Parkaanleg van Sterkenburg

tuin- en parkaanleg van Sterkenburg
Kaart uit 1879
Kaart uit 1879
Locatie
Plaats Driebergen-RijsenburgBewerken op Wikidata
Adres Langbroekerdijk 10Bewerken op Wikidata
Coördinaten 52° 1 NB, 5° 17 OL
Onderdeel van Kasteel SterkenburgBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Gereed 1626Bewerken op Wikidata
Afmetingen
Vloeroppervlak 28 hectareBewerken op Wikidata
Bouwkundige informatie
Architect(en) Hendrik van Lunteren
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 511807
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De tuin- en parkaanleg van Sterkenburg is een rijksmonument in de Nederlandse plaats Driebergen-Rijsenburg.

De historische aanleg wordt beschermd als voorbeeld van een deels in structuur en deels in detail gaaf bewaard gebleven tuin- en parkaanleg in landschapsstijl. Het ontwerp is naar alle gedachten een ontwerp van Hendrik van Lunteren. Zijn ontwerp viel in hoofdlijnen binnen de bestaande zeventiende- en achttiende-eeuwse formele aanleg. Ook vanwege de zichtas ten zuidwesten en ten noordoosten van het kasteel en de ensemblewaarde met andere onderdelen van de buitenplaats.

Beschrijving

De eerste aanleg van het park dateert vermoedelijk uit 1626. De aanleg bestond uit zeven dwars op het middeleeuwse slagenlandschap geplaatste vakken van 100/110 meter bij 400 meter. Zes van deze vakken lagen ten zuiden van de Langbroekerwetering, het zevende vak lag aan de noordkant ervan. De vakken werden begrensd door lanen en brede sloten. Het vak direct langs de zuidkant van de Langbroekerwetering bevatte oprijlanen, het omgrachte kasteel met voorburcht en westelijk een vijver. In het volgende vak aan de zuidzijde lagen vier rechthoekige tuinen met in het midden een vierkante tuin. Aan de oostzijde werden de tuinen begrensd door een nog bestaande berceau van beuken met daarachter een doolhof. De resterende zuidelijke vakken waren bebost.

Renaissance-aanleg

In 1718 werd door landmeter Justus van Broekhuijsen een kaart van deze renaissance-aanleg getekend. Het huidige wagenplein, de oorspronkelijke voorburcht, was destijds aan de oost- en zuidzijde bebouwd. Tussen 1754 - 1767 vond een verbouwing van Sterkenburg plaats. Onder leiding van van steenhouwer/bouwmeester Joan Verkerk werd het kasteel grondig verbouwd. Zo ontstond een voorburcht met aan beide zijden stallen en een naar de tuin openliggende zuidzijde. Een restant van deze stallen is bewaard gebleven in de vorm van het huidige koetshuis. Van de oostelijke stallen zijn nog resten van de fundamenten te vinden. Ook de wagenloods tegen de moestuinmuur achter het koetshuis tegen de moestuinmuur is gedeeltelijk nog aanwezig. Het nog bestaande toegangshek van de bloementuin staat reeds aangegeven op de kaart van Verkerk. De brug overspande het grand canal dat westelijk twee eilanden als beëindiging had. Meer naar het oosten eindigde het canal bij een veelhoekig rustiek prieel.[1] De kilometers lange oprijlaan reikte tot aan Huize Den Treek te Leusden. Het eindpunt van deze oprijlaan (de Sterkenburgerlaan) eindigde in het bos op een rotonde van eiken. In 1771 kregen twee zeventiende-eeuwse boerderijen nabij de Sterkenburgerlaan vrijwel identieke voorgevels. Daardoor kregen de beide laanzijden een symmetrisch aanzicht, dat paste bij de laat formele aanleg van het park. Door het verbouwen van de oostelijk gelegen boerderij ontstonden drie arbeiderswoningen met daarachter een loods met timmerwerkplaats, smederij en brandspuit.

Landschappelijke aanleg

Op een ontwerp van de hand van Hendrik van Lunteren uit 1830 is zichtbaar dat na de afbraak van de poort een begin werd gemaakt van vroeg landschappelijke aanleg. Op de Topografisch Militaire kaart van 1847/1850 staat de oprijlaan halfrond afgebeeld en is de gracht in landschapsstijl vergraven. Rond het midden van de negentiende eeuw krijgt de zichtas zwenkende zijden, de smalle stroken grasland ogen daardoor als royale houtwallen met brede weilanden. Ook werd de vijver ten noordwesten van het huis verbreed en kreeg het kanaal bij de Wilgenlaan een nog bestaande neogotische brug. De rechte waterloop aan de zuidzijde van het kasteel dat langs de huidige oranjerie loopt werd vergraven tot slingerbeek. Ook het doolhof kreeg slingerpaden. Ten zuiden, noorden en oosten van het omgrachte kasteeleiland is een groot weiland met enkele solitaire bomen. De Langbroekerwetering is tegenwoordig een natuurlijk onderdeel van de buitengracht om het eiland. De aanleg heeft in het zuidwesten een open landschappelijke structuur. Onderdeel daarvan zijn weilanden die omgeven worden door bos met daarin de zichtas naar de Kromme Rijn. Andere elementen zijn een moestuin met kas, een koude bak, een ijzeren spalierhek, restanten van een druivenkas en een gereedschapsloods. Door het omzomen van de laat achttiende-eeuwse boomgaard met moerascypressen kreeg de boomgaard een meer besloten karakter. In het park stonden de zogenoemde ‘tentjes’, kleine houten priëlen met lessenaarsdaken. De greppels in het weiland met de oude duiventoren volgen deels de richting van de middeleeuwse ontginningsstructuur. De landschappelijke structuur van het park kreeg in 1979 een ander karakter door de aanleg van borders en gazons rondom de gerestaureerde oranjerie.

Zie ook