Rabbis for Human Rights

Beeldmerk van Rabbis for Human Rights

Rabbis for Human Rights (RHR; Nederlands: Rabbijnen voor Mensenrechten) is een Israëlische ngo van rabbijnen en rabbijnstudenten uit diverse joodse tradities, die zich tot taak heeft gesteld de mensenrechten in Israël en de Palestijnse gebieden te verbeteren en te beschermen. RHR werd opgericht in 1988 en is gevestigd in Jeruzalem.[1]

De organisatie wordt gedreven door de diep gegronde joodse waarden van rechtvaardigheid, waardigheid en gelijkwaardigheid. Hij staat bekend vanwege zijn onverzettelijke kritiek op de vroegere en huidige Israëlisch regeringen, gebaseerd op hun uitvoering van mensenrechten.

Missie

De missie van de rabbijnen is om de fundamentele rechten van alle mensen hoog te houden, daarbij geïnspireerd door de ethiek van de joodse leer. Ze geloven dat elk individu is geschapen naar het beeld van God en verdient te leven met waardigheid en respect. Dit geloof leidt hun pleitbezorging, onderwijs en directe acties.[2]

Verslagen

RHR brengt op halfjaarlijkse en jaarlijkse basis verslagen uit.[3]

Terwijl de organisatie onverzettelijke kritiek heeft op de Israëlisch regering vanwege diens uitvoering van mensenrechten, publiceerde RHR in 2018 ook een verslag om de positieve ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten in het land te prijzen; met als eerste doel om te laten zien dat er in deze tijd ook belangrijke ontwikkelingen mogelijk zijn op het gebied van mensenrechten in Israël en de wereld, en ten tweede om een breder beeld te geven van de situatie in Israël ten aanzien van de mensenrechtenschendingen en tekortkomingen van de autoriteiten te geven en dat bij alle uitdagingen er ook successen zijn. Tevens is het verslag een terugblik die als een soort 'spirituele oogst' dient.[4]

In januari 2019 werd het resultaat van een diepgaand onderzoek over Israëls bestuur op de Westelijke Jordaanoever uitgebracht. Het was uitgevoerd door de onderzoeksafdeling van RHR en gebaseerd op dozijnen aan bronnen. Daaruit bleek Israëls bestuur het derde meest ernstige geval van institutionele discriminatie te zijn in de democratische en quasi-democratische wereld.[5]

Activiteiten

De activiteiten van RHR zijn veelomvattend en invloedrijk:

  1. Beschermende aanwezigheid: in conflictgebieden, in het bijzonder gedurende het seizoen van de olijfoogst. Door Palestijnse boeren te begeleiden helpen de rabbijnen om geweld en aanvallen te voorkomen, opdat ze op een veilige manier toegang hebben tot hun land en er veilig kunnen werken.
  2. Humanitaire hulp: RHR heeft op zich genomen om humanitaire hulp te verlenen aan gemeenschappen in nood. Dat behelst ook het uitdelen van voedsel en andere essentiële benodigdheden aan degenen die te lijden hebben van kolonistengeweld en onder bezetting leven.
  3. Initiatieven voor sociaal recht: Rabbijnen pleiten voor de rechten voor asielzoekers, arbeidsmigranten en andere gemarginaliseerde bevolkingsgroepen in Israël. Hun werk in de Knesset betreft druk uitoefenen voor eerlijk en correct politiewerk, en te verzekeren dat alle inwoners van Israël een gelijke behandeling en kansen krijgen.
  4. Dialogen tussen religies en groepen: RHR stimuleert dialogen en samenwerking bij verschillende religieuze en etnische groepen, door wederzijds begrip en respect aan te moedigen. Hun doel is een meer inclusieve en vreedzame maatschappij.
  5. Educatieprogramma's: RHR heeft het op zich genomen het publiek te onderwijzen over mensenrechten met een joodse ethische bril. De programma's omvatten lezingen, workshops en cursussen op scholen, synagogen en gemeenschappen om een cultuur van bewustheid en actie te kweken.
  6. Rabbijnennetwerk: RHR onderhoudt een sterk netwerk van rabbijnen overal in Israël en wereldwijd.

