Schnellboot-Kriegsabzeichen

Schnellboot-Kriegsabzeichen
Het Motortorpedobootoorlogsinsigne.
Het Motortorpedobootoorlogsinsigne.
Uitgereikt door Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Type Steckkreuz
Status In onbruik geraakt
Beschrijving zie ontwerp
Statistieken
Instelling 30 mei 1941[1][2][3][4][5]
Totaal uitgereikt 1900[6]
8 (briljanten)[6]
Postume
uitreikingen
Ja, nabestaanden
Volgorde
Volgende (hoger) Motor­torpedo­boot­oorlogs­insigne met Briljanten, Marine-Frontspange[7]
Gelijkwaardig Torpedobootjager-Oorlogsinsigne
Volgende (lager) Geen
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

Het Schnellboot-Kriegsabzeichen (Nederlands: Motortorpedobootoorlogsinsigne) werd op 30 mei 1941 door de opperbevelhebber van de Kriegsmarine de Großadmiral Erich Raeder ingesteld.

Ontwerp

Het ontwerp was van de Berlijnse grafisch kunstenaar Wilhelm Ernst Peekhaus.[2][3][8] Het insigne werd in twee versies vervaardigd. De oorspronkelijke versie uit 1941 bestond uit een "kortere, hoge-silhouet" S-boot met een buitenste gouden lauwerkrans van eikenbladeren, met bovenaan de Duitse adelaar die een hakenkruis vasthield. De tweede, latere versie werd geïntroduceerd in januari 1943. Deze had hetzelfde basisontwerp, maar met een "langere en nieuwere" S-boot en een grotere adelaar bovenaan.

Instellingsbeschikking

Op 30 mei 1941 werd in het Reichsgesetzblatt de instellingsbeschikking[4] voor het Motortorpedobootoorlogsinsigne gepubliceerd.

  • 1. Met zeemansmoed en niets ontziende inzet hebben onze motortorpedoboten vele succesvolle aanvallen tegen de vijand ondernomen en bij gedurfde aanvalstochten menig Brits oorlogsschip en handelsschip naar de zeebodem gestuurd. Als erkenning voor deze daden gelast ik de invoering van het Motortorpedobootoorlogsinsigne.
  • 2. Het insigne kan worden verleend aan de bemanningen van de motortorpedoboten (inclusief de gesneuvelde of overleden soldaten en andere gerechtigde kandidaten). De toekenning geschiedt door de commandant van de motortorpedoboten (Führer der Torpedoboote (F.d.T)).

Kwalificatie voor de toekenning

Op 17 juni 1941 werden de kwalificatie voor de toekenning in het Marineverordnungsblatt gepubliceerd, die luiden als volgt:

  • I. Algemene voorwaarden
    • Waardigheid, goed leiderschap.
  • II. Bijzondere voorwaarden
    • a) Bewijs van moed bij minstens 12 vijandelijke vaarten
    • b) van onder een) van de vastgestelde voorwaarde kan worden afgeweken:
      • 1. wanneer afzonderlijke vijandelijke vaarten bijzonder succesvol waren of de individuele soldaat zich daarbij bijzonder heeft onderscheiden of is gesneuveld
      • 2. bij verlies van een boot door vijandelijk optreden en in bijzondere gevallen bij verwonding.
  • III. Bovendien kan de insigne worden toegekend:
    • Overledenen die voldeden of nagenoeg voldeden aan de voorwaarden onder II a), wanneer hun dood het gevolg is van een verwonding, een ongeval of een ziekte die zij tijdens een vijandelijke vaart hebben opgelopen.
  • IV. De commandant van de torpedoboten (Führer der Torpedoboote (F.d.T)) wordt gemachtigd de bovenstaande voorwaarden aan te vullen.

Uitbereiding van de kwalificaties voor de toekenning

18 december 1941

  • 1. In ruil voor het Torpedobootjager-Oorlogsinsigne:
    • a) Voormalige torpedobootbemanningsleden die uitsluitend voor hun torpedobootoperaties met het Torpedobootjager-Oorlogsinsigne waren onderscheiden, ontvangen op aanvraag het Motortorpedobootoorlogsinsigne.
    • b) Voormalige torpedobootbemanningsleden die het Torpedobootjager-Oorlogsinsigne hebben ontvangen vanwege operaties op torpedoboten, torpedobootjagers of torpedoboten en snelboten, kunnen op aanvraag het Motortorpedobootoorlogsinsigne ontvangen, indien zij bij de meerderheid van de operaties op snelboten waren ingezet.
  • 2. Aanvullend op het Torpedobootjager-Oorlogsinsigne
    • a) Voormalige torpedobootbemanningsleden die al waren onderscheiden met het Torpedobootjager-Oorlogsinsigne toen zij bij de motortorpedoboot vloot kwamen, kunnen aanvullend het Motortorpedobootoorlogsinsigne ontvangen, mits zij aan de voorwaarden hebben voldaan.

