Polyembryonie

Eeneiige tweeling
Een kolonie van de cryptische veldwesp.

Polyembryonie is het verschijnsel waarbij een bevruchte eicel (zygote) kort na de vorming zich splitst in een groot aantal genetisch identieke dochtercellen, die zich verder ontwikkelen tot embryo's. Het verschijnsel komt voor bij dieren en planten.

Mens en dieren

Bij mensen resulteert polyembronie in een eeneiige tweeling of een eeneiige meerling.

Bij sommige dierensoorten komt het veel vaker voor. Het negenbandgordeldier krijgt bijvoorbeeld normalerwijze 2 tot 4 identieke jongen.

Polyembryonie komt vooral voor bij parasitaire insecten, met name bij parasitaire vliesvleugeligen (Hymenoptera) en waaiervleugeligen (Strepsiptera). Uit één succesvol gelegd ei kunnen tot 3000 nakomelingen voortkomen, die zich in het lichaam van de gastheer verder ontwikkelen tot uitgegroeide larven. Zo blijft de door het moederinsect hiervoor betaalde prijs minimaal.

Planten

Ook bij planten komt polyembryonie voor. Het komt voor bij coniferen, bij Gnetaceae, bij Welwitschiaceae en bij Ephedraceae. Vaak overleeft toch maar één nakomeling per zaad, doordat de andere embryo's afsterven door apoptose.[1]