Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog

Deze Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog is opgedeeld in vijf artikels: deze introductiepagina, een lijst van Union Army generaals, een lijst van Union Army generaals met een brevet, een lijst van Confederate States Army generaals en een lijst met Confederate States Army generaals die nooit officieel bekrachtigd werden door de Zuidelijke regering. In de laatste lijst zijn ook generaals opgenomen die benoemd werden door Edmund Kirby Smith en generaals uit de militie-eenheden.

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (april 1861 – mei 1865) stonden de Noordelijke "Union" legers of legers van de "Vrije" staten tegenover de Zuidelijke "Confederate" legers of legers van de slavenstaten tegenover elkaar. Na de verkiezing van Abraham Lincoln tot president van de Verenigde Staten van Amerika bereikte jarenlange onenigheden en verschillen tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten een kookpunt. Dit leidde tot de burgeroorlog. Deze oorlog ging niet alleen over het behouden of afschaffen van de slavernij maar ook over federalisme versus autonomie voor de staten, partijpolitieke verschillen, expansionisme naar het westen, tarieven, economische problemen en sociale structuren die onder druk stonden door de verregaande industrialisering.

Identificatie van de generaals tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog

Veel historici twijfelen over wie nou een Union en wie Confederate generaal was tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Hierdoor voldoen sommige officieren die geïdentificeerd zijn in vroegere verslagen als generaal, niet aan de criteria voor identificatie als een volwaardig generaal. Een recente compilatie van het aantal generaals gemaakt door John en David Eicher laat zien dat de meeste historici die de aantallen bestudeerd hebben, tot de conclusie kwamen dat tussen de 554 en 564 Union generaals en tussen de 398 en 401 Confederate generaals op de juiste wijze werden aangesteld, bevestigd, benoemd en dienden als generaal.[1] Er kunnen meer namen worden toegevoegd aan deze lijsten, wanneer mensen die dienden als generaal, maar niet op de juiste manier waren aangesteld, bevestigd en/of benoemd hierbij worden opgeteld.

De lijsten in deze artikels bevatten de namen en hun hoogste graad of rang van de generaals in beide legers en enkele andere hoge militaire bevelhebbers. De twee lijsten van de Union generaals bevatten de hoogst officieel toegekende en bevestigde rang of de hoogste rang die werd toegekend via het brevetsysteem.[2] Sommige namen werden toch opgenomen in de lijsten omdat die algemeen aanvaard werden door historici als zijnde generaals, maar nooit de officiële goedkeuring of bevestiging ontvangen hebben. Dit wordt telkens vermeldt in de lijsten. Begin 20ste eeuw publiceerde het United States War Departement en enkele comités van het Amerikaanse congres twee memoranda met een lijst van Noordelijke en Zuidelijke generaals met hun graad en datum van benoeming.[3] Hoewel de documenten geen officiële auteur hebben, wordt er vanuit gegaan dat deze lijsten en bijkomende informatie vrijwel zeker het werk zijn van de voormalige Zuidelijke generaal Marcus J. Wright. Er bestaan memo’s en aantekeningen van zijn hand waarop 425 Zuidelijke generaals staan vermeldt die benoemd werden door de president van de Geconfedereerde Staten van Amerika Jefferson Davis en bevestigd werden door het Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika voor het Confederate States Army en 583 Noordelijke generaals die benoemd werden door president Abraham Lincoln en bevestigd werden door de Amerikaanse senaat voor het Union Army. De meeste historici, waaonder de Eichers trekken ongeveer 25 namen af van deze lijst omdat de benoemingen ofwel geannuleerd of nooit bevestigd werden.[4] Er is een grotere onzekerheid over benoemingen van militiegeneraals die vooral "hoogstwaarschijnlijk" achter hun naam krijgen.[5]

Procedure, benoeming en goedkeuring

Union Army

Een officier in de Union Army, in zowel het beroeps- als vrijwilligersleger, kon enkel benoemd worden tot generaal door de president van de Verenigde Staten. Deze benoeming kon enkel bevestigd worden door de Amerikaanse senaat. Een veldcommissie, het uitvoeren van bepaalde taken die binnen de verantwoordelijkheid valt van een generaal of een brevetgraad waren onvoldoende om een officiële rang te krijgen als generaal.[6]

Confederate Army

Net zoals bij hun Noordelijke tegenhanger kon een officier in het Confederate States Army ("CSA") enkel benoemd worden door de president van de Geconfedereerde Staten van Amerika en bevestigd worden door het Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Officieren die reeds een bepaalde rang hadden voor de eerste wet rond benoemingen in werking trad op 21 mei 1861, mochten hun rang behouden.[7] Op het einde van de oorlog werden sommige benoemingen niet bekrachtigd door het congres wegens militaire omstandigheden.

