Pinus monticola
| Pinus monticola IUCN-status: Gevoelig (2011) | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Oud exemplaar in de Desolation Wilderness in de Sierra Nevada in Californië | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Pinus monticola Douglas ex. D.Don (1832) | ||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||
| Verspreidingsgebied | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| Pinus monticola op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Pinus monticola is een plantensoort uit de dennenfamilie (Pinaceae). Engelse triviale namen voor de soort zijn Western white pine, silver pine en California mountain pine. Als een van de symbolen voor de staat Idaho, wordt de boom ook wel Idaho pine genoemd.
Determinatie

Pinus monticola is een groenblijvende, boomvormende conifeer. Het is een van de white of soft pines en lijkt op de weymouthden (Pinus strobus) en op Pinus ayacahuite. Kenmerkend voor Pinus monticola is vooral de vorm: het is een grote, torenvormige boom die 30 à 50 meter hoog wordt, uitzonderlijk zelfs 70 meter. De schors is gladder en grijzer dan die van de weymouthden. De loten zijn bruinachtig-groen met fijne, roestkleurige haren in het eerste jaar (vergelijkbaar met suikerden). Zoals bij alle soft pines, groeien de naalden in bundels van vijf. Ze worden 5 à 13 cm lang. Ze zijn dun en ietwat overhangend. Zowel vanbinnen als vanbuiten zijn zwakke witte lijnen zichtbaar, vergelijkbaar met Pinus flexilis, waar de lijnen echter gezaagd zijn. De naalden van Pinus monticola gaan 2 tot 3 jaar mee, in vergelijking met 1,5 tot 2 jaar bij de weymouthden. Pinus monticola draagt overvloedig kegels, die slank en tot 32 cm lang kunnen zijn. Hun breedte meet gesloten 3–4 cm, geopend 5–8 cm. De schubben zijn dun en buigzaam en de onderste schubben zijn sterk teruggekromd. De zaadjes zijn klein: 4–7 mm lang.
Verspreiding
Het natuurlijke verspreidingsgebied van Pinus monticola strekt zich uit over de bergachtige gebieden in het westen van de Verenigde Staten en Canada, met name in de Cascade Range, de Sierra Nevada, de Pacific Coast Ranges en de noordelijke Rocky Mountains. Op verschillende plaatsen en vooral in Oregon en Washington, komt Pinus monticola ook voor op zeeniveau.
De soort is geïmporteerd naar allerlei andere delen van de wereld, waar ze vaak gebruikt wordt als sierplant. In Europa is de soort te vinden in enkele grote tuinen en arboreta.
Aantastingen
Net zoals suikerden, wordt Pinus monticola vaak aangetast door weymouth-dennenblaasroest, een schimmel van Europese oorsprong.
- Pinus monticola in de Flora of North America
- Owen Johnson & David More (2005) ANWB Bomengids van Europa, ANWB B.V., Den Haag.

