Betelpalm
| Betelpalm | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||
| Areca catechu (1897), Köhler's Medizinal-Pflanzen | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| soort | ||||||||||||||||||
| Areca catechu L. (1753) | ||||||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||||||
| Vruchttros van de betelpalm | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Betelpalm op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
De betelpalm (Areca catechu) is een rechtopstaande tot 15 meter hoge palm in het genus Areca. De betelpalm is afkomstig uit Indonesië en wordt in veel landen van Zuidoost-Azië gekweekt.
Boom
De stam is slank met onduidelijke bladlittekens. De bladeren zijn geveerd en meestal tot 2 m lang, ze zijn zijdelings uitstaand en aan de top iets overhangend. De deelblaadjes staan zeer dicht opeen. De bloemen zijn klein, lichtgeel en zitten in een fijn vertakte bloeiwijze, die er enigszins uitziet als een poederkwast. De bloeiwijzen en later de vruchttrossen zitten hoog aan de stam aangehecht, vlak onder de gladde, groene bladschedenbundel.
De vruchten zijn bij rijpheid geel tot oranje, rond tot eivormig en tot 6 cm groot. Zaden van de betelpalm kiemen in enkele weken. In gematigde streken in het westen wordt betelpalm wel in broeikassen opgekweekt en jonge exemplaren worden via bloemenzaken en -markten als sierplant verkocht. De betelpalm kan niet tegen direct zonlicht en is niet vorstbestendig.
Noot
Botanisch gezien is de betelnoot geen noot, maar een steenvrucht. De betelnoot (of arekanoot) is het zaad van de palm. De harde betelnoot is 3-4 × 2-4 cm groot, hij heeft een bittere smaak en is rood van kleur. De noot is al eeuwenlang geliefd vanwege zijn opwekkende werking.
Kauwen van betel
In het Verre Oosten (Oost- en Zuidoost-Azië, India en Micronesië) wordt de onrijpe noot veel gekauwd. In Indonesië noemt men het: het kauwen van de 'Sirih-Pinang'.
De noot wordt in kleine brokjes gehakt en ingepakt in een stuk betelblad (niet van de betelpalm maar van de betelpeper (een klimplant)) en vermengd met wat gebluste kalk, kruidnagel en pruimtabak. De toevoeging van kalk versterkt het effect van de betelnoot doordat de stof areciline omgezet wordt in de werkzame stof arecaidine. De kalk kan afkomstig zijn van kalkrotsen, koraal, zeeschelpen of slakkenhuisjes.
Er ontstaat na menging van de ingrediënten een rode pasta die bij het kauwen het speeksel vuurrood kleurt. Bij chronisch gebruik verkleuren ook de tanden rood. Na het kauwen worden de smakeloos geworden resten uitgespuugd. Dit zorgt voor kleine rode spuugplekken op de grond, het kauwen van betel is daarom verboden op sommige openbare plekken. Om de bittere smaak te verfijnen wordt, afhankelijk van regio, budget of beschikbaarheid het 'betelhapje' nog voorzien van soms wel tientallen andere ingrediënten (honing, vruchten, gemalen noten, pepermunt, salmiak, zoethout en extracten van planten). Vaak beweert de verkoper dat ook dit de werking zal versterken.
Het kauwen gaat het hongergevoel tegen en heeft een licht euforische en opwekkende werking. Bijwerkingen van het gebruik van de betelnoot kunnen zijn: misselijkheid, buikloop, verhoogde hartslag en irritatie van de slijmvliezen. Bij chronisch gebruik: gebitschade, verhoogde kans op gezwellen aan de mond en slijmvliezen (plaveiselcelcarcinomen in 30-40% van de gevallen) en een verhoogde kans op orofarynx carcinoom.
Beoordeling
In de 'Novel food catalogus' van de EU staan betelnoten als 'novel food' vermeld: Areca catechu (22-02-2023) Betelnoten, Areca catechius, zijn schadelijk voor de mens en kunnen acute en chronische effecten veroorzaken. Betelnooteffecten kunnen verband houden met beschadigingen van meerdere organen en systemen in het lichaam. In het algemeen is betelnoot door het Agency for Research on Cancer (IARC) geclassificeerd als kankerverwekkend voor de mens. Daarom wordt de consumptie van betelnoten als onveilig beschouwd.
Wetenswaardigheden
- De Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie speelde een belangrijke rol in de betelnotenhandel. Vanuit Indië exporteerden zij de noot naar Europa, de Arabische landen en China. Er waren onder andere plantages op Timor en Soemba. Later kwamen er plantages in diverse landen waaronder in India.
- De traditionele stenen voetpaden in de Micronesische deelstaat Yap in de Carolinen zijn door het massale gebruik en bijbehorend gespuug roodgevlekt. Op dit eiland, ten oosten van de Filipijnen, kweekt men kwalitatief erg goede betelnoten en een significant deel van de Yapezen kauwt continu betel; de noten worden vanuit Yap ook uitgevoerd.
Galerij
Stilleven van verschillende objecten die gebruikt worden bij het Sirih kauwen uit het bezit van de Sultan van Ternate
Wereldmuseum Amsterdam
Container voor betelpeper, goud met bands van robijnen en imitatie-smaragden, met reliëfdruk en ogen van robijnen, Myanmar
Oude Birmese man van wie de tanden rood zijn geworden door het vele kauwen van betel- Meisje in betelnotenverkoopkraampje in Taiwan
Verbod op het kauwen van pinang op luchthaven Sentani (Indonesië)

.jpg)