Een bijkomende factor die de zaken bemoeilijk was de gewoonte in de Zuidelijke staten omtrent benoemingen in militie-eenheden. Een officier kon de rang van generaal hebben bij de militie ongeacht andere rangen in andere onderdelen van het Zuidelijke leger. In de meeste staten benoemden de gouverneurs de officieren in de militie-eenheid van de staat. Sommige benoemingen werden reeds gegeven voor het uitbreken van de oorlog. Sommige zouden in de loop van het conflict toegekend worden. Niet alle benoemingen bij de militie werden automatisch overgenomen door het Zuidelijke leger. Concreet betekende dit dat een officier bijvoorbeeld majoor kon zijn in het Confederate States Army en generaal bij de militie.

Hoewel de benoemingsprocedures bij beide opponenten gelijklopend waren, was er meer diversificatie bij het CSA.

Verschillende graden van een generaal in het Noordelijke en Zuidelijke leger

Tot Ulysses S. Grant in 1864 benoemd werd tot luitenant-generaal en opperbevelhebber van de Noordelijke legers, kende het Noordelijke leger slechts twee graden voor een generaal: brigadegeneraal en generaal-majoor.[8] Zoals de naam aangeeft had een brigadegeneraal het commando over een brigade. Een generaal-majoor kon zowel een divisie als een korps aanvoeren. Senioriteit werd toegepast gebaseerd op de officiële datum waarin het senaatsbesluit gepubliceerd werd. Indien verschillende officieren op dezelfde datum benoemd werden en dezelfde graad kregen, gaf de alfabetische volgorde de doorslag.[9]

Het Confederate Army kende vier graden voor generaals. Naast brigadegeneraal en generaal-majoor gebruikten ze ook luitenant-generaal en generaal.[10] In theorie voerde een generaal het bevel over een leger, een luitenant-generaal had een korps onder zijn commando, een generaal-majoor voerde een divisie aan en een brigadegeneraal was bevelhebber over een brigade. Officieren met lagere rangen konden tijdelijk het bevel over een grote eenheid overnemen indien een bevelvoerende generaal gewond of gesneuveld was. Enkele kleinere Zuidelijke legers die de grote hadden van een korps werden aangevoerd door een luitenant-generaal.

Amerikaanse legerofficieren in de legers tijdens de Burgeroorlog

Door het pre-Amerikaanse Burgeroorlog systeem van officieren aanwijzen (personen stegen alleen in rang naarmate je ouder werd), waren de generaals, stafofficieren en volwaardige kolonels niet alleen allemaal op een gevorderede leeftijd, maar ook nog eens een klein aantal. 11 van de 19 kolonels hadden in de Oorlog van 1812 gevochten.[11] De volgende tabellen laten de generaals en top stafofficieren zien in het voorjaar van 1861.

