Princenhof (Driebergen-Rijsenburg)
| Princenhof | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Hoofdstraat, Driebergen-Rijsenburg | |||
| Land | Nederland | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | Gemeentelijk monument | |||
| ||||
Princenhof is een gemeentelijk monument in Driebergen-Rijsenburg, gelegen aan de Hoofdstraat nabij station Driebergen‑Zeist. Het restaurant is vooral bekend als pannenkoekenhuis en maakt deel uit van het gebied dat historisch een belangrijke toegangspoort vormde tot Driebergen.
Ligging
Princenhof staat aan de Hoofdstraat, een historische doorgaande route tussen Utrecht en Arnhem. Het restaurant bevindt zich op korte afstand van het station Driebergen‑Zeist, dat in de 21e eeuw ingrijpend werd vernieuwd. De omgeving bestaat uit een mix van historische panden, moderne kantoren en horecagelegenheden.
Geschiedenis
Het gebied rond Princenhof ontwikkelde zich in de 19e eeuw na de opening van station Driebergen in 1844. Boer Woudenberg liet tegenover het station Hotel Woud- en Bergoord bouwen, dat aanvankelijk veel reizigers trok. Aan het einde van de eeuw liep de belangstelling terug en in 1913 werd het hotel gesloopt.
Na de sloop van het hotel werd het terrein gebruikt voor kleinschalige industrie, waaronder een vleeswarenfabriek. Deze gebouwen verdwenen later, waarna het terrein enige tijd braak lag. In de jaren tachtig werd het gebied opnieuw ontwikkeld en ontstonden plannen voor een kleinschalig kantorenpark.
Het huidige pannenkoekenhuis Princenhof is een horecagelegenheid zonder directe historische band met de oorspronkelijke bebouwing op deze locatie.
Naamgeving
De toegang tot het nieuwe kantorenpark zou aan de Odijkerweg komen te liggen. Omdat daar geen huisnummers meer beschikbaar waren, stelde de projectontwikkelaar voor om de naam van het gebied zelf als postadres te gebruiken. De gemeenteraad nam dit voorstel over en stelde in 1989 officieel de naam Princenhofpark vast.
Het kantorencomplex werd genoemd naar een huis dat eerder op het terrein stond. Dat huis droeg de naam van een van de eerste eigenaren, de heer Prince. Hij stond in Driebergen bekend als een vindingrijk man. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen brandstof schaars en kostbaar was, ontwikkelde Prince een methode om zelf brandstofbriketten te maken. Hij gebruikte daarvoor onder meer krantenpapier, bladeren en huisstof. Later verfijnde hij deze techniek door gebruik te maken van sintelafval van de gasfabriek in Zeist. Arbeiders zochten daarin met de hand naar resten onverbrande cokes, die vervolgens werden gemengd met geweekt papier, dennennaalden en zo nodig klei of leem. Het mengsel werd geperst tot stevige brandstof in turfvorm.
Zie ook
