Petralonagrot
| Petralonagrot | ||||
|---|---|---|---|---|
| Coördinaten | 40° 22′ NB, 23° 10′ OL | |||
| Locatie | Petralona, Chalkidiki | |||
| Type | Karstgrot | |||
| Ontdekt | 1959 | |||
![]() | ||||
| ||||
De Petralonagrot (Grieks: Σπήλαιο Πετραλώνων) is een karstgrot op 300m boven zeeniveau aan de westelijke voet van de berg Katsika, ongeveer 1 km ten oosten van het dorp Petralona, ongeveer 35 km ten zuidoosten van Thessaloniki op het schiereiland Chalkidiki, Griekenland. De vindplaats kwam in de publieke belangstelling toen er in 1960 een gefossiliseerde archaïsche menselijke schedel werd gevonden. De grot was een jaar eerder bij toeval ontdekt, nadat erosie spleten in de rots had achtergelaten. Bezet met indrukwekkende stalactieten en stalagmieten en met een overvloed aan fossielen, trok de grot al snel geologen en paleontologen aan. Na tientallen jaren van opgravingen werd de grot opengesteld voor het publiek, en wetenschappelijk werk gedocumenteerd en gepresenteerd in een aangrenzend archeologisch museum. In het museum is een selectie te zien van de voorwerpen die in de grot zijn gevonden.
Het meest opvallende fossiel van de grot is onder paleoantropologen bekend als de Petralonaschedel.
Ontdekking
De grot werd in 1959 bij toeval ontdekt door Fillipos Chatzaridis, een lokale herder die op zoek was naar een bron. In zijn zoektochtvond hij een kleine kloof op de hellingen van de berg Katsika. Twee mannen lieten zich naar beneden zakken en beschreven later een groot aantal kamers en gangen, in totaal 8 tot 10 meter hoog, met rijke en prachtige formaties van druipsteen (stalactieten en stalagmieten).
De grot ontstond tijdens het kalksteentijdperk van het Mesozoïcum (Jura). De sedimenten zijn verdeeld in verschillende stratigrafische niveaus. De rotsformaties lijken op gigantische cactussen, roze parels, stevige zuilen of delicate gordijnen, en op verschillende plaatsen worden waterpoelen gevoed door stalactietmateriaal. Met een oppervlakte van 10.400 m² is de lengte van de gangen ongeveer 2000m, en de temperatuur blijft het hele jaar stabiel op 17 °C (± 1 °C).
Het eerste onderzoek van 1959 werd uitgevoerd door de Griekse speleoloog Ioannis Petrocheilos. Hij vond talrijke botten van dieren, vele bedekt met grotpopcorn. Vanaf 1968 werden opgravingen uitgevoerd door de antropoloog Aris Poulianos. Poulianos klaagde dat de opgravingen op de site meerdere keren werden vertraagd en/of moesten worden stopgezet. Het eerste geval was in 1968 en de daaropvolgende jaren vanwege de militaire staatsgreep. Vervolgens opnieuw in 1983, toen het Ministerie van Cultuur weigerde de opgravingsconcessie opnieuw uit te geven. Na 15 jaar van processen werd in 1997 de Antropologische Vereniging van Griekenland in het gelijk gesteld door het Hooggerechtshof en bevolen haar werkzaamheden in de grot voort te zetten. Poulianos beschuldigde de Griekse regering herhaaldelijk van samenzwering om zijn ontdekkingen te onderdrukken, zoals blijkt uit de intrekking van de opgravingsrechten in 2011.
Het opgravingsonderzoek in de grot wordt sindsdien nog steeds voortgezet door de bevoegde autoriteit van het Griekse Ministerie van Cultuur, het Eforaat voor Paleoantropologie-Speleologie, waarbij gebruik wordt gemaakt van moderne methoden en gedetailleerde documentatie, met als doel een beter begrip te krijgen van de geschiedenis van de grot en het gebruik ervan door dieren en mensen.
Petralonaschedel

De Petralonaschedel werd in 1960 gevonden door een dorpeling, Christos Sariannidis. De schedel zat vast aan de grotwand in een kleine holte in de grot, ongeveer 30 cm boven de grond. De onderkaak ontbrak en de schedel werd kort na de dood van het individu ingekapseld met bruine calciet. Poulianos (1981) dateerde de schedel op een geschatte leeftijd van ongeveer 700.000 jaar.
Tegenwoordig classificeren de meeste academici de overblijfselen als Homo heidelbergensis, een soort uit het Midden- Pleistoceen, die waarschijnlijk de gemeenschappelijke voorouder was van de neanderthaler en de moderne mens.
De datering van de schedel is met verschillende methoden geprobeerd, maar blijft onzeker. De meest betrouwbare dateringen variëren van 150.000 tot 250.000 BP. De morfologie van de schedel wijst er echter op dat deze ouder zou kunnen zijn, mogelijk 250.000 tot 300.000 BP. Poulianos daarentegen geloofde dat de schedel van Petralona afkomstig was van een onafhankelijke klasse van mensachtigen die niet verwant waren aan Homo erectus.
Fossiele fauna
De Petralonagrot is zeer rijk aan fossielen: sinds de ontdekking zijn er duizenden opgegraven, voornamelijk van zoogdieren, maar ook van amfibieën, reptielen en vogels. In totaal zijn er meer dan 50 soorten geïdentificeerd.
De meest voorkomende en indrukwekkende zijn de holenbeer en de gevlekte hyena. Deze soorten gebruikten de grot respectievelijk als overwinteringsplaats en hol. Plantenetende zoogdieren worden voornamelijk vertegenwoordigd door paarden, steenbokken en herten. Hun botten kwamen meestal in de grot terecht als prooi van hyena's.
Sommige botten vertonen echter sporen van scherpe gereedschappen en stootsporen, wat erop wijst dat ze ooit voedsel waren voor de vroege mens. Deze vondsten geven waardevolle informatie over de dieren waarop de bewoners van de grot jaagden, en over de manier waarop zij het wild beheerden.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Petralona Cave op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
