Rood boomzonnetje
| Rood boomzonnetje | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Blastenia ferruginea (Huds.) A. Massal. (1852) | ||||||||||||
![]() | ||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||
|
Caloplaca ferruginea | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| Rood boomzonnetje op | ||||||||||||
| ||||||||||||
Rood boomzonnetje (Blastenia ferruginea) is een korstmossoort uit de familie Teloschistaceae. Het groeit op schors en hout.
Determinatie
Het thallus is epi-substratisch, bleekgrijs tot bijna wit, glad tot meestal wrattig, vlekjes vormend tot 5 cm in diameter en zo nu en dan begrensd door een zwartachtige prothallus. De apotheciƫn zijn donker roodbruin met een diameter van 0,3 tot 0,8 mm. Ze bevatten meestal geen algen. De apotheciumrand heeft een lichtere kleur. Met C+ kleurt de apotheciumrand en het thallus rood.
Verspreiding
Rood boomzonnetje komt wereldwijd voor. In Nederland komt het zeer zeldzaam voor. Het staat op de Nederlandse Rode Lijst in de categorie 'gevoelig'. Het is waargenomen op eiken in het noorden van het land. In het westen en het midden van het land is het ook waargenomen, maar mogelijk zijn dit exemplaren die via aangeplante bomen zijn aangevoerd.
- Herk, K. van, A. Aptroot & L. Sparrius, 2017. Veldgids Korstmossen. KNNV Uitgeverij, Zeist. 2e druk p.311
- BLWG Verspreidingsatlas Korstmossen
- Consortium of North American Lichen Herbaria
- ITALIC 7.0

