Piazza De Ferrari
| Piazza De Ferrari | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Zicht op de oostkant van Piazza De Ferrari, richting Via XX Settembre en Via Dante | ||||
| ||||
Piazza De Ferrari is het belangrijkste plein van de Italiaanse stad Genua. Het plein ligt in het hart van de stad, tussen het historische en het moderne centrum. Piazza De Ferrari staat bekend om zijn monumentale fontein, die in de afgelopen jaren is gerestaureerd tijdens een grote herinrichting van het plein.
Vandaag de dag bevinden zich rondom Piazza De Ferrari talrijke kantoorgebouwen en hoofdkantoren van banken, verzekeringsmaatschappijen en andere particuliere bedrijven. Hierdoor vormt dit district het financiële en zakelijke centrum van Genua, waardoor de Genuezen er in de volksmond naar verwijzen als de "City" van Genua. Aan het einde van de 19e eeuw was Genua, samen met Milaan, het belangrijkste financiële centrum van Italië. Piazza De Ferrari was de plek waar veel instellingen werden gevestigd, zoals de effectenbeurs, de Credito Italiano[1] en in 1893 het filiaal van de Banca d'Italia.

Beschrijving
Het plein is vernoemd naar de Italiaanse bankier en politicus Raffaele de Ferrari, hertog van Galliera. Het heeft een onregelmatige vorm door stedenbouwkundige ingrepen die twee verschillende stadsdelen met elkaar verenigden. Het plein heeft een oppervlakte van ongeveer 11.000 m².
De huidige vorm van de piazza ontstond in de eerste twee decennia van de twintigste eeuw met de aanleg van drie straten die vanuit het oosten samenkomen: Via XX Settembre, Via Dante en Via Petrarca, en met de bouw van vier eclectische paleizen. Dit alles werd gebouwd op het gebied dat vrijkwam door de afgraving van de heuvel Colle Sant'Andrea.

De constructie van het plein vond grofweg plaats tussen 1899 en 1983.[2] De vier eclectische gebouwen contrasteren met neoklassieke voorbeelden zoals het Teatro Carlo Felice en de Accademia Ligustica di Belle Arti. Daarnaast vertakken zich naast het Teatro Carlo Felice twee straten: de Via Roma (een elegante straat met boetieks), geflankeerd door de Galleria Mazzini, en de Via XXV Aprile.
Voor het theater staat een standbeeld gewijd aan Giuseppe Garibaldi, in 1893 vervaardigd door de Italiaanse beeldhouwer Augusto Rivalta.
In het midden van het plein werd in 1936 een bronzen fontein gebouwd. Deze werd ontworpen door de architect Giuseppe Crosa di Vergagni[3] en groeide al snel uit tot een van de belangrijkste symbolen van de stad.[4][5]
In de jaren 1990 werd het plein architectonisch gerenoveerd door de Duitse stedenbouwkundige en architect Bernhard Winkler. De meeste aandacht ging uit naar de bestrating, de fontein en het Palazzo Ducale. Het plein is nu bijna volledig voetgangersgebied.
Geschiedenis
Piazza San Domenico
Op de plek van het huidige plein lag in het verleden een driehoekige ruimte die vernoemd was naar de San Domenico-kerk.[6] De kerk werd in de jaren 1820 gesloopt, waarna op die grond het Teatro Carlo Felice werd gebouwd.
Het plein werd omsloten door de gelijknamige kerk, een Dominicaans klooster, Palazzo Forcheri en andere gebouwen. In het midden van het plein stond een barchile (monumentale fontein) uit het jaar 1536.
Aan het Piazza San Domenico grensden in het oosten de Via Giulia en Via dei Sellai (nu Via Cardinal Boetto) en in het westen de Via San Sebastiano. Het grootste deel van het huidige plein werd destijds ingenomen door huizen die gebouwd waren aan de voet van de Colle Sant'Andrea, die aan het begin van de twintigste eeuw werd afgegraven.
De negentiende eeuw
Eerste helft van de eeuw
Na de inlijving van de voormalige Ligurische Republiek bij het Koninkrijk Sardinië in 1814, tijdens het Congres van Wenen, werd besloten dat het gebied waar nu Piazza De Ferrari ligt een sociaal en cultureel ontmoetingspunt moest worden. Daarnaast werd voorgesteld om een theater te bouwen op de locatie van het voormalige San Domenico-complex.
In 1818 gaf koning Victor Emanuel I toestemming voor de sloop van de kerk. Op de vrijgekomen grond werd het Teatro Carlo Felice gebouwd, dat op 7 april 1828 werd ingehuldigd na een bouwtijd van twee jaar.
Naast het theater werd op 28 april 1832 een gebouw van twee verdiepingen ingehuldigd als hoofdkwartier van de Accademia Ligustica en de Biblioteca Berio.
In de daaropvolgende jaren werd het plein verbonden met de haven door de aanleg van de Via San Lorenzo, waar zich de Kathedraal van San Lorenzo bevindt. Het plein was al verbonden met diverse belangrijke straten zoals Strada Balbi, Via Garibaldi (voorheen Strada Nuova), Via Cairoli (voorheen Strada Nuovissima) en Strada Giulia.
Tweede helft van de eeuw
Tijdens de tweede helft van de eeuw werden diverse werkzaamheden aan het wegennet uitgevoerd en kreeg het plein zijn rol als spil van de stad.
In 1868 werd de Via Roma aangelegd, met daarnaast een parallelle overdekte passage, de Galleria Mazzini.
Op 10 december 1875, een jaar na de dood van Raffaele de Ferrari, werd het plein aan hem gewijd.
In 1893 werd voor het Teatro Carlo Felice het monument voor Giuseppe Garibaldi onthuld, gemaakt door Augusto Rivalta. Bij de ceremonie waren vele prominenten aanwezig, onder wie Francesco Crispi, Stefano Canzio en Anton Giulio Barrili.[7]

