Pietje Bell (boek)

Pietje Bell
Pietje Bell op weg naar school. Illustratie van Rinke bij hoofdstuk 3, Pietjes eerste schooljaren.
Pietje Bell op weg naar school. Illustratie van Rinke bij hoofdstuk 3, Pietjes eerste schooljaren.
Oorspronkelijke titel Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen
Auteur(s) Chris van Abkoude
Illustrator Jan Rinke
Land Nederland
Taal Nederlands
Reeks/serie Pietje BellBewerken op Wikidata
Genre jeugdliteratuur
Uitgever Kluitman
Uitgegeven 1914
Pagina's 232
Externe link
Volledige tekst Pietje Bell, of de lotgevallen van een ondeugenden jongen, oorspronkelijke tekst op dbnl.org
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Pietje Bell, oorspronkelijke titel Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen, is een kinderboek uit 1914 van de Rotterdamse schrijver en kinder-entertainer Chris van Abkoude. Het is het eerste boek in de Pietje Bell-serie.

De hoofdpersoon, Pietje Bell, is een Rotterdamse schoenmakerszoon. Door de onbeholpen en naïeve wijze waarop hij anderen probeert te helpen, brengt hij voortdurend zichzelf en de mensen om zich heen in de problemen.

Verhaal

Pieter Bell, bijgenaamd "Jan Plezier", is een vrolijke schoenmaker uit de Breestraat in Rotterdam. Hij heeft een 14-jarige dochter genaamd Martha. Zijn hartenwens is om ook nog een zoon te krijgen. Uiteindelijk wordt deze wens vervuld, als Pietje wordt geboren. Meteen op de eerste dag na Pietjes geboorte koopt Pieter Bell voor zijn zoon een hobbelpaard en een speelgoedzwaard.

De kleine Pietje blijkt al gauw een zeer ondernemend kind, dat met zijn onbevangen en onbesuisde gedrag veel streken uithaalt. Als Pietjes zuinige en altijd chagrijnige tante Cato tijdelijk haar intrek neemt bij de familie Bell, is Pietje herhaaldelijk een enfant terrible, tot grote frustratie van vooral zijn moeder. Ook zet hij Cato's pruik zelf op. Het loopt pas echt uit de hand als Pietje met een touw de wrat van Cato's neus probeert los te trekken.

Tot afkeuring van zijn vrouw en dochter moet de schoenmaker altijd hartelijk lachen om de streken van zijn zoontje. De buurman van de familie Bell, de drogist Geelman, komt regelmatig zijn beklag doen over Pietje, waarbij hij zijn eigen zoontje Jozef, die nog nooit straf heeft gehad of iets verkeerds heeft gedaan, als modelkind noemt. Geelman wordt steevast weggehoond door de vader van Pietje. Een echte jongen hoort kattenkwaad uit te halen en komt af en toe thuis met een scheur in zijn broek, is de mening van Pietjes vader.

Tijdens zijn eerste jaar op school heeft Pietje zijn eigen zus als onderwijzeres. Als hij op een dag spijbelt, komt hij op een boot terecht. Omdat de streken van Pietje naarmate hij ouder wordt behoorlijk wat schade aan zijn directe omgeving veroorzaken en zelfs de krant halen, dringen zijn moeder en zus er regelmatig bij vader Pieter op aan om strenger op te gaan treden. Ten slotte doet vader Pieter dit inderdaad, waarop Pietje uit frustratie besluit van huis weg te lopen. Hij belandt in het circus en wordt hier ternauwernood gered uit de leeuwenkooi. Tijdens de huwelijksreceptie bij de Velinga's, de schoonfamilie van de familie Bell, laat Pietje het huis onder water lopen doordat hij de badkraan vergeet dicht te draaien. Pietje is hierna nooit meer welkom bij zijn schoonfamilie.

Pietje viert op een aparte manier Sinterklaas, door allerlei spullen van zijn ouders en zus stiekem weg te geven aan bekenden. Omgekeerd haalt hij bij anderen juist spullen weg en geeft die aan zijn eigen familie. Uiteindelijk wordt alles weer teruggeruild.

Pietje ontwikkelt gaandeweg iets meer zelfreflectie, al blijft hij zich vaak in de nesten werken. Dat zijn karakter ook zeer goede kanten heeft, wordt met name duidelijk als meester Ster een longontsteking krijgt en uiteindelijk hieraan sterft. Van de leerlingen in de klas toont Pietje zich het meest begaan met de onderwijzer.

Met Oudjaar verkleedt Pietje zich als spook en jaagt iedereen de stuipen op het lijf, voordat hij besluit zich nu echt te beteren, als goed voornemen.

Achtergrond

Kinder-entertainer Chris van Abkoude was een voormalig onderwijzer die genoeg had van het belerende, kuise karakter van de jeugdliteratuur uit zijn tijd. Met Pietje Bell schiep hij voor het eerst een jongensboekenheld die hardnekkig onaangepast bleef. Evenals zijn hoofdpersoon had Van Abkoude een avontuurlijke geest en vrijgevochten karakter.

