Flieger-Erinnerungsabzeichen

Flieger-Erinnerungsabzeichen
Het Flieger-Erinnerungsabzeichen.
Het Flieger-Erinnerungsabzeichen.
Uitgereikt door Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Type Steckkreuz
Bestemd voor Luftwaffe personeel dat eervol uit hun vliegende dienst was ontslagen, waaronder piloten, waarnemers, boordschutters en parachutisten.
Status In onbruik geraakt
Beschrijving Zie het versiersel
Statistieken
Instelling 26 maart 1936[1][2][3][4][5][6]
Totaal uitgereikt Onbekend
Postume
uitreikingen
Ja
Volgorde
Volgende (hoger) Geen
Volgende (lager) Geen
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

Het Flieger-Erinnerungsabzeichen (Nederlands: herinneringsinsigne voor vliegers) werd op 26 maart 1936 door de rijksminister van Luchtvaart en opperbevelhebber van de Luftwaffe, Hermann Göring ingesteld.

Het versiersel

Het insigne is hoogovaalvormig. In het midden bevindt zich een adelaar van de Luftwaffe die op een rots zit met neergeslagen vleugels. Aan de onderzijde van de krans bevindt zich een hakenkruis. De krans bestaat uit een eikenkrans. De afmetingen zijn 54 mm hoog en 42 mm breed.

Het insigne werd vervaardigd in geoxideerd zilver (nikkelzilver) en kreeg daardoor een grijsachtige kleur.[2][6] In 1937 werd de productie gewijzigd naar aluminium.[2][6] Het werd uit één stuk geslagen[6] en geproduceerd door C. E. Juncker.

Bij uitreiking werd een oorkonde verstrekt, voorzien van een facsimile van het insigne bovenaan en ondertekend door de daarvoor bevoegde officier.[6]

Kwalificatie voor toekenning

  • De ontvanger moest het Flugzeugführer-/Militär-Flugzeugführer-Abzeichen minimaal vier jaar tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben gedragen, of een diensttijd hebben van ten minste vijftien jaar.[2][6][5]
  • Het insigne werd toegekend aan vliegend personeel dat eervol uit de dienst werd ontslagen, waaronder piloten, waarnemers, boordschutters en parachutisten.
  • Personen die door een vliegongeval invalide waren geraakt, kwamen eveneens in aanmerking.[2][6][5]
  • Bij overlijden tijdens de dienst werd het insigne postuum aan de nabestaanden uitgereikt.[2][6]

Draagwijze

Het insigne werd als Steckabzeichen op de linkerborstzak gedragen.[7] Er bestond tevens een stoffen uitvoering; het officiersmodel was uitgevoerd in goudborduursel.[8]

Gedecoreerden

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de capitulatie van Duitsland verboden de geallieerde mogendheden het dragen van Duitse onderscheidingen, waaronder die van vóór 1918. In de DDR bleef dit verbod onverkort van kracht.

Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit die het dragen van onderscheidingen met hakenkruizen of SS-runen verbood. Het dragen, verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van dergelijke insignes werd sindsdien wettelijk gereguleerd. Een aantal onderscheidingen werd daarna in een “gedenazificeerde” uitvoering opnieuw toegestaan, waarbij het hakenkruis en soms ook de adelaar werden verwijderd.[11]

Zie ook