, TCA’s, trazodon, dextromethorfan, mirtazapine, L-Tryptofaan, amantadine, cocaïne, bromocriptine, levodopa, carbidopa, selegiline, pergoline, dihydroergotamine, triptaan, tramadol, morfine, carbamazepine, lithium, sibutramine, buspiron, bupropion, pethidine en Sint-Janskruid. Daarnaast ook de volgende stoffen: amfetamine en MDMA.
| Aandachtsgebied | Hoofdsymptomen | Nevensymptomen |
| Psychisch | Verwardheid
(semi)coma |
hyperactiviteit
agitatie |
| Autonoom | koorts/hyperthermie
hypertranspiratie |
tachycardie
tachypnoe |
| Neuromusculair | (myo)clonus
hypertonie |
incoördinatie
mydriase |
Interacties en bijkomende risico’s
Onderzoeken van de afgelopen jaren beschrijven dat het syndroom vaker optreedt bij gelijktijdig gebruik van meerdere serotonerge middelen, zoals antidepressiva in combinatie met opioïden of hoestmiddelen die de serotonerge transmissie beïnvloeden.[2] Hierbij is herhaaldelijk beschreven dat vroege herkenning van neuromusculaire symptomen, zoals tremoren en toegenomen reflexen, vaak de eerste aanwijzing vormt.
Daarnaast zijn in verschillende publicaties zorgen geuit over interacties tussen linezolid, een oxazolidinon-antibioticum met MAO-remmende eigenschappen, en serotonerge middelen. Een systematische review liet zien dat de kans op serotonine-toxiciteit aanwezig is, al blijft de gemelde incidentie laag.[3]
Gebruik van recreatieve middelen die serotonine beïnvloeden, zoals MDMA, is eveneens een bekende risicofactor. Studies tonen aan dat hoge doseringen MDMA zowel het risico op serotoninesyndroom als op neurotoxiciteit verhogen.[4]
Diagnostiek
Verschillende diagnostische criteria zijn in gebruik, waaronder de Hunter-criteria. Zij leggen sterk de nadruk op spontane clonus, inducibele clonus in combinatie met agitatie of zweten, tremor met hyperreflexie, en hypertonie bij lichaamstemperaturen boven 38 graden. Deze criteria worden internationaal het vaakst toegepast.[5] Een meta-analyse van casusbeschrijvingen laat zien dat de presentatie soms atypisch is, wat de diagnose in een vroeg stadium kan bemoeilijken.[6]
Preventie
Belangrijk bij het voorkomen van serotoninesyndroom is het vermijden van risicovolle combinaties. Dit geldt vooral bij start of dosisverhoging van antidepressiva, toevoeging van middelen zoals tramadol of dextromethorfan, en gebruik van kruidenpreparaten die de serotonerge transmissie beïnvloeden.[7] Ook bij recepten voor antibiotica zoals linezolid wordt sinds enkele jaren vaker gekeken naar gelijktijdig gebruik van serotonerge medicatie.
- 1 2 (1 september 2003). Het serotoninesyndroom. Geneesmiddelenbulletin 37 (7): 82-85. ISSN: 0304-4629. Gearchiveerd op 15 februari 2015.
- ↑ van der Bijl, Ebrina, Serotoninesyndroom symptomen. natuurlijkpresteren.nl (9 juli 2025). Geraadpleegd op 29 november 2025.
- ↑ SanFilippo, S., Turgeon, J., Michaud, V., Nahass, R. G., Brunetti, L. (2023). The Association of Serotonin Toxicity with Combination Linezolid–Serotonergic Agent Therapy: A Systematic Review and Meta-Analysis. Pharmacy 11 (6): 182. DOI: 10.3390/pharmacy11060182.
- ↑ Parrott, A. (2002). Recreational Ecstasy/MDMA, the serotonin syndrome, and serotonergic neurotoxicity. Pharmacology Biochemistry And Behavior 71 (4): 837–844. DOI: 10.1016/s0091-3057(01)00711-0.
- ↑ Simon, L. V., Serotonin syndrome. StatPearls (2 maart 2024).
- ↑ Werneke, U., Jamshidi, F., Taylor, D. M., Ott, M. (2016). Conundrums in neurology: diagnosing serotonin syndrome – a meta-analysis of cases. BMC Neurology 16 (1). DOI: 10.1186/s12883-016-0616-1.
- ↑ Perananthan V, Buckley NA, Opioids and antidepressants: which combinations to avoid. Australian Prescriber (1 april 2021). Geraadpleegd op 29 november 2025.