Phaeothamniophyceae
| Phaeothamniophyceae | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||
| Illustratie van Phaeothamnion | ||||||
| Taxonomische indeling | ||||||
| ||||||
| Klasse | ||||||
| Phaeothamniophyceae Andersen & Bailey, 1998[1] | ||||||
| Synoniemen | ||||||
| ||||||
| Afbeeldingen op | ||||||
| Phaeothamniophyceae op | ||||||
| ||||||
De Phaeothamniophyceae is een kleine klasse van algen binnen het fylum van de Heterokontophyta. De groep is fylogenetisch nauw verwant aan de geelgroene algen (Xanthophyceae) en de bruinwieren (Phaeophyceae), maar de fotosynthetische pigmentatie verschilt van deze twee groepen.[2]
De morfologische en cellulaire kenmerken zijn typisch voor de heterokonte protisten. De thallusorganisatie van deze algen varieert van eencellig of kolonievormend, coccaal tot vertakt of onvertakt draadvormig. Kolonies kunnen verslijmen waardoor de cellen een onregelmatig en los verband vormen: een zogenaamd "palmelloïd" stadium.[3] Er is alleen ongeslachtelijke voortplanting bekend, waarbij zoösporen of niet-geflagelleerde autosporen worden gevormd.
Ecologie
Alle soorten binnen deze groep zijn fotosynthetisch. Een specifiek biochemisch kenmerk is het gezamenlijk voorkomen van de pigmenten fucoxanthine en het verwante heteroxanthine. Deze pigmenten spelen een rol in de lichtopvang en zijn typerend voor de soorten.
De diversiteit van de Phaeothamniophyceae is relatief beperkt. Wereldwijd zijn ongeveer 31 soorten bekend.[4] In Nederland zijn er zes soorten met zekerheid aangetoond, verspreid over meerdere geslachten. Het geslacht Tetrachrysis is op basis van Nederlands materiaal als nieuw genus beschreven in 1980.[5]
De algen komen voor in zoetwater met een lage tot matige voedselrijkdom, vooral in kleine en ondiepe wateren zoals vennen, sloten en greppels. Ze groeien vaak in associatie met draadalgen of waterplanten nabij de bodem. De koloniestructuur verschilt sterk per soort: sommige soorten zijn eencellig of vormen kleine, onregelmatige kolonies, andere bestaan uit georganiseerde celrijen, soms omgeven door een gelatineuze of stevige omhulling.
Taxonomie
Binnen de Phaeothamniophyceae worden twee orden onderscheiden, waartoe in totaal 31 soorten worden gerekend volgens een taxonomische inventarisatie uit 2024.[4]
- Aurearenales Kai et al, 2008
- Phaeothamniales Bourrelly, 1954
- ↑ (en) Bailey J, Bidigare R, Christensen S, Andersen RA. (1998). Phaeothamniophyceae Classis Nova: A New Lineage of Chromophytes Based upon Photosynthetic Pigments, rbcL Sequence Analysis and Ultrastructure. Protist 149 (3): 245–263. DOI: 10.1016/S1434-4610(98)70032-X.
- ↑ (en) Graf L, Yang EC, Boo GH, Andersen RA, Yoon HS. (2020). Further investigations on the Phaeothamniophyceae using a multigene phylogeny, with descriptions of five new species. Journal of Phycology 56 (2): 358-379. DOI: 10.1111/jpy.12950.
- ↑ Noordijk J, Kleukers R, van Nieukerken E, van Loon AJ. (2010). De Nederlandse biodiversiteit. Nederlands Centrum voor Biodiversiteit Naturalis, Leiden. ISBN 978-90-5011-351-9.
- 1 2 (en) Guiry, MD., Phaeothamniophyceae. AlgaeBase. National University of Ireland, Galway (2024). Geraadpleegd op 12 december 2025.
- ↑ (en) Dop AJ. (1980). The genera Phaeothamnion Lagerheim, Tetrachrysis Gen. Nov. Acta Botanica Neerlandica 29 (2-3): 65-86. DOI: 10.1111/j.1438-8677.1980.tb00366.x.
