Arik Ascherman

Arik Ascherman
Arik Ascherman
Algemene informatie
Geboren 1959
Erie (Pennsylvania)
Bekend van NGO Rabbi's for Human Rights

Arik Ascherman (Hebreeuws: אריק אשרמן) (Erie (Pennsylvania), 1959) is een Israëlische, liberaal-joodse rabbijn van Amerikaanse komaf. Medeoprichter van de Israëlische mensenrechtenorganisatie "Rabbis for Human Rights" (RHR), waarvan hij in 1995 directeur werd, en vervolgens voorzitter. Hij noemt zichzelf "de rabbinale stem van het geweten in Israël", en komt op voor de Palestijnen, met name op de Westelijke Jordaanoever om hen te verdedigen tegen het geweld van Israëlische kolonisten.

Rabbijn Ascherman wordt internationaal erkend als leidend advocaat voor mensenrechten en sociaal-religieus recht als joodse en zionistische verplichting. Hij heeft diverse keren terechtgestaan voor daden van burgerlijke ongehoorzaamheid. Voor zijn werk voor RHR heeft hij talrijke onderscheidingen en erkenning gehad. Zijn uitspraken worden regelmatig aangehaald in de pers, zijn lezingen worden veel bezocht, en hij heeft bijgedragen aan verscheidene hoofdstukken in boeken.[1] Ascherman is getrouwd met dr. Einat Ramon en heeft twee kinderen. Het gezin woont in Jeruzalem.

Biografie

Tamra

Arik W.Ascherman werd geboren en groeide op in Erie, Pennsylvania. Hij studeerde aan de Harvard Universiteit. Na zijn studie werkte hij voor 'Intens For Peace' een project om een positieve communicatie en verstandhouding tussen Israëlische Joden en Arabieren ook met Joden wereldwijd te bewerkstelligen. Daarvoor werd hij van 1981 tot 1983 uitgezonden naar de Palestijns-Israëlische stad Tamra, waar hij het langst woonde en de Joods-Israëlische stad Kiryat Ata.

Als rabbijns student studeerde hij aan de Hebreeuwse Universiteit, en werd ingewijd bij de HUC-JIR in New York in 1989. Daar hielp hij een gaarkeuken op te zetten voor een studentenfaculteit en werkte in de advocatuur voor daklozen. Rabbijn Ascherman diende van 1989-1991 als directeur van de joodse leerschool van Hillel aan de Universiteit van Californië, van 1991-1994 als rabbijn van de Tempel Beth Hillel in Richmond. Nadat hij in 1994 teruggekeerd was naar Israël trouwde hij met Einat Ramon, de eerste in Israël geboren vrouw die ingewijd werd als rabbijn.[2] Van 1994 tot 1997 was hij directeur van de Mevakshei Derekh Congregatie in Jeruzalem en van 1997-2000 als rabbijn van kibboets Yahel in het uiterste zuiden van Israël in de Negev. In Richmond zette hij een opvangcentrum op voor daklozen in samenwerking van Beth Hillel en plaatselijke kerken. Begin 1995 begon hij als adjunct-directeur bij de NGO-organisatie 'Rabbis for Human Rights' (RHR), waarvan hij van 1998 -2010 directeur was. De laatste jaren is hij daarvan voorzitter. Rabbijn Ascherman is verder actief in 'HaMaabarah' een woningenproject dat hij mede hielp oprichten in 2011[3] Op 24 augustus 2016 werd bekend dat Arik Ascherman de organisatie Rabbis for Human Rights zou verlaten om een nieuwe soortgelijke organisatie op te richten.[4]

Sinds oktober 2016 staat Ascherman aan het hoofd van de interreligieuze organisatie 'Haqel: In Defense of Human Rights'.[5] 'Haqel' betekent 'veld' in het Arabisch en Aramees, en het woord is de basis van zowel landbouw als boer in het Hebreeuws. Haqel brengt leden van twee volken en drie religies samen, werkend op één veld. Het veld staat symbool voor vernieuwing, bron van inkomsten en verbinding met het land. Haqel werkt aan het verdedigen en veilig toegankelijk houden voor Palestijnse boeren en gemeenschappen van hun met overname bedreigd land, zoals Susiya; en helpt de Negev bedoeïenen ( Israëlische burgers) bij rechtszaken.

Acties voor mensenrechten

Ascherman beschouwt het als zijn religieuze plicht om Palestijnen te helpen. Al decennia lang beschermen rabbijnen van Rabbis for Human Rights, samen met Israëlische vredesactivisten en met risico's voor eigen leven, de Palestijnse gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever tegen gewelddadige kolonisten.

