Selig Polyscope Company

Selig Polyscope Company
Logo
Selig Polyscope Company
Locatie
Land van hoofdzetel Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Hoofdkantoor Chicago
Industrie en producten
Industrie(ën) filmproductieBewerken op Wikidata
Producten/diensten filmBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Oprichting 1896
Opheffing 1918
Bedrijfsstructuur
Oprichter(s) William Selig
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Selig Polyscope Company was een Amerikaanse filmproductiemaatschappij uit het tijdperk van de stomme film die actief was van 1896 tot 1918. Het bedrijf produceerde honderden korte stomme films, waaronder de eerste films met Tom Mix, Harold Lloyd, Colleen Moore en Roscoe "Fatty" Arbuckle in de hoofdrollen. Selig Polyscope richtte ook de eerste permanente filmstudio van Zuid-Californië op.[1]

Geschiedenis

De Selig studio in Chicago (1916)

De Selig Polyscope Company werd in 1896 opgericht door William Selig in Chicago. Selig werkte aanvankelijk als vaudeville-goochelaar in het Midden-Westen en vervolgens als minstrel show-operator in Californië.[1] Bij zijn terugkeer naar Chicago stapte hij in de filmindustrie met zijn eigen fotografische apparatuur,[2] vrij van de patentbeperkingen die werden opgelegd door bedrijven onder controle van Thomas Edison. In 1896 draaide hij met hulp van Union Metal Works en Andrew Schustek zijn eerste film, The Tramp and the Dog.

Vervolgens produceerde het bedrijf met succes slapstickkomedies, reisdocumentaires en bedrijfsfilms. In 1909 had Selig studiofaciliteiten in Chicago en Los Angeles en distribueerde het bedrijf ook titels van andere studio's. In datzelfde jaar maakte Roscoe Arbucle zijn filmdebuut in een korte komedie van Selig.

De beginjaren van het bedrijf werden geteisterd door juridische problemen vanwege geschillen met advocaten die de belangen van Thomas Edison vertegenwoordigden.[3] In 1908 troffen Selig en diverse andere studiodirecteuren een schikking met Edison door een alliantie met de uitvinder te sluiten.[4] Met de Motion Picture Patents Company vormden ze een kartel dat de industrie enkele jaren domineerde, totdat het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1913 en 1915 oordeelde dat het bedrijf een illegaal monopolie was.[5][6]

In 1910 produceerde Selig Polyscope een geheel nieuwe verfilming van The Wonderful Wizard of Oz. Het bedrijf produceerde de eerste commerciële film met twee filmspoelen, Damon and Pythias, distribueerde met succes zijn films in het Verenigd Koninkrijk en had enkele jaren een kantoor in Londen tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Selig Polyscope een breed scala aan bewegende beelden produceerde, was het bedrijf vooral bekend om zijn korte films over wilde dieren, historische onderwerpen en vroege westerns.

De Eerste Wereldoorlog betekende echter het begin van het einde voor Selig Polyscope: de oorlog begon de uitgebreide Europese activiteiten van het bedrijf te ondermijnen en na afloop van de oorlog schakelde de filmindustrie over op duurdere langspeelfilms. Onder deze omstandigheden kon Selig Polyscope niet concurreren en stopte in 1918 met het produceren van films.

Edendale

De Selig studio in Edendale (ca. 1910)

In 1909 richtte Selig zijn studio op in Edendale, een district in Los Angeles.[2] Aan de basis van deze beslissing lagen het milde, droge klimaat van Zuid-Californië, het gevarieerde landschap voor opnames op locatie en de bescherming tegen Edisons juridische vertegenwoordigers aan de oostkust. De studio begon bescheiden, met regisseur Francis Boggs in een gehuurde bungalow, maar breidde snel uit.[7]

Een vroege productie daar was The Count of Monte Cristo. Edendale werd al snel het hoofdkantoor van Selig Polyscope, maar in 1911 werd Boggs vermoord door een Japanse tuinman die Selig ook verwondde. Het bedrijf produceerde honderden korte films in Edendale, waaronder veel vroege westerns met Tom Mix.[2][8]