Bij enkele van deze activiteiten in Palestina en Israël werkt RHR samen met de Wereldraad van Kerken, zoals bij het Ecumenical Accompaniment Programme in Palestina en Israël (EAPPI)[6]

Voorbeelden van acties en de reacties erop

Rabbijnen van RHR helpen Palestijnen al decennia bij de olijfoogst in de maand oktober-november. In 2012 was bijna de helft van de landbouwgrond op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook in gebruik met 8 miljoen olijfbomen, en van de olie daarvan hadden 80.000 families een inkomen.[7], maar het oogsten is onder de bezettingspolitiek van Israël steeds moeilijker geworden. De olijfoogst is echter van groot cultureel belang voor de Palestijnse gemeenschappen. Het is een maand-lang feest van werk en verbondenheid met hun land en met elkaar; een generaties-lange traditie. De olijfboom symboliseert het Palestijnse volk, vastberaden en in staat te gedijen ondanks tegenslagen, diep geworteld in hun land.[8]

  • In februari 2015 riepen zo'n 400 rabbijnen uit Israël en de hele wereld in een open brief premier Benjamin Netanyahu op om de verwoesting van Palestijnse huizen te stoppen omdat zijn standpunt niet in overeenstemming is met "internationaal recht en de Joodse traditie.'" Het waren prefab bungalows die gefinancierd waren door de Europese Unie.[9]
  • Rabbis van RHR en vrijwilligers bezoeken tijdens de olijfoogst regelmatig Palestijnse dorpen op de Westelijke Jordaanoever om daar als 'menselijk schild' te fungeren tegen aanvallen van kolonisten uit de Israëlische nederzettingen en buitenposten/outposts die Palestijnse boeren aanvallen. Het betreft de olijfgaarden en agrarisch land van inwoners en boeren in kleine dorpjes in de C-gebieden van de Oslo-akkoorden die onder controle van Israël staan, verspreid over de gehele Westelijke Jordaanoever. In oktober 2008 gingen RHR-activisten naar 40 Palestijnse dorpen om olijfboeren te beschermen en hun recht te doen gelden om te werken en te oogsten op hun land. Op diverse locaties waren de weken ervoor al olijven gestolen en het wordt steeds moeilijker wegens toenemend kolonistengeweld.[10] De rabbijnen worden zelf ook vaak aangevallen, maar ze blijven bezig "om de Israëlische veiligheidstroepen te confronteren met hun verplichtingen onder internationaal recht en de bepalingen van het Hooggerechtshof van Israël".[11]
  • Op 16 oktober 2019 voegden RHR-vrijwilligers zich bij Palestijnse boeren in Burin voor de olijfoogst. Ze werden aangevallen door een groep gemaskerde mannen, kolonisten uit de nederzetting Yitzhar, die de boomgaarden in brand staken en de vrijwilligers aanvielen. Rabbijn Moshe Yehudai, een RHR-bestuurslid, liep een hoofdwond op en werd naar het ziekenhuis is Kfar Saba gebracht.[12]
  • RHR plant regelmatig, samen met Israëli's en Palestijnen, gedoneerde olijfbomen in de Palestijnse dorpen op de Westelijke Jordaanoever en in de niet-erkende bedoeïenendorpjes in de Negev. In februari 2020 zouden 200 vrijwilligers van RHR samen met Palestijnse boeren olijfbomen planten ter gelegenheid van de Joodse feestdag waarop het begin van herleving en natuur wordt gevierd. Het Israëlisch defensieleger (IDF) blokkeerde dit en verklaarde het betreffende gebied tot 'gesloten militaire zone'.[13]
  • Na 7 oktober 2023 is het werk van RHR steeds moeilijker geworden, onder meer door blokkades en omdat bussen met vrijwilligers worden tegengehouden. Maar Israëlische en Palestijnse vredesactivisten zetten hun werk onverminderd voort, en ook andere manieren om Palestijnen te helpen worden ingezet, zoals het inzamelen van voedsel en medicijnen om naar de Westoever te sturen.[14]
  • In oktober 2025 werden twee Amerikaanse Joodse vrouwen die deelnamen aan een interreligieus solidariteitsprogramma voor de olijfoogst door Israëlische militairen opgepakt. Details over hun deportatie of locatie werd niet gegeven.[15]
  • Op 4 november 2025 cirkelde in Deir Istiya, vlakbij de illegale nederzetting Revava, twee uur lang een zwarte quadcopter met camera laag boven de vijftig vrijwilligers die hielpen bij de olijfoogst. Onder hen waren dertig rabbijnen van RHR en vredesactivisten van Standing Together, een Grassroots-beweging die zich verzet tegen bezetting en racisme. De drone verwondde een rabbijn, die daarvoor naar het ziekenhuis moest. Na de drone-aanval doken gewapende kolonisten, van wie een in de lucht schoot en de drone opeiste. In een felle discussie (in het Hebreeuws) met de hoofdofficier van de kolonistenbrigade, die even later aankwam met zeven militairen en twee voertuigen, verklaarde hij dat de vrijwilligers de drone zelf hadden vernield, met stokken. Camera-opnames lieten echter ontegenzeggelijk zien wat er was gebeurd. Er volgde geen proces-verbaal en geen arrestatie.[16][17]

Zie ook