Hij komt op voor de inheemse Arabisch Palestijnse bevolking die na 1948 onder Israëlisch bestuur kwamen, zowel die in de door Israël bezette Palestijnse gebieden als in de Negev waar de bedoeïenen Israëlisch staatsburger werden. Het betreft grotendeels bewoners van kleinere dorpen die door Israël niet erkend worden en van de Israëlische autoriteiten geen vergunning krijgen om er te blijven wonen. De huizen van de voornamelijk herder- en boerenbevolking worden systematisch verwoest en hun landbouw- en weideland wordt geconfisqueerd. Meestal worden daarop vervolgens Israëlische nederzettingen gebouwd. Door de bouw van Israëlische nederzetting vanaf 1967 heeft de Palestijnse bevolking ook te maken met aanvallen en haat-acties, uitgevoerd door extremistische, nationalistische religieus-zionistische kolonisten, onder wie de Hilltop Youth.

In een blog in The Times of Israel van 1 oktober 2021 vertelde rabbijn Ascherman over zijn ervaringen van 26 jaar mensenrechtenwerk. Na een door kolonisten wijd verspreide pogrom in de heuvels ten zuiden van Hebron zei hij: "dit was verreweg niet de eerste en het zal ook niet de laatste zijn zolang er nog geen consequenties voor de daders op volgen." "Toen Adam en Eva van de boom aten kenden zij de consequenties; toen Kaïn Abel vermoorde waren er consequenties. Israëliërs die pogroms verspreiden, andere gewelddadigheden begaan en Palestijns land inpikken worden bijna nooit verantwoordelijk gehouden of gestraft. Terwijl veel van die daders 'er sterk in geloven' en zullen doorgaan met criminaliteit zelfs als ze de consequenties ervan ervaren; we hebben zelfs nog geen serieuze poging gedaan om iets tot stand te brengen dat hen afschrikt."[6]

In november 2023 veroordeelde hij weliswaar het bloedbad van 7 oktober 2023, maar zei dat Israëliërs niet bereid zijn onderscheid te maken tussen Palestijnse terroristen en (door Israëlische kolonisten) geterroriseerde Palestijnen.[7]

Verweer tegen huisverwoestingen

Ascherman heeft felle kritiek op het beleid van de Israëlische regering ten aanzien van de mensenrechten: "Niemand zegt ronduit tegen de Palestijnen dat we je geen vergunning willen geven omdat je een Palestijn bent, maar er is een politiek van exact dát."

  • Zijn eerste protesten begonnen bij zijn verdediging van het huis van Saleem Shawarmah in Anata op de Westelijke Jordaanoever, dat in 1998 verwoest werd. Hij hielp het huis enkele keren op te bouwen, maar het werd elke keer weer verwoest door het Israëlische defensieleger (IDF). Die actie had wel tot gevolg dat het aantal verwoestingen van huizen enige tijd minder werd.[8] Maar dat was slechts tijdelijk.
  • In 2002 werd hij voor de rechtbank gedaagd vanwege een actie, samen met twee andere Joodse activisten van Rabbis for Human Rights, om bulldozers te verhinderen Palestijnse huizen in Jeruzalem te verwoesten. Hij stelde dat Israël de groei van Palestijnen in de stad trachtte te voorkomen met het creëren van bureaucratische obstakels om bouwvergunningen voorkomen. Zijn advocaat Lea Tsemel zei tijdens het verhoor in zijn zaak tegen de rechtbank dat het discriminatoir was om deze groep te laten terechtstaan voor geweldloos protest terwijl kolonisten niet gearresteerd worden bij protesten tegen het verwijderen van Israëlische nederzettingen. Tegen de gewoonte in riep de aanklager de rechters op een oordeel achterwege te laten omdat Ascherman en zijn groep "geen criminelen en in feite opstandige inwoners zijn." Ascherman was teleurgesteld dat de rechtbank op geen enkele wijze besloot zijn uitspraak te relateren aan de politiek van huizenverwoesting. "Voor ons ging deze rechtszaak in werkelijkheid over de mensen die hier geen stem hebben, de slachtoffers van de huizenverwoesting. We gaan nu meteen beginnen met de herbouw van een van deze woningen."t.[9]
  • Op 2 januari 2011 schreef Ascherman een Open brief aan het Joods Nationaal Fonds (JNF) om te stoppen met het verwoesten van (onder meer) het Negev-bedoeïenen dorpje El Arakib en de bijgelegen begraafplaats in de Negev zolang er nog rechtszaken bij het Hof lopen waarin bedoeïenen trachten te bewijzen dat het land hun eigendom is.[10] Op diezelfde dag vonden er ook demonstraties plaats bij de kantoren van het JNF in Jeruzalem.
  • In 2013 legde hij in een video uit hoe de Israëlische regering te werk wilde gaan met het plan om de Arabische bedoeïenendorpen in de Negev te slopen en de bewoners gedwongen te deporteren naar een stadsgebied dat bekend staat om zijn armoede, drugs en criminaliteit.[11]

Assistentie bij de olijfoogst

In de tijd van de olijfoogst in de maanden oktober-november hebben Palestijnse dorpen en inwoners op de Westelijke Jordaanoever bijna dagelijks te maken met aanvallen van kolonisten, vaak onder bescherming van het Israëlische leger. Daarbij worden geen arrestaties verricht van de aanvallers, maar krijgen de inwoners veelal te maken met maatregelen en restricties om hun land te betreden. Rabbijnen van RHR, samen met vrijwilligers, proberen door hun aanwezigheid en hulp bij de oogst de kolonisten te weerhouden de boeren aan te vallen en de oogsten te roven.

