Paula Gemoets

Paula Gemoets (Sint-Niklaas, 18 september 1921Brasschaat, 6 februari 2004[1]), geboren als Paula Vandenbosch, was een Belgische zakenvrouw. Ze wordt aanzien als de eerste vrouwelijke directeur van een wielerploeg.

Levensloop

Paula Vandenbosch werd op 18 september 1921 geboren in Sint-Niklaas. Ze zat tot haar vijftiende op de kostschool van Bornem.[2] Ze verliet deze om de breihandel van haar grootouders over te nemen. Ter ontspanning fietste ze. In 1944 trouwde ze met Maurice Gemoets, een apotheker uit Antwerpen. Ze nam de achternaam van haar man over, en samen kregen ze drie zonen en twee dochters. Wanneer een half jaar na hun huwelijk de geallieerde troepen Antwerpen bevrijdden, begonnen ze samen een handel in gezondheidspillen en -poeders onder de naam Dr. Mann, verwijzend naar de broer van Maurice, Manille. Hoewel de pillen en poeders in de markt werden gezet als Amerikaans, werden ze in België gemaakt. Aanvankelijk in Antwerpen, en na de opening van de A12 in Aartselaar.[3] In 1952 overleed haar man aan leukemie, waardoor Gemoets alleen aan het roer kwam van het bedrijf. Onder haar bewind groeide het merk in de jaren 1950, '60 en '70 uit tot een van de bekendste van België, en was het in veel huisapotheken terug te vinden.[4] Door de hoge dosis cafeïne en codeïne werkten de middeltjes naast pijnstillend ook verslavend. De aanwezigheid van fenacetine zorgde bovendien voor nierontstekingen en werkte kankerverwekkend. Janssen Pharmaceutica spande een rechtszaak aan tegen Dr. Mann voor het gebruikt van fenacetine, waarop deze stof werd vervangen door paracetamol.[5] Later zou ook "Dr." uit de naam geschrapt moeten worden. Het merk verwierf hoe dan ook bekendheid door onder meer de Koninklijke Opera van Gent te sponsoren.

Yvonne Reynders in haar regenboogtrui als wereldkampioen, met daarop Mann-Grundig (1966).

Gemoets en haar man waren supporters van wielrenner Stan Ockers.[2] Ockers zou Gemoets gevraagd hebben of ze hem wilde sponsoren. Hij werd hierop het eerste sportieve uithangbord van Dr. Mann, en dit leidde tot de oprichting van een eigen wielerploeg in 1958. Het was het eerste farmaceutische bedrijf dat als naamsponsor actief was bij een wielerploeg.[6] Later zouden onder meer Omega Pharma, DSM-Firmenich en Novo Nordisk volgen. De eerste selectie was vooral samengesteld uit renners uit de streek, waaronder Piet Oellibrandt, Aimé Van Avermaet en Willy Lauwers. Desalniettemin maakte ook Briek Schotte toen al deel uit van de ploeg. De renners namen echter voornamelijk deel aan kermiskoersen. Een jaar later, met het aansluiten van Parijs-Roubaix-winnaar Leon Vandaele en fietsensponsor Flandria, steeg het aanzien van de ploeg. Later zou ook Herman Vanspringel een uithangbord van het team worden, evenals Yvonne Reynders. Algemeen directeur Gemoets werkte doorheen de jaren samen met verschillende sportieve directeurs, waaronder voormalige profwielrenner Frans Cools.

Herman Vanspringel in het tenue van Mann-Grundig, in zijn laatste seizoen bij de ploeg (1970).

In 1966 voegde de Duitse elektronicafabrikant Grundig zich als cosponsor bij de ploeg.[2] Dat jaar kwamen met Vanspringel en Noël Vanclooster twee renners van de ploeg na een ontsnapping samen over de streep van Gent-Wevelgem, waarmee de ploeg definitief doorbrak.[3] Dat jaar won Gemoets met haar renners voor het eerst de Wereldbeker voor ploegen, en herhaalde dat in 1968. Tourdirecteur Félix Lévitan reisde eind 1966 van Parijs naar Aartselaar om de prijs uit te reiken aan Gemoets. Twee jaar later veroverde Vanspringel, na winst in onder meer de Omloop Het Volk, de Ronde van Lombardije en etappezeges in de Ronde van Frankrijk, de Super Prestige Pernod, destijds de hoogste individuele onderscheiding in het wielrennen. Dit alles gebeurde met een relatief bescheiden budget, jaarlijks nooit meer dan zes miljoen Belgische frank. Gemoets zou ooit met de auto naar Milaan-San Remo zijn gereden met een zak boterhammen uit de diepvries op haar schoot. Bij aankomst in Milaan waren ze ontdooid, en kon ze het proviand voor de renners klaarmaken. De ploegpresentatie vond overigens steevast plaats in de laboratoria van Dr. Mann in Aarschot. Het lage budget speelt de ploeg in 1970 parten, en onder meer Vanspringel verkaste naar Molteni om te gaan knechten voor Eddy Merckx. Op 1 november van dat jaar reed de ploeg met de Trofeo Baracchi hun laatste wedstrijd. Gemoets haar aandeel in de wielerwereld zou sterk terugvallen, al bleef ze nog jarenlang de Nacht van de Naastenliefde organiseren tijdens de Zesdaagse van Antwerpen in het Sportpaleis.

Gemoets overleed op 6 februari 2004 in het AZ Klina in Brasschaat.

La première dame du cyclisme

Aangezien Gemoets gold als een van de eerste vrouwen met een prominente rol in het mannenwielrennen, moest ze heel wat glazen plafonds doorbreken.[2] Wanneer ze in de volgwagen tijdens de Ronde van Vlaanderen plaatsnam, kreeg ze dreigingen en waarschuwingen van politieagenten en medewerkers te verduren. Dat een vrouw zou zien hoe renners vanaf hun fiets plasten, werd als ongepast aanzien. In het bondsreglement stond letterlijk Geen vrouwen in de koers. Dat zou pas in de jaren 1980 verdwijnen. Tijdens de Ronde van Frankrijk vloog Gemoets met een sportvliegtuigje vanuit de Luchthaven van Deurne dagelijks naar de aankomststad en terug, omdat alleen overnachten in een hotel als vrouw tijdens de Tour niet kon.[3] Na enkele jaren kreeg ze meer respect, onder meer van Lévitan. Hij noemde Gemoets La première dame du cyclisme, en nodigde haar uit als eregast in een volgwagen tijdens de Tour.