In 1912 bracht Selig Polyscope The Coming of Columbus uit.[2] De film werd beschreven als "de sensatie van de filmwereld" en "de duurste, meest uitgebreide en meest wonderbaarlijke grafische film ooit gemaakt". De film, bestaande uit drie filmrollen, portretteerde "de belangrijke gebeurtenissen in het leven en de ontdekkingen van Christoffel Columbus" die "met historische nauwkeurigheid" werden weergegeven. De ontwikkeling van de film duurde drie jaar en kostte destijd zo'n $ 50.000.[9]

Selig Polyscope maakte ook tientallen zeer succesvolle korte films met wilde dieren in exotische omgevingen, waaronder een populaire reconstructie van een Afrikaanse safarijacht door Teddy Roosevelt.[2] In 1914 maakte Selig veertien korte experimentele "praatfilms" met de Schotse acteur Harry Lauder.[10]

De "cliffhanger"

In 1913 produceerde Selig, in samenwerking met de Chicago Tribune, The Adventures of Kathlyn, een serial film waarmee een nieuw plotelement geïntroduceerd werd, de zogenaamde cliffhanger.[11] Het verhaal van elk hoofdstuk werd gelijktijdig in de krant gepubliceerd. Een combinatie van wilde dieren, slimme dramatische actie en actrice Kathlyn Williams resulteerde in aanzienlijk succes. De oplage van de Tribune steeg naar verluidt met tien procent en een dans en een cocktail werden naar Williams vernoemd, wiens beeltenis naar verluidt op meer dan 50.000 ansichtkaarten werd verkocht.

Hearst-Selig News Pictorial

Hearst-Selig News Pictorial werd in 1914 opgericht door de Selig Polyscope Company en de Hearst Corporation.[2] Eind 1915 werd de samenwerking tussen Hearst en Selig verbroken. Selig bleef journaals produceren in samenwerking met de Chicago Tribune, terwijl Hearst Vitagraph gebruikte voor de productie van de Hearst-Vitagraph News Pictorial-serie.

V-L-S-E, Inc.

In 1915 sloot Selig een overeenkomst met Vitagraph Studios, Lubin Manufacturing Company en Essanay Studios om een filmdistributiepartnerschap te vormen, bekend als V-L-S-E, Incorporated.[12]

Selig Zoo

Rond 1913 richtte Selig een dierentuin op in Oost-Los Angeles om te dienen als thuisbasis voor de meer dan 700 wilde dieren die optraden in zijn films.[1] Ook verhuisde hij zijn filmstudio daarheen.[13] Op 20 juli 1915 ging de dierentuin open voor het publiek.[14] Na het afstoten van de filmactiviteiten in 1918 had Selig plannen om de locatie uit te breiden tot een groot pretpark en resort genaamd Selig Zoo Park, met vele mechanische attracties, een hotel, een groot zwembad, theaters en restaurants. Selig rekende op duizenden bezoekers per dag, maar er werd uiteindelijk slechts één draaimolen gebouwd en de menigte kwam nooit.

Hoewel Selig een tijdje ruimte op het terrein kon verhuren voor opnamen met wilde dieren en andere projecten, was de locatie ver verwijderd van de bloeiende Hollywood-filmindustrie in Downtown Los Angeles en werd de Selig Zoo al snel gereduceerd tot een verhuurbedrijf van dieren. Het pretpark en de dierentuin raakten in verval tijdens de crisis van de jaren 1930 en in 1935 sloot de dierentuin definitief zijn deuren.[15]

Het leeuwen- en tijgerpavilioen van de Selig Zoo (1915)

Films (selectie)

Reclame voor Lost in the Arctic (1911)
Filmaffiche voor Wamba Child of The Jungle (1913)
Zie de categorie Selig Polyscope Company van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.