Tot de laatste jaren van de eeuw werd er op het plein een markt voor fruit, groenten en bloemen gehouden. Deze markt verhuisde in 1899 naar de overdekte Mercato Orientale, gebouwd aan de noordzijde van de Via XX Settembre.[7]
De twintigste eeuw
In 1904 werd de gehele Colle Sant'Andrea (Sint-Andreasheuvel) afgeplat en werden alle omliggende huizen gesloopt, samen met een deel van de Muur van Barbarossa uit 1155.[8]
In 1912 werd het Palazzo della Nuova Borsa (Paleis van de Nieuwe Beurs), gelegen tussen Via Dante en Via XX Settembre, ingehuldigd.
Op 24 april 1936 werd in het midden van het plein de bronzen fontein ingehuldigd, ontworpen door Giuseppe Crosa di Vergagni. De grote bronzen schaal werd geschonken door ingenieur Carlo Piaggio ter viering van de Italiaanse intocht in de oorlog tegen Ethiopië (toen Abessinië).

Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoestte een luchtaanval het Teatro Carlo Felice bijna volledig; alleen de buitenmuren en de neoklassieke gevel bleven overeind. Het theater werd herbouwd tussen 1987 en 1991 en heropende in 1991 voor het publiek.[9]
In de aanloop naar 25 april 1945 vonden er op het plein hevige gevechten plaats tussen partizanen en het Duitse leger. In de dagen daarna was het plein toneel van gebeurtenissen rond de bevrijding, waarbij partizanen uit de bergen naar de stad kwamen voor de bevrijdingsparade. Op 25 april gaven de vijandelijke troepen, onder leiding van Günther Meinhold, zich over aan de partizanen onder leiding van Remo Scappini (Comitato di Liberazione Nazionale).[10] Meinhold ondertekende de overgave in Villa Migone, destijds de residentie van de kardinaal van Genua.[11] Dit was het enige geval in Italië waarbij het Duitse leger zich overgaf aan partizanentroepen en niet aan de geallieerden, die nog niet waren gearriveerd.[11]
Na de oorlog

Het plein was een verzamelpunt voor de meeste protesten. In 1948 vond op Piazza De Ferrari een grote demonstratie plaats na de moordaanslag op Palmiro Togliatti, de toenmalige leider van de Italiaanse Communistische Partij. Hij werd op 18 april 1948 in Rome beschoten door Antonio Pallante, een anticommunistische rechtenstudent. In het hele land braken protesten uit, maar in Genua reageerde de bevolking feller vanwege de grote communistische aanhang en omdat Togliatti in Genua was geboren.[12]
30 juni 1960
Op 30 juni 1960 verzette een groot deel van de Genuese bevolking zich tegen het congres van de Italiaanse Sociale Beweging (MSI), dat was goedgekeurd door de regering onder leiding van de christendemocraat Fernando Tambroni. De geplande aanwezigheid van Carlo Emanuele Basile (voormalig prefect van Genua tijdens de Italiaanse Sociale Republiek) droeg bij aan de onrust. Een groot deel van de protesten, die gewelddadig verliepen, vond plaats op het plein.
De eenentwintigste eeuw
Juli 2001 — G8
Tijdens de G8-top in 2001 diende het plein als centrale toegang tot de "Rode Zone" rond het Palazzo Ducale. De omliggende gebieden stroomden vol met demonstranten die probeerden het plein te bereiken. Omdat het plein was afgesloten voor het publiek, verplaatste het protest zich naar andere delen van de stad, wat leidde tot de tragedies op het Piazza Alimonda (waar Carlo Giuliani omkwam) en in de Diaz-school.
Renovatie van het plein
Het plein onderging in de jaren 1990 en het begin van de jaren 2000 een grondige renovatie ter gelegenheid van de 500ste verjaardag van de ontdekking van Amerika (Colombiade) en voor de G8-top van 2001. Het project stond onder leiding van de Duitse stedenbouwkundige en architect Bernhard Winkler. Het plein werd grotendeels voetgangersgebied en opnieuw bestraat. De fontein werd uitgebreid met nieuwe waterstralen en een extra bassin.

