Porta Soprana

Porta Soprana
De Porta Soprana
De Porta Soprana
Locatie
Land Vlag van Italië Italië
Adres Piano di S. AndreaBewerken op Wikidata
Onderdeel van Walls of GenoaBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Restauratie 1890–1914, jaren 1930
Architectuur
Stijlperiode Romaans
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus Italiaans nationaal erfgoed[1]Bewerken op Wikidata
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Close-up van de torens van de poort

De Porta Soprana, ook bekend als de Porta di Sant’Andrea (in het Ligurisch: Pòrta de Sant’Andria), is een van de bekendste overblijfselen van de middeleeuwse architectuur in Genua.[2] De poort, gelegen op de top van de heuvel Piano di Sant’Andrea, dankt haar historische naam aan de Latijnse vorm Superana, wat "verheven" betekent en verwijst naar haar hoge positie ten opzichte van de rest van de stad.[3]

De huidige architectonische staat is het resultaat van restauraties die tussen 1882 en 1914 werden uitgevoerd door Alfredo d'Andrade. Hij herstelde de poort naar het uiterlijk dat deze vermoedelijk had in de 12e eeuw, tijdens de aanleg van de derde stadsmuur, bekend als de Muren van Barbarossa (1155–1159).[3][4]

De poort markeerde de toegang tot de stad voor reizigers uit het oosten en vanuit Rome en speelde al een strategische rol sinds de bouw van de tweede stadsmuur (9e–10e eeuw).[5] Samen met de Porta dei Vacca is de Porta Soprana een van de weinige overgebleven poorten van de middeleeuwse muren. De torens zijn tegenwoordig te bezichtigen. In de nabijheid bevindt zich het Huis van Christoffel Columbus, dat nu is ingericht als museum en de historische waarde van het gebied benadrukt.[6]

De inscripties op de poort

De inscriptie aan de rechterzijde van de poort (gezien van buitenaf)

Aan de binnenzijde van de poort bevinden zich twee Latijnse inscripties in leonische hexameters.[7] Deze verzen, gekenmerkt door een complex systeem van rijm en assonantie, eindigen met een lijst van de consuls die in het jaar 1155 aan de macht waren. In de teksten drukt de Genuese regering haar trots uit over de overwinningen in de Middellandse Zee en de grote macht die de stad had verworven.

In de inscriptie aan de linkerzijde (voor wie van buitenaf binnenkomt) spoort de stad Genua zelf de bezoeker aan om in vrede binnen te treden en de militaire macht van de stad niet uit te dagen. De tekst speelt met de middeleeuwse naam van de stad, Ianua, wat in het Latijn "poort" betekent.[8]

† In de naam van de Almachtige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Ik word verdedigd door mannen, omringd door prachtige muren,
En met mijn moed werp ik de pijlen van de vijand ver van mij af.
Als je vrede brengt, mag je deze poorten aanraken;
Als je oorlog zoekt, zul je bedroefd en verslagen terugkeren.
Zuid en West, Noord en Oost weten
Hoeveel oorlogstumulten ik, Genua, heb overwonnen.
Tijdens het consulaat van de commune van Guglielmo Porco, Oberto Cancelliere, Giovanni Malocello en Guglielmo Lusio; en van de placiti Boiamonte di Odone, Buonvassallo di Castro, Guglielmo Stangone, Guglielmo Cigala, Nicola Roza en Oberto Recalcato.

— † In nomine Omnipotentis Dei: Patris et Filii et Spiritus Sancti. Amen.

Sum munita viris, muris circundata miris
Et virtute mea pello procul hostica tela.
Si pacem portas, licet has tibi tangere portas;
Si bellum queres, tristis victusque recedes.
Auster et Occasus, Septemtrio novit et Ortus
Quantos bellorum superavi Ianua motus.
In consulatu comunis Wilielmi Porci, Oberti Cancellarii, Iohannis Maliaucelli et Wilelmi Lusii; et placitorum Boiamundi de Odone, Bonivassalli de Castro, Wilelmi Stanconis, Wilelmi Cigale, Nicole Roce et Oberti Recalcati

De inscriptie aan de rechterzijde zet de tekst voort. Genua somt haar overwinningen op tegen de Saracenen en herinnert aan het jaar 1155, toen de bouw van de nieuwe muren begon.

Door de militaire kracht van mijn volk werd tot nu toe Afrika geschokt,

Daarna de delen van Azië en vervolgens heel Spanje:
Ik heb Almería veroverd en Tortosa onderworpen.
Het was het zevende jaar na deze daad en het achtste na die,
Toen ik, Genua, voor het eerst dit bolwerk bouwde,
In het jaar elf honderd en nog eens vijf maal tien
Na de vruchtbare geboorte van de eerbiedwaardige Maagd.
Tijdens het consulaat van de commune van Guglielmo Lusio, Giovanni Malocello, Oberto Cancelliere, Guglielmo Porco; van de placiti Oberto Recalcati, Nicola Roza, Guglielmo Cicala, Guglielmo Stangone, Buonvassallo di Castro en Boiamonte di Odone.

— Marte mei populi fuit hactenus Affrica mota,

Post Asie partes et abhinc Yspania tota:
Almariam cepi, Tortosamque subegi.
Septimus annus ab hac et erat bis quartus ab illa,
Hoc ego munimen cum feci Ianua pridem,
Undecies centeno cum tociens quoque quino
Anno post partum venerande Virginis almum.
In consulatu comunis Wilelmi Lusii, Iohannis Maliaucelli, Oberti Cancellarii, Wilelmi Porci; de placitis Oberti Recalcati, Nicole Roce, Wilelmi Cigale, Wilelmi Stangonis, Bonivassalli de Castro et Boiamundi de Odone.

De restauraties

De Porta Soprana halverwege de 19e eeuw, op een aquarel van Domenico Cambiaso. Links is de ingang van het (nu verdwenen) klooster van Sant'Andrea te zien.

Toen de poort haar verdedigende functie verloor en de stadsmuren werden uitgebreid, werd ze vanaf de 14e eeuw letterlijk "opgeslokt" door de stedelijke ontwikkeling, met name door de bouw van de wijk Ponticello. Boven de toegangsboog tussen de twee torens werd een huis gebouwd, dat in de 19e eeuw met een extra verdieping werd verhoogd. In dit huis woonde de zoon van Sanson, de beul die koning Lodewijk XVI had geguillotineerd tijdens de Franse Revolutie.[9]

In de 19e eeuw werden de torens, net als het nabijgelegen klooster van Sant'Andrea, gebruikt als gevangenis ("de Gevangenis van de Toren"), waar ook de cipiers woonden.

Tegen het einde van de eeuw was het monument vervallen tot een reeks gebouwen en waren de kantelen verdwenen. Vanaf circa 1890 werd de poort gerestaureerd onder leiding van architect Alfredo d'Andrade, directeur van de Superintendentie voor Schone Kunsten. Het team van d'Andrade herstelde de noordelijke toren en de boog boven de ingang. Ook werden de beeldhouwwerken van de kapitelen (adelaars in romaans-Pisaanse stijl) opnieuw geïntegreerd.

De zuidelijke toren bleef tot de jaren 1930 onderdeel van een woonhuis. Na de sloop van de wijk Ponticello werd ook deze toren gerestaureerd onder leiding van Orlando Grosso.

Galerij