Lijst van Amerikaanse generaals en stafofficieren in 1861

Hoofdofficieren

Naam[12]GeboortedatumEchte rangAangesteld op:Brevet rangAangesteld op:TrouwNotities
John Garland 1792 kolonel van het 8th U.S. Infantry regiment 7 mei 1849 brevet brigadier-generaal 20 augustus 1847 U.S.A Gestorven op 5 juni 1861. Werd opgevolgd door kolonel Pitcairn Morrison, die met pensioen ging op 20 oktober 1863.[13]
William S. Harney 27 augustus 1800 brigadegeneraal 14 juni 1858 Union Ontslagen op 1 juni 1861 nadat hij een afspraak ondertekend had met Confederate generaal Sterling Price om niet de Missouri State Guard aan te vallen als die eenheid niet tegen de overheid in zou gaan. Hij is op 1 augustus 1863 met pensioen gegaan.[14]
Albert S. Johnston 2 februari 1803 kolonel mei 1855 brevet brigadegeneraal 18 november 1857 C.S.A. Benoemd tot generaal op 30 augustus 1861 met anciëntiteit vanaf 30 mei 1861. Gedood tijdens de Slag bij Shiloh op 6 april 1862.[15]
Winfield Scott 13 juni 1786 generaal-majoor 25 juni1841 brevet luitenant-generaal 29 maart 1847 U.S.A. Veteraan van de Oorlog van 1812 en de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Opperbevelhebber van het Amerikaanse leger sinds 1841. Brevet lt.-generaal en generaal-majoor tot aan zijn pensioen op 1 november 1861.[16]
Edwin V. Sumner 30 januari 1797 brigadegeneraal 16 maart 1861 U.S.A. Aangewezen als brigadegeneraal in plaats van David E. Twiggs toen Twiggs werd ontslagen omdat hij de kant van de Zuidelijke staten koos. Hij werd gepromoveerd tot generaal-majoor van de Amerikaanse vrijwilligers op 5 mei 1862. Oudste generaal die diende als actieve bevelhebber. Gestorven op 21 maart 1863.[17]
David E. Twiggs 14 februari 1790 brigadegeneraal 30 juni 1846 brevet generaal-majoor 23 september 1846 C.S.A. Gaf manschappen, eigendommen en materialen aan de Confederate leger op 18 februari 1861. Hij werd ontslagen op 1 maart 1861. Aangewezen als generaal-majoor in het Confederate States Army op 22 mei 1861. Ging met pensioen op 18 oktober 1861. Stierf in juli 1862.[18]
John E. Wool 29 februari 1784 brigade-generaal 25 juni 1841 brevet generaal-majoor 23 februari 1847 U.S.A. Gepromoveerd tot generaal-majoor in het reguliere leger van de Verenigde Staten op 17 mei 1862. Behield Fort Monroe voor de Unie. Ging met pensioen op 1 augustus 1863.[19] Oudste officier die diende tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog

Stafofficieren[20]

NaamGeboortedatumEchte rangAangesteld op:Brevet rangAangesteld op:TrouwNotities
Timothy Andrews c. 1794 luitenant-kolonel; vervangend betalingsmeester-generaal brevet brigadegeneraal 13 september 1847 U.S.A. Opgevolgd door Benjamin Larned als kolonel en betalingsmeester-generaal op 6 september 1862. Ging met pensioen op 29 november 1864.[21]
Sylvester Churchill 2 augustus 1783 kolonel; inspecteur-generaal 15 juni 1841 brevet brigadier-generaal 23 februari 1847 U.S.A. Ging door als kolonel en inspecteur-generaal; ging met pensioen op 25 september 1861.[22][23] Kolonel Randolph B. Marcy werd op 9 augustus 1861 benoemd tot waarnemend inspecteur generaal tot Churchill met pensioen ging.[24]
Samuel Cooper 12 juni 1798 kolonel; adjudant-generaal 1852 C.S.A. Benoemd tot brigadegeneraal, adjudant en inspecteur-generaal van het Confederate States Army op 16 maart 1861. Benoemd tot generaal in het Confederate States Arrmy op 31 augustus 1861 met anciënicteit vanaf 16 mei 1861.[25] Werd vervangen door kolonel Lorenzo Thomas, geboren in 1804, die op 3 augustus 1861 benoemd werd tot brigadegeneraal[26]
Henry Knox Craig 7 maart 1791 kolonel; hoofd van de munitie-afdeling 1851 U.S.A Opgevolgd door lt.-kolonel James Wolfe Ripley. Ripley werd op 3 augustus 1861 bevorderd tot brigadegeneraal. Graig bleef adviseur tot aan zijn pensioen op 1 juni 1863.[27]
George Gibson c. 1790 kolonel; commissaris-generaal 1818 brevet generaal-majoor 30 mei 1847 U.S.A. Ging door als kolonel en commissaris-generaal tot aan zijn dood op 30 september 1861; lt.-kolonel Joseph Pannell Taylor volgde hem op.[28] Taylor werd bevorderd tot brigadegeneraal op 9 februari 1863 en overleed op 29 juni 1864.[28]
Joseph E. Johnston 3 februari 1807 brigadier-generaal; kwartiermeester generaal 28 juni 1860 C.S.A. Benoemd tot generaal in het Confederate States Army op 31 augustus 1861.[29] Vervangen als kwartiermeester generaal door brigadegeneraal Montgomery C. Meigs op 15 mei 1861.[30]
Joseph K. F. Mansfield December 22, 1803 Kolonle; Inspector General 1853 U.S.A. Sylvester Churchill bleef hoofd van de dienst van Inspecteur-generaal. Bevelhebber van het Department of Washington tussen 27 april en 27 augustus 1861. Benoemd tot brigadegeneraal op 18 mei 1861 en bevestigd op 3 augstus 1861. Was onder andere bevelhebber van het V Corps, Army of the Potomac. Raakte gewond tijdens de Slag bij Antietam op 17 september 1862 en overleed de volgende dag aan zijn verwondingen.[31]
Benjamin Franklin Larned 6 september 1794 kolonel; betaalmeester-generaal 1854 U.S.A. Ontslagen op 12 juli 1862 door zijn slechte gezondheid.[32] Vervangen door lt.-kolonel en brevet brigadegeneraal Timothy Andrews.[21]
Thomas Lawson 29 augustus 1789 kolonel; surgeon-generaal 1836 brevet brigadegeneraal 20 mei 1848 U.S.A. Stierf op 15 mei 1861.[33] Werd vervangen door kolonel Clement Finley, die werd geboren rond 1797 en met pensioen ging op 14 april 1862.[34]
Joseph G. Totten 17 april 1788 kolonel; hoofdingenieur 7 december 1838 brevet brigadegeneraal 29 maart 1847 U.S.A. Kolonel and hoofdingeniuer bij het begin van de oorlog. Gepromoveerd tot brigadegeneraal in het reguliere leger van de Verenigde Staten op 3 maart 1863. Stierf op 22 april 1864.[35] Hij werd opgevolgd door brigadegeneraal Richard Delafield.[36]