Sinds het begin van de jaren 2000 werden de nieuwe waterstralen vaak uitgeschakeld vanwege het hoge waterverbruik en infiltraties in het metrostation onder het plein.[4] Uiteindelijk werden in 2018 de installaties gerenoveerd en het waterrecyclingsysteem vernieuwd.[13]
Historische gebouwen
.jpg)
Rondom het plein bevinden zich diverse historische paleizen en gebouwen:
- Het Palazzo Ducale (Dogenpaleis).
- Het hoofdkwartier van de regio Ligurië (het voormalige Palazzo Italia di Navigazione).
- Het paleis van de Ligurische Academie voor Schone Kunsten (Accademia Ligustica di Belle Arti), opgericht in 1741.
- Het Teatro Carlo Felice, met zijn neoclassicistische pronaos ontworpen door de Italiaanse architect Carlo Barabino en het ruiterstandbeeld van Giuseppe Garibaldi, werk van de beeldhouwer Augusto Rivalta.
- Het beursgebouw, gebouwd in 1912 door architect Alfredo Coppedè.
- Het paleis van de hertog van Galliera, Raffaele de Ferrari, aan wie het plein is opgedragen.
Openbaar vervoer
Op 4 februari 2005 werd onder het Piazza De Ferrari een station van de Metro van Genua geopend.[14] Het plein wordt ook bediend door het trolleybussysteem van Genua: lijn 30 stopt er sinds 1997 en lijn 20 sinds 2008.
Galerij
Panorama van het plein
De fontein in werking
Het gebouw van de Nieuwe Beurs- Het paleis van de Accademia Ligustica di Belle Arti met op de achtergrond de toneeltoren van Carlo Felice
- Het paleis van de Italiaanse Navigatiemaatschappij (nu regio Ligurië)
- De zijkant van het Palazzo Ducale
Het paleis van Credito Italiano
Het monument voor Garibaldi
Bronnen
- ↑ Credito Italiano
- ↑ Piazza De Ferrari. Touring Club Italiano. Geraadpleegd op 26 december 2020.
- ↑ SIUSA - Crosa di Vergagni Giuseppe. siusa.archivi.beniculturali.it. Geraadpleegd op 27 december 2020.
- 1 2 (it) La fontana genovese? Zampilla con parsimonia. Il Secolo XIX (20 augustus 2016). Geraadpleegd op 26 december 2020.
- ↑ (en) Piazza De Ferrari. Visitgenoa.it. Geraadpleegd op 27 december 2020.
- ↑ Frisoni, Gaetano (1910). Dizionario moderno Genovese-Italiano e Italiano Genovese, pp. 306.
- 1 2 Lamponi, M. (2006). Genova tra Ottocento e Novecento – Album storico-fotografico. Nuova Editrice Genovese, Genova. ISBN 9788888963075.
- ↑ Piazza Deferrari (5 februari 2015). Gearchiveerd op 5 februari 2015. Geraadpleegd op 27 december 2020.
- ↑ (en) Teatro Carlo Felice. Visitgenoa.it. Geraadpleegd op 27 december 2020.
- ↑ (it) Donne e Uomini della Resistenza: Remo Scappini[dode link]. ANPI. Geraadpleegd op 27 december 2020.
- 1 2 Càlzia, Fabrizio (2020). Breve storia di Genova. Newton Compton Editori, 271–272. ISBN 9788822746559.
- ↑ Traversaro, Emanuela F. (2010). Una rivoluzione mancata: Genova 14 luglio 1948. Boopen, 44–45. ISBN 978-8865810552.
- ↑ (it) Mortari, Emanuela, Genova: piazza de Ferrari ritrova gli zampilli laterali alla fontana. Liguria Business Journal (23 mei 2018). Geraadpleegd op 27 december 2020.
- ↑ Tramways & Urban Transit, april 2005, p. 149. Ian Allan Ltd./Light Rail Transit Association (UK). ISSN 1460-8324.