Ontvangst

Het boek werd onder lezers uitermate populair, maar is vanwege het ontbreken van de destijds gewenste moraal, waarbij kinderen ontzag dienden te tonen voor volwassenen, door opvoedkundigen langdurig streng bekritiseerd. In het jaar voor publicatie gebruikte Van Abkoude de verhalen over Pietje Bell tijdens zijn optredens als kinder-entertainer. Al in oktober 1913 verscheen het eerste afkeurende commentaar, waarbij Pietje Bell bij de bespreking van een voorstelling door de Deventer Courant werd gekwalificeerd als een ´enfant terrible’. Ook bekende collega-schrijvers van kinderboeken als J.B. Schuil, A.M. de Jong, Theo Thijssen en K. Norel spraken in de daaropvolgende jaren hun sterke afkeuring uit over dit boek.

Naar aanleiding van alle kritiek verdwenen er in latere bewerkingen een groot aantal passages die als aanstootgevend werden gezien. Zo werden onder meer alle verwijzingen naar godsdienstige zaken geschrapt (de oorspronkelijke versie bevatte een apart hoofdstuk waarin Pietje naar de zondagsschool wordt gestuurd). Ook duurt het laatste hoofdstuk in de oorspronkelijke versie wat langer; hier houdt Paul Velinga nog een aparte nieuwjaarstoespraak en hij drukt daarbij Pietje op het hart om het komend jaar ernstiger te worden, hem herinnerend aan de serieuze kanten van het leven (met als voorbeeld het recente overlijden van Pietjes onderwijzer).

In de loop der jaren veranderden de pedagogische inzichten en zijn de kritieken grotendeels verstomd. Evenals in het werk van Chris van Abkoude is stukje bij beetje het opgeheven moralistische vingertje verdwenen uit de Nederlandse kinderliteratuur. Pietje Bell kan in dit opzicht worden beschouwd als een voorbeeld van pionierswerk. Het was aan het begin van de twintigste eeuw het eerste Nederlandse jeugdboek dat geheel vanuit het perspectief van het kind werd verteld, terwijl de toentertijd geldende moraal juist niet werd gepropageerd.

Heruitgave

In 2014, precies honderd jaar nadat het boek uitkwam, verscheen een jubileumeditie waarin de oorspronkelijke tekst in ere is hersteld.

Vervolgdelen

  • 1920 De vlegeljaren van Pietje Bell
  • 1922 De zonen van Pietje Bell
  • 1924 Pietje Bell's goocheltoeren
  • 1929 Pietje Bell in Amerika
  • 1932 Nieuwe avonturen van Pietje Bell
  • 1934 Pietje Bell is weer aan de gang
  • 1936 Pietje Bell gaat vliegen

Hoewel Pietje in het tweede boek zo'n 18 jaar oud is, en in deel drie al getrouwd is en kinderen heeft, verhalen de latere boeken weer over diens jeugdjaren. In na-oorlogse drukken wordt de reeks dan ook in een andere volgorde aangeboden. De drie 'volwassen' delen werden daarbij tevens gemoderniseerd door W.N. van der Sluys:[1]

  • 1. Pietje Bell
  • 2. Pietje Bell’s goocheltoeren
  • 3. Nieuwe avonturen van Pietje Bell
  • 4. Pietje Bell is weer aan de gang
  • 5. Pietje Bell gaat vliegen
  • 6. De vlegeljaren van Pietje Bell
  • 7. Pietje Bell in Amerika
  • 8. De zonen van Pietje Bell

Bewerkingen

Toneelvoorstelling 1922 Genootschap Jeugdamusement

Het Genootschap Jeugdamusement kwam in 1922 in Amsterdam met een toneelvoorstelling gebaseerd op de boeken Pietje Bell en De vlegeljaren van Pietje Bell. Het betrof een bewerking door Chris van Abkoude zelf. De titelrol werd vertolkt door Lily Bouwmeester. Haar echtgenoot Theo Frenkel jr. nam de rol van Jozef, zoon van de drogist Geelman voor zijn rekening. De voorstelling trok gedurende een aantal jaren met zeer veel succes door het land. Sedertdien zijn er in Nederland tientallen toneel- en musicalbewerkingen gemaakt van de boeken over Pietje Bell. In de jaren dertig van de twintigste eeuw zijn ook in Nederlands-Indië enkele toneelvoorstellingen gemaakt.

Een eerste verfilming met als titel De avonturen van Pietje Bell dateert uit 1964. In 2002 en 2003 kwam Maria Peters met de films Pietje Bell en Pietje Bell 2: De Jacht op de Tsarenkroon. De verfilming uit 2002 is goeddeels gebaseerd op het eerste boek.

Begin jaren negentig werkte Dick Matena dit eerste boek om tot een stripversie. Hetzelfde deed Matena met Pietje Bell's goocheltoeren. Beide stripverhalen verschenen onder andere als feuilleton in het weekblad Donald Duck.

Zie ook