7 april 1942

Op de 2e verjaardag van de bezetting van Noorwegen beval de opperbevelhebber van de Kriegsmarine de volgende uitbreiding van de toekenning: … dat, ter waardering van het uitzonderlijke belang van de operatie en als erkenning van de moedige inzet van alle betrokken slagschepen en kruisers, de Noorwegen-operatie als een bijzonder succesvolle onderneming in de zin van de kwalificaties voor de toekenning voor het Torpedobootjager-Oorlogsinsigne moet worden beschouwd. Daarmee hebben alle deelnemers (bemanningsleden) aan de bezetting van Noorwegen op de hieronder genoemde slagschepen en kruisers voldaan aan de kwalificaties voor de toekenning voor het Torpedobootjager-Oorlogsinsigne:

28 januari 1943

Op de genoemde dag werd uiteindelijk de 2e vorm van het Motortorpedobootoorlogsinsigne ingevoerd. De tekst in het Marineverordnungsblatt luidde:

Het Motortorpedobootoorlogsinsigne, ingesteld volgens de instellingsbeschikking, is op voorstel van het front en met goedkeuring van de opperbevelhebber van de Kriegsmarine gewijzigd. Zegelmodellen zullen binnenkort naar de marinekledingkantoren worden gestuurd. Bij toekomstige toekenningen moet het nieuwe model worden uitgereikt. Een omruiling van reeds toegekende insignes vindt niet plaats.“

Motortorpedobootoorlogsinsigne met Briljanten

Na de uitreiking van het Eikenloof bij het Ridderkruis van het IJzeren Kruis was het in de Kriegsmarine gebruikelijk om het eerder toegekende overeenkomstige gevechtsinsigne met briljanten te onderscheiden. Het ontwerp was ook door Peekhaus en werd vervaardigd door de firma Schwerin uit Berlijn.[9][10] Het insigne was van massief '800' zilver vervaardigd.[11] Er zijn acht toekenningen aantoonbaar. Op 13 november 1942 vond vervolgens voor het eerst de uitreiking van het Motortorpedobootoorlogsinsigne met Briljanten[12][13][8][5] plaats.

  • Kapitänleutnant Werner Töniges op 16 december 1942
  • Kapitänleutnant Siegfried Wuppermann op 14 april 1943
  • Korvettenkapitän Friedrich Kemnade op 27 mei 1943
  • Korvettenkapitän Georg Christiansen op 13 november 1943
  • Korvettenkapitän Bernd-Georg Klug op 1 januari 1944
  • Korvettenkapitän Klaus Feldt op 1 januari 1944
  • Kapitän zur See Rudolf Petersen op 13 juni 1944
  • Kapitänleutnant Götz von Mirbach op 14 juni 1944 (voor zijn acties tijdens Exercise Tiger[5])

De insignes werden volgens Ailsby uitgereikt zonder oorkonde.[9] Klietmann vermeldt:[8]

  1. 16 januari 1944 - uitreiking zonder oorkonde;
  2. 15 januari 1944 - uitreiking zonder oorkonde;
  3. Januari 1943 - uitreiking zonder oorkonde;
  4. 10 juni of 10 juli 1943 - met oorkonde.

Draagwijze

De onderscheiding werd als Steckkreuz op de linkerborstzak gedragen, net onder het IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse of een daaraan gelijkwaardige militaire onderscheiding.[3][10] Er was geen lint of baton maar een kleine uitvoering van het insigne mocht op burgerkleding worden gedragen. Ook het dragen van een miniatuur aan een kleine ketting op de revers van rokkostuums was toegestaan.

Na de Tweede Wereldoorlog

Dit insigne is van een hakenkruis voorzien. Als gevolg daarvan is het verzamelen, tentoonstellen en verhandelen ervan in Duitsland aan strenge wettelijke regels onderworpen.

De geallieerde mogendheden hebben na de bezetting van Duitsland het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen, dus ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918, verboden. Dat verbod is in de DDR altijd van kracht gebleven. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. Het dragen van dit insigne werd net als het dragen van de Orde van Verdienste van de Duitse Adelaar en het Ereteken voor de 9e november 1923, de zogenaamde "Bloedorde", streng verboden. Ook het verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van de onderscheiding werd aan strenge regels gebonden. Een aantal onderscheidingen werd ontdaan van de hakenkruizen en soms van hakenkruis en adelaar. In deze gedenazificeerde uitvoering mochten de onderscheidingen worden gedragen.[14] Ook met het Motortorpedobootoorlogsinsigne is dat het geval.

Zie ook