Segelflugzeugführerabzeichen

Segelflugzeugführerabzeichen
Het Segelflugzeugführerabzeichen.
Het Segelflugzeugführerabzeichen.
Uitgereikt door Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Type Steckkreuz
Bestemd voor Personeel van de Luftwaffe wat de opleiding tot zweefvliegtuig piloot succesvol hadden gevolgd.
Status In onbruik geraakt
Beschrijving Zie het versiersel
Statistieken
Instelling 16 december 1940[1][2][3][4][5][6][7]
Eerst uitgereikt 1942
Totaal uitgereikt Onbekend
Volgorde
Volgende (hoger) Geen
Gelijkwaardig Flieger-Erinnerungsabzeichen
Volgende (lager) Geen
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

Segelflugzeugführerabzeichen (Nederlands: Insigne voor Zweefvliegtuigpiloten) werd op 16 december 1940 door de rijksminister van Luchtvaart en opperbevelhebber van de Luftwaffe, Hermann Göring ingesteld.

Het insigne kon worden toegekend aan leden van de Luftwaffe die zich hadden onderscheiden en hun waarde hadden bewezen na het behalen van hun zweefvliegbrevet (L). Het is een van de zeldzaamste functionele onderscheiding van de Luftwaffe.

Geschiedenis

Het oorspronkelijke idee om een functionele onderscheiding voor vrachtzweefvliegtuigpiloten te creëren kwam van de 7. Flieger-Division (een luchtlandingseenheid) onder het bevel van Generalleutnant Richard Putzier. De staatssecretaris en Generalfeldmarschall van het Rijksluchtvaartministerie Erhard Milch verzocht vervolgens de 7. Flieger-Division om een aantal ontwerpen in te dienen, wat zij vervolgens ook deden.[7]

Nadat Göring het ontwerp van de Berlijnse grafisch kunstenaar Wilhelm Ernst Peekhaus had goedgekeurd, produceerde de firma C.E. Junker uit Berlijn een eerste prototype en pas iets later, in de herfst van 1940, begon de productie van het insigne.

Het versiersel

Het hoogovaalvormige versiersel toont in het midden op de krans ligt een Luftwaffe-adelaar, wat symbool staat voor het glijden en zweven van een vrachtzweefvliegtuig. De krans is van eikenbladeren met de afmetingen van: 55 mm hoog en 42 mm breed.[2][7] Op het onderste snijpunt van de krans is het hakenkruis te zien. De afmetingen van de Luftwaffe adelaar: 55 mm spanwijdte en hoogte 15 mm.[7] Aan de achterkant is het met twee klinknagels aan de krans bevestigd.[2]

Het insigne werd gemaakt van tombak (een koper-zinklegering die op goud lijkt) (later fijn zink).

De opdracht voor de productie van de vele insignes werd voornamelijk aan de Berlijnse firma C.F. Juncker en de gebroeders Schneider in Wenen gegund.

Het versiersel werd gepresenteerd in een donkerblauwe cassette met stencil opschrift in gouden[8][9], Angolia vermeldt: zilveren[2] gotisch schrift. Het heeft aan de binnenzijde een blauwe satijnen voering aan de bovenkant en een blauwe fluwelen voering aan de onderkant. Een oorkonde ondertekend door de bevelvoerend officier of de verantwoordelijke officier voor onderscheidingen en het zweefvliegbrevet (L).[2][6]

Kwalificatie voor toekenning

Het insigne kon alleen worden toegekend aan actieve militairen, zelfs degenen met verlof, mits ze de vereiste proefperiode hadden voltooid en een zweefvliegbrevet (L) hadden behaald. Hetzelfde gold voor ambtenaren en leden van het ingenieurs- en navigatiekorps tijdens hun verlof. Indien de gedecoreerde van het insigne (of een andere Luftwaffe insigne) minstens vier jaar had gehad en eervol met pensioen was gegaan bij de Luftwaffe, ontving hij of zij in plaats daarvan de Flieger-Erinnerungsabzeichen; deze werd eerder toegekend in geval van ontslag vanwege ongevallen buiten de eigen wil.

Draagwijze

Het insigne werd als Steckabzeichen op de linkerborstzak gedragen, net onder het IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse of een daaraan gelijkwaardige militaire onderscheiding.[5][2][3] De stoffen variant van het insigne werd ook toegestaan op het flying suit.[10]

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de capitulatie van Duitsland verboden de geallieerde mogendheden het dragen van Duitse onderscheidingen, waaronder die van vóór 1918. In de DDR bleef dit verbod onverkort van kracht.

Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit die het dragen van onderscheidingen met hakenkruizen of SS-runen verbood. Het dragen, verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van dergelijke insignes werd sindsdien wettelijk gereguleerd. Een aantal onderscheidingen werd daarna in een “gedenazificeerde” uitvoering opnieuw toegestaan, waarbij het hakenkruis en soms ook de adelaar werden verwijderd.[11]

Zie ook