Prosper Drion
| Prosper Drion | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Marie Prospère Drion | |||
| Geboren | Luik, 2 juli 1822 | |||
| Overleden | Luik, 27 januari 1906 | |||
| Geboorteland | België | |||
| Begraafplaats | Begraafplaats van Robermont | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Luik,[1] Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen[1] | |||
| Leermeester | Gerard Buckens | |||
| Beroep | beeldhouwer | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Leerling(en) | Léon Mignon, Alphonse de Tombay, Oscar Berchmans, Achille Chainaye, Joseph Rulot, Alphonse Taïée, Georges Petit | |||
| Werklocatie | Rome (1851; 1855),[2] Luik (1859; 1904) | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, Organizing Committee of the Exhibition of Ancient Art in the Liège Region | |||
| Prijzen en erkenningen | Ridder in de Leopoldsorde (4 mei 1881),[3] Boursier de la fondation Lambert Darchis,[1] Officier in de Leopoldsorde (1898)[4] | |||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Marie Prospère (Prosper) Drion (Luik, 2 juli 1822 – aldaar, 27 januari 1906) was een Belgisch beeldhouwer.[5][6]
Leven en werk
Prosper Drion was een zoon van Francois Maximilien Drion en Eugénie Henriette Bodson.[7] Hij komt uit een familie van edelsmeden en juweliers.[8] Drion hoefde niet in militaire dienst, zijn vader had een remplaçant voor hem geregeld. Hij koos voor de beeldhouwkunst en werd opgeleid aan de Academie voor Schone Kunsten in Luik, onder leiding van Gerard Buckens, en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. Hij ontving een studiebeurs van de stichting Lambert Darchis, waardoor hij in de periode 1851-1855 in Italië kon verblijven. Vanaf 1859 was hij als docent beeldhouwen en vanaf 1880 eveneens als directeur verbonden aan de Luikse Academie. Tot zijn leerlingen behoorden Alphonse de Tombay, Paul Herman, Léon Mignon, Georges Petit, Joseph Pollard en Joseph Rulot. In 1904 ging Drion met pensioen. Hij werd als directeur opgevolgd door Evariste Carpentier.
De beeldhouwer ontwierp allegorische sculpturen, beeldengroepen, figuren en decoratief werk.[5] Hij maakte onder meer in de beginjaren 1860 samen met Antonius Sopers acht pijlerbeelden voor de Luikse Pont des Arches; vier daarvan symboliseerden de Maas en haar zijrivieren, de andere waren allegorieën van de landbouw, handel, industrie en navigatie.[9] Drion was onder meer jurylid bij de Prix de Rome (1888), lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, lid van de Antwerpse Academie (1894[10]) en Inspecteur der Academies.[11] Hij was erevoorzitter van de Cercle Royal des Beaux-Arts de Liège. Hij werd benoemd tot Ridder (1881) en gepromoveerd tot Officier (1898) in de Leopoldsorde.[12]
Prosper Drion overleed op 83-jarige leeftijd, hij werd begraven op de begraafplaats van Robermont.
Enkele werken
- 1860-1863: Maas en Vesder, pijlerbeelden voor de Pont des Arches in Luik.
- ca. 1860: De intrekking van de octrooien door Frère-Orban of Abolition de l'octroi de 1860. Een versie is opgenomen in de collectie van La Boverie, een andere staat in het stadhuis van Luik.
- Jong meisje aan de fontein.[13]
.jpg)
- 1 2 3 https://archive.org/details/lesmaitrestombie00mich/page/210/mode/2up.
- ↑ RKDartists; geraadpleegd op: 2 maart 2018; RKDartists-identificatiecode: 331241.
- ↑ https://www.google.es/books/edition/Moniteur_belge/itwYZ1ZxMDcC?hl=fr&gbpv=1&pg=PA1092&printsec=frontcover.
- ↑ https://uurl.kbr.be/1205160.
- 1 2 Paul Piron (2016) De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw. Brussel: Ludion. ISBN 9789491819643. p. 869.
- ↑ Biografische gegevens bij het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis
- ↑ Burgerlijke stand van Luik: geboorten 1822, akte no 1029.
- ↑ Pierre Colman (2019) "Les trois derniers marquers du bon métier des orfèvres liégois".
- ↑ (fr) "Le pont des Arches", Histoires de Liège.
- ↑ "Académie des beaux-arts d'Anvers", Journal De Bruxelles, 5 oktober 1894.
- ↑ Cor Engelen en Mieke Marx (2002) Beeldhouwkunst in België vanaf 1830. Brussel: Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën, Studia 90. Volume I, p. 617.
- ↑ "Ordre de Léopold", La Meuse, 16 mei 1881; "Partie Officielle", l'Etoile belge, 13 februari 1898.
- ↑ Jacques van Lennep, red. (1990) De 19de-eeuwse Belgische beeldhouwkunst. Brussel: Generale Bank. ISBN 978-90-94015-31-2. p. 373-374.
