Park van buitenplaats Dennenburg
| Tuin en park van Dennenburg | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Park Sonsbeek anno 2017 (fontein en op de achtergrond de Zwanenbrug) | ||
| Locatie | Driebergen-Rijsenburg | |
| Adres | Engweg bij 34 | |
| Opening | 1745 | |
| Architect(en) | Christiaan George Breitensteyn | |
| Status | in gebruik | |
| Monumentnummer | 509758 | |
| Monumentstatus | rijksmonument | |
Het park van buitenplaats Dennenburg is een rijksmonument in Driebergen-Rijsenburg. Het park en de tuin rond het buitenhuis hebben elementen uit een 18de-eeuwse, formele tuin (sterrenbos) en een 19de-eeuwse landschappelijke aanleg in de vorm van bospercelen en slingerende paden.
Het park ligt op twee kavels die ontstonden bij de cope-ontginning in de twaalfde eeuw. Door de gegraven dwarssloten raakte Dennenburg geheel omgracht. Het park is onder te verdelen in een aantal onderdelen waarvan de structuren in verschillende tijden zijn ontstaan. De ontginningsstructuur werd bepaald door het slotenpatroon. De meest noordelijke kavel kan als drie stukken worden beschouwd. Het huis staat op het middelste deel, met een met bomen omzoomde weide aan de kant van de Engweg. Ten zuidoosten van Dennenburg werd een siertuin aangelegd die van het huis was gescheiden door een sloot met een bruggetje. De sloot zou later worden vergraven tot de Rodenbergsche Vaart. De omzoomde weide aan de andere kant van het huis wordt door een smalle sloot doorsneden. Achter het huis liggen een kleine landschappelijk aangelegde tuin uit 1815 en een moestuin met oranjerie uit 1890. Aan het deel aan de noordwestzijde van het huis staan een boerderij en een koetshuis. Aan de voor- en achterzijde van het huis is een zichtas geprojecteerd.
Na de bouw van het landhuis in 1728 werd de weide ter hoogte van het huis beplant als sterrenbos. Aan de zuidzijde van het landhuis werd een boomgaard aangelegd. De oprijlaan die het park in tweeën deelt, kreeg een dubbele rij eiken en beuken. Het verlengde van de oprijlaan, tegenwoordig bekend als de Hogesteeg, vormde oorspronkelijk een onderdeel van de oprijlaan.
In 1815 kreeg het park een landschappelijke stijl naar ontwerp van de Zeister tuinarchitect Christiaan George Breitensteyn. De compartimentenindeling bleef daarbij bestaan. Breitensteyn's ontwerp was erop gericht om een rondwandeling langs de buitengrenzen van het bezit te kunnen maken. Op meerdere plekken werden daarom zichtlijnen en rustplaatsen verwezenlijkt. In het achterste deel kwam een klein landschapspark met slingervijver en beplanting met diverse inheemse en uitheemse boomsoorten en struiken als beuken, esdoorns, Amerikaanse eiken, ceders en rododendrons. De boomgaard bleef voor een deel intact. In het deel aan de noordzijde van het het sterrenbos werd een niervormige vijvertje gegraven met slingerpaden en uitzichtspunten en hoogteverschillen. Het park na 1905 nauwelijks nog gewijzigd. De toestand van het park ging achteruit door daling van het grondwaterpeil waar met name de beuken last van hadden. Ook de kwaliteit van het sterrenbos heeft vooral de beukenbomen op het terrein aangetast. Anders dan de overige delen van het terrein is het terrein rond het huis goed onderhouden. Door de tuin aan de achterzijde van het landhuis loopt een belangrijke zichtas. Het door door struiken en bomen omzoomde grasveld versterkt de dieptewerking. De suggestie van coulissenpark wordt versterkt door de plaatsing van solitaire bomen en struiken op het grasveld.
Het park van Dennenburg is van cultuurhistorische waarde door de lange ontwikkelingsgeschiedenis en als voorbeeld van twee karakteristieke tuinstijlen. Ook heeft het park ensemblewaarde in relatie met het landhuis en het omringende gebied.
Zie ook
