Samuel Cooper (generaal)

Samuel Cooper
Samuel Cooper
Geboren 12 juni 1798
New Hackensack, New York
Overleden 3 december 1876
Alexandria, Virginia
Rustplaats Christ Church Cemetery
Alexandria, Virginia
Land/zijde Verenigde Staten
Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel United States Army
Confederate States Army
Dienstjaren 1815-1861 (USA)
1861-1865 (CSA)
Rang kolonel (USA)

generaal (CSA)

Bevel Adjudant generaal
Inspecteur generaal
Slagen/oorlogen Tweede Seminole oorlog

Mexicaans-Amerikaanse Oorlog
Amerikaanse Burgeroorlog

Samuel Cooper (New Hackensack, 12 juni 1798Alexandria, 3 december 1876) was een Amerikaans beroepsmilitair. Na een lange militaire loopbaan in het United States Army, waarbij hij diende tijdens de Tweede Seminole oorlog en de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog, kiest hij tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij was de hoogste officier in het Confederate States Army. Na de oorlog trok hij zich terug op zijn boerderij in Virginia.

Vroege jaren en militaire loopbaan in het United States Army

Samuel Cooper werd geboren op 12 juni 1798 in New Hackensack, New York.[1][2][3] Hij was de zoon van Samuel Cooper en Mary Horton.[4] Op 15-jarige leeftijd werd hij toegelaten tot het United States Military Academy in West Point. Hij studeerde twee jaar later af als 36ste in een klas van 40 kadetten. (Toen was de duur van de opleiding twee jaar).[5] Hij werd benoemd tot gebrevetteerd tweede luitenant en op 11 december 1815 ingedeeld bij de U.S. Light Artillery. In 1821 werd hij bevorderd tot eerste luitenant en in 1836 tot kapitein.[6]

Cooper huwde in 1827 met Sarah Maria Mason. Ze was de kleindochter van George Mason, een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten van Amerika. Ze was ook de zus van de toekomstige diplomaat van de Geconfedereerde Staten van Amerika James M. Mason. Haar zus, Ann Maria Mason, was de moeder van de toekomstige Zuidelijke generaal-majoor Fitzhugh Lee, de neef van Robert E. Lee. Haar broer, John Mason, werd de schoonzoon van generaal-majoor Alexander Macomb.

Tussen 1828 en 1836 diende Cooper als aide-de-camp van generaal Macomb. In deze functie trad hij op als redacteur voor het werk A Concise System of Instructions and Regulations for the Militia and Volunteers of the United States.[7] Hoewel vermeldt staat dat het voorbereid werd en onder redactie stond van kapitein S. Cooper was de originele vertaling van dit Franstalig werk uitgevoerd door Winfield Scott die niet vermeld werd. Cooper was enkel de redacteur van het vertaalde werk van Scott.[8]

Cooper in het U.S. Army

In 1837 werd Cooper aangesteld als hoofd klerk van het U.S. War Departement. Een jaar later werd hij bevorderd tot majoor en assistent adjudant generaal van het leger.

Cooper werkte voornamelijk in Washington D.C. maar tussen 1841 en 1842 diende hij stafchef van kolonel William J. Worth tijdens de Tweede Seminole oorlog. Na het einde van het conflict keerde Cooper terug naar zijn administratief werk in de hoofdstad.[9] Op 30 mei 1848 werd hij bevorderd tot gebrevetteerd kolonel voor zijn werk tijdens de Mexicaans-Amerikaanse oorlog. Vier jaar later, op 15 juli 1852, werd hij bevorderd tot kolonel en benoemd tot adjudant generaal.[6] In 1857 was Cooper kort waarnemend minister van oorlog. Een functie die hij uitoefende tussen 3 en 6 maart 1857.[10]

Cooper had volgens de census van 1850 zes slaven. Op 5 februari 1857 huwde zijn dochter, Sarah Maria Mason Cooper (4 augustus 1836 – 15 december 1858) met Frank Wheaton die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog trouw bleef aan de Verenigde Staten. Ze kregen samen in 1858 een dochter, Sarah Maria Cooper Wheaton. Zijn dochter overleed in het kraambed.

Amerikaanse Burgeroorlog

Bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog koos Cooper voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. De familie van zijn echtgenote woonde in Virginia en hij had een hechte vriendschap met Jefferson Davis die eveneens minister van oorlog was geweest.[11] Een van zijn laatste daden als adjudant generaal van het U.S. Army was het ontslag van brigadegeneraal David E. Twiggs uit het leger, die hij tekende op 1 maart 1861. Twiggs, die bevelhebber was in Texas, had alle voorraden, wapens en munitie aan de Zuidelijken gegeven en werd kort daarop benoemd tot generaal-majoor in het Confederate States Army. Zes dagen later nam Cooper zelf ontslag. Hij reisde af naar Montgomery, de eerste hoofdstad van de Geconfedereerde Staten, om dienst te nemen in het Zuidelijke leger.[5]

Bij aankomst in Montgomery, op 16 maart 1861, werd Cooper onmiddellijk benoemd tot brigadegeneraal.[6] Hij werd eveneens aangesteld als adjudant generaal en inspecteur generaal van het Confederate States Army. Deze functie oefende hij uit tot aan het einde van het conflict.[12]

Op 16 mei 1861 werd Cooper bevorderd tot generaal.[6] Hij was een van de vijf officieren die tot dan toe deze rang had gekregen. Er zouden nog een zevental volgen tijdens de oorlog. Cooper was wel de eerste die deze rang kreeg toegekend in het Confederate States Army waardoor hij de meerdere was van Albert Sidney Johnston, Robert E. Lee, Joseph E. Johnston en P.G.T. Beauregard.[13] Cooper raporteerde rechtstreeks aan president Jefferson Davis.[5] In 1865 gaf Cooper zich over en werd op 3 mei vrijgelaten in Charlotte, North Carolina.[6]

Latere Jaren

Coopers laatste daad voor hij zichzelf overgaf op het einde van de oorlog was het bewaren en intact overdragen van de official records of the Confederate Army aan de regering van de Verenigde Staten. Deze zouden een basis vormen voor de Official Records, The War of the Rebellion: a Compilation of the Official Records of the Union and Confederate Armies waarvan de publicatie in 1880 begon. Historicus Ezra J. Warner stelde later dat dit een kostbare en fundamentele bijdrage was van Cooper aan de generaties na hem om deze periode te kunnen bestuderen en beter te kunnen begrijpen."[12]

Na de oorlog keerde Cooper terug naar zijn huis in Cameron in de omgeving van Alexandria, Virginia. Het landhuis zelf was deels afgebroken en omgevormd tot een fort. Maar het kon zijn intrek nemen in de bijgebouwen die ongemoeid gelaten waren. Door zijn leeftijd en de slechte naoorlogse economische situatie kon Cooper amper de eindjes aan elkaar knopen. Op 4 augustus 1870 stuurde Robert E. Lee namens enkele voormalige generaals 300 dollar op naar Cooper. (ongeveer 7.500 dollar in hedendaagse valuta). In het bijhorende briefje schreef Lee dat "Ikzelf slechts 100 dollar kon bijdragen, maar ik hoop dat dit je in staat zal stellen om in je noden te kunnen voorzien."[5]

Samuel Cooper overleed in zijn huis op 3 december 1876. Hij werd begraven op de Christ Church Cemetery in Alexandria, Virginia.[6]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog
Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)