Pietje Bell gaat vliegen

Pietje Bell gaat vliegen
Oorspronkelijke titel Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen
Auteur(s) Chris van Abkoude
Illustrator Gerard van Straaten, Hans Borrebach
Land Nederland
Taal Nederlands
Reeks/serie Pietje BellBewerken op Wikidata
Genre jeugdliteratuur
Uitgever Kluitman
Uitgegeven 1936
Voorloper Pietje Bell is weer aan de gang
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Pietje Bell gaat vliegen is een kinderboek uit 1936 van de uit Rotterdam afkomstige kinderboekenschrijver Chris van Abkoude, die inmiddels in de Verenigde Staten woonde. Het is het achtste en tevens laatste deel uit de Pietje Bell-serie.

De hoofdpersoon Pietje Bell is hier weer ongeveer even oud als aan het begin van de serie, terwijl hij in sommige verhalen die eerder in de reeks waren verschenen (zoals De zonen van Pietje Bell) al volwassen is. Bij heruitgaven is Pietje Bell gaat vliegen opnieuw genummerd ten opzichte van andere delen, zodat de verhaallijn als geheel logischer verloopt.

Het verhaal lijkt zich af te spelen omstreeks 1920, de begintijd van de KLM en luchthaven Schiphol.

Verhaal

Het gezin Bell is verhuisd van de Breestraat naar de Herenstraat, maar de zaken gaan erg slecht; schoenmaker Pieter Bell heeft nauwelijks nog klanten. De anders altijd vrolijke Bell is hierdoor nu slecht gehumeurd. Zoon Pietje denkt dat zijn vader lichamelijk iets mankeert. Pietje roept de hulp in van drie dokters, die elk voor niets bij zijn vader langskomen. Ook Pietjes onderwijzer meester Long komt speciaal bij vader Bell langs met een fruitmand, die hij zijn leerlingen dan maar zelf laat leegeten. Bells vroegere buurman, de drogist Geelman, heeft eveneens te maken met teruglopende klandizie. Hij komt bij de schoenmaker langs en stelt voor om samen reclamefolders te gaan maken. Bell heeft door dat Geelman hem voor alle kosten wil laten opdraaien, en hij stuurt Geelman weer weg.

Als Pietje snapt dat het echte probleem is dat zijn vader niet genoeg klanten heeft, verzint hij een plan: hij roept zijn bende "De Zwarte Hand", die bestaat uit hemzelf en drie andere jongens (Freddie Blom, Engelbert Banders en "Sproet") opnieuw bij elkaar. De bende besluit massaal de mensen op straat van hun schoenen te beroven, en die zogenaamd voor reparatie naar Pietjes vader te brengen. Al snel krijgt schoenmaker Bell hierdoor problemen met de politie, en de vier jongens besluiten nu de stad te ontvluchten na een afscheidsbrief aan hun ouders. Na wat omzwervingen komen ze terecht op de boerderij van het echtpaar Donkersloot, waar ze hartelijk worden ontvangen omdat Pietje Bell het echtpaar aan hun eigen overleden zoon Driek doet denken. Juist als de vier jongens hun belevenissen vertellen, is er een opsporingsbericht met hun signalement op de radio te horen. Boer Donkersloot besluit hen in zijn auto terug te brengen naar hun ouders in Rotterdam. De boer, die zelf behoorlijk rijk is, biedt aan om voor Bell reclame te maken, maar de schoenmaker weigert dit uit eergevoel. Boer Donkersloot gaat zelfs zo ver dat hij in ruil aan Bell vraagt om Pietje zelf te mogen adopteren.

Pietje Bell is intussen met de schoolreis voor het eerst op Schiphol geweest, en hij heeft hier zelf even mogen vliegen in een toestel van KLM. Pietje krijgt een nieuw idee om zijn vader alsnog aan meer klanten te helpen. Als hij er later opnieuw is, vervangt hij op een reclamefolder die later vanuit de lucht zal worden uitgeworpen stiekem de H door een B in de reclametekst WAT HELL MAAKT IS EERSTE KLAS. Ook maakt hij zich verdienstelijk door terloops een bende smokkelaars te ontmaskeren die hij toevallig ziet.