Bouwsymboliek

De Ruwe Steen verbeeldt de onvolmaakte mens; de vrijmetselaar bewerkt haar tot Kubieke Steen.

Bouwsymboliek is een van de centrale symbolische systemen binnen de vrijmetselarij. Vrijmetselaren gebruiken termen, werktuigen en beelden uit het middeleeuwse bouwvak om morele en spirituele lessen over te brengen. Deze symboliek verwijst naar het idee dat ieder mens een 'Tempel van Deugd' bouwt, en dat de samenleving als geheel als een geestelijke bouwplaats kan worden gezien.[1]:5–6

Lichtsymboliek en bouwsymboliek vullen elkaar aan in de vrijmetselarij: waar bouwsymboliek de morele arbeid van zelfvervolmaking verbeeldt, staat lichtsymboliek voor het inzicht en de waarheid die deze arbeid mogelijk maken.

Oorsprong

De bouwsymboliek in de vrijmetselarij is geïnspireerd op de gebruiken van historische steenhouwersgilden en bouwloodsen, maar heeft een vooral speculatief karakter gekregen vanaf de achttiende eeuw. Vrijmetselaren beschouwen zichzelf als symbolische bouwlieden die werken aan hun eigen morele vervolmaking. De Tempel van Salomo geldt als archetypisch model: een volmaakt bouwwerk, zowel letterlijk als geestelijk.[2]

Symbolische begrippen en voorwerpen

Bouwsymboliek komt tot uiting in tal van begrippen, symbolen en rituele handelingen. Enkele veelvoorkomende zijn:

  • Ruwe Steen: symbool voor de onvoltooide mens;
  • Kubieke Steen: verwijzing naar de volmaakte of gevormde mens;
  • Hamer en Beitel: werktuigen om de ruwe steen te bewerken, verwijzend naar oefening en zelfdiscipline;
  • Schietlood en Waterpas: symbolen voor rechtvaardigheid, evenwicht en integriteit;
  • Winkelhaak: verwijzing naar rechtschapenheid en ethisch handelen;
  • Tekenbord: de blauwdruk of het levensdoel dat de vrijmetselaar tracht te realiseren.[3]

Morele betekenis

De bouwsymboliek is niet bedoeld als technische verwijzing, maar als middel tot zelfreflectie en morele vorming. Elke vrijmetselaar wordt uitgenodigd om aan zichzelf te werken alsof hij een bouwmeester is die zijn innerlijke tempel optrekt. Dit werk gebeurt onder leiding van de Opperbouwmeester van het Heelal, het scheppend principe dat als hoogste orde wordt erkend.[1]:7–9

Rituele context

Tijdens maçonnieke bijeenkomsten (de 'rituele arbeid') worden veel van deze symbolen op symbolische wijze 'in gebruik genomen'. De inrichting van de loge, de positie van officianten, en de gebruikte werktuigen verwijzen allemaal naar een bouwplaats. Ook het inwijdingsritueel is opgebouwd volgens symboliek van een bouwproces.[4]