  • Op vrijdag 23 oktober 2015 werd rabbijn Ascherman, terwijl hij Palestijnse boeren bij hun jaarlijkse olijfoogst vergezelde door een gemaskerde rechts-extremist met een mes aangevallen en verwond. Dit gebeurde nabij de outpost (=buitenpost) van de Israëlische nederzetting Itamar bij Nablus. Terwijl een groep Joodse extremisten olijven stalen, stak de gemaskerde kolonist olijfbomen van de boeren in brand, waarop Ascherman op hem was toegetreden[12] Enkele dagen eerder, op 21 oktober 2015, had premier Benjamin Netanyahu met terugwerkende kracht een stedelijk bouwplan voor deze nederzetting goedgekeurd, en op 29 oktober keurde hij nog eens drie nederzettingen goed, hoewel die jarenlang als illegaal waren beoordeeld[13]
  • Op vrijdag 22 april 2017 werd Ascherman voor een tweede keer, terwijl hij met enkele andere activisten Palestijnse herders vergezelde, aangevallen en geslagen door een grote groep jonge radicale kolonisten met stenen en stokken.[14]
  • Op 12 november 2021 werden Palestijnen en Israëlische activisten, onder wie Ascherman, tijdens het oogsten van olijven aangevallen door met knuppels zwaaiende gemaskerde kolonisten. Asherman werd in zijn gezicht gewond. Het Israëlische leger verklaarde het gebied tot militaire zone voor een maand. Iedereen die er binnen wilde gaan moest dit eerst coördineren met het leger.[15]
  • Sinds 7 oktober 2023 is het geweld door gewapende Joodse kolonisten evenals de verdrijving van Palestijnen sterk toegenomen.[16] Asherman ervaart daardoor ook minder support. Voor 7 oktober waren er volgens de UN gemiddeld drie geweldsincidenten en aanvallen door kolonisten per dag, maar daarna werd het al snel zeven.[17]
  • Palestijnse inwoners zijn sinds oktober 2023 vaak niet in staat naar hun landbouwland en weidegebied te gaan omdat er op hen wordt geschoten, ook door militairen van het Israëlische leger die de kolonisten vaak begeleiden; terwijl de olijfoogst hun inkomsten en basale middelen van bestaan zijn. Rabbijnen en hun vrijwilligers riskeren als menselijk schild voor de Palestijnen inmiddels hun leven.[18]
  • Kolonisten dragen soms ook militaire uniformen en gebruiken door de regering verstrekte wapens.[19][20]

Prijzen en onderscheidingen

  • 2002 Fakkeldrager in de Yesh Gvul, de Alternatieve Israëlische Onafhankelijkheidsdag Ceremonie
  • 2005 Abraham Joshua Heschel Award van het "Jewish Peace Fellowship"
  • 2006 Humanitarian Achievement Prijs door het "Wholistic Peace Institute"
  • 2009 Keter Shem Tov Prijs toegekend door het Reconstructionist Rabbinical College
  • 2010 Yeshayahu Liebowitz Prijs toegekend door "Yesh Gvul"
  • 2011 Gandhi Peace Prijs toegekend door "Promoting Enduring Peace", voor Rabbis For Human Rights (samen met Ehud Bandel)[21]
  • 2014 Eredoctoraat van Godgeleerdheid van het Hebrew Union College-Jewish Institute of Religion
  • 2015 Eredoctoraat van Godgeleerdheid van het Chicago Theological Seminary
  • 2016 Tikun Magazine Award
  • RHR Prijs
  • Niwano Vredesprijs

Publicaties

  • “Born with a Knife in Their Hearts: Children and Political Conflict” in Nurturing Child and Adolescent Spirituality: Perspectives from the World’s Religious Traditions uitgegeven door Yust, Sasso, Johnson en Roehikepartain, 2005
  • “On the Human Rights of the ‘Other” in Judaism: The Israeli Context” (Hebreeuws) in Human Rights and Social Exclusion in Israel uitgegeven door Ya’ir Ronen, Israel Doron, Vered Slonim-Nevo, 2008
  • “Does Judaism Teach Universal Human Rights>” in Abraham’s Children uitgegeven door Kelly Clark, 2012