De president had ook het recht om een Judge Advocate van het leger te benoemen. Deze persoon diende een kapitein in actieve dienst te zijn. Kapitein John f. Lee werd in 1849 benoemd en behield deze functie tot er in 1862 nieuwe wetgeving gepubliceerd werd.[37]

Door een gebrek aan hogere officieren in actieve dienst om de vele vacatures in te vullen in de legers van beide opponenten, werden er andere bronnen aangeboord. Lagere officieren, veteranen van de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog en afgestudeerden van de verschillende militaire scholen die actief waren in het burgerleven kwamen in aanmerking om de vacante plaatsten te vullen. Ook emigranten met militaire ervaring, politici en burgers zonder een militaire opleiding melden zich aan. Sommigen ervan werden zeer goede bevelhebbers.

Na de secessie van verschillende Zuidelijke Staten en het uitbreken van het conflict namen er 296 officieren ontslag uit het United States Army. 239 ervan namen in 1861 dienst in het Zuidelijke leger. 31 zouden na 1861 zich aanmelden voor actieve dienst in het Confederate States Army. Van deze officieren hadden er 184 gestudeerd aan de United States Military Academy in West Point. De andere 809 officieren van het U.S. Army (waarvan 640 in West Point hadden gestudeerd) bleven trouw aan de Verenigde Staten. Van de 900 personen die een militaire opleiding hadden genoten in West Point maar geen militaire loopbaan hadden uitgebouwd, keerden er 114 terug in actieve dienst bij de Noordelijken en 99 bij de Zuidelijken.[38] Naast de militaire academie in West Point en de Virginia Military Institute in Lexington kwamen de meeste officieren van de Norwich University in Northfield, Vermont. 523 alumni vochten voor de Noordelijke en 34 voor de Zuidelijke zaak.[39]

Van de 1.902 alumni van de Virginia Military Institute (V.M.I.) namen er 1.781 dienst in het Confederate States Army. Eén derde van alle officieren die dienden in regimenten uit Virginia hadden aan de V.M.I. gestudeerd.[40] Ook The Citadel, de militaire school in South Carolina, leverde ten minste 6 generaals en 169 andere officieren af.[41]

Generaals opgenomen in de lijsten

De lijsten bevatten 583 Noordelijke en 425 Zuidelijke generaals. Deze informatie is gebaseerd op de gegevens van Wright enerzijds en van verschillende historici die dit onderwerp uitvoerig onderzocht hebben anderzijds. Ook de 25 "twijfelgevallen" uit beide legers werd opgenomen zoals die geïdentificeerd werden door de gebroeders Eicher.

Generaals van de Geconfedereerde Staten

Zie Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.