Paleis van Karel van Lotharingen

Het paleis

Het Paleis van Karel van Lorreinen is een stadspaleis in de Belgische hoofdstad Brussel. Het was de residentie van Karel van Lotharingen, ook Karel van Lorreinen genoemd, van 1744 tot 1780 gouverneur-generaal van de Oostenrijkse Nederlanden. Het museum is thans onderdeel van Koninklijke Bibliotheek van België.

Het paleis ligt aan het Museumplein in de bovenstad, vlak bij het Koningsplein in de Koninklijke Wijk. De bouw ervan startte in 1757 op de plek waar vroeger het Paleis van Nassau stond, waarvan de Nassaukapel werd behouden. Het ontwerp was van de Zwitser Gaetano Matteo Pisoni

Het paleis telt vijf zalen waarvan de inrichting herinnert aan de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik in de 18e eeuw. In een rozet op de eerste verdieping zijn 28 soorten Belgisch marmer verwerkt.

Geschiedenis

Paleis van Karel van Lotharingen

Het Paleis van Nassau brandde in 1624 af, maar werd gedeeltelijk heropgebouwd. In 1731 brandde ook het Paleis op de Koudenberg af. Vanaf dan deed het Paleis van Nassau dienst als residentie voor de Oostenrijkse landvoogden.

In 1756 kocht gouverneur-generaal Karel van Lotharingen het paleis. Hij liet het in de decennia nadien verbouwen tot een luxueus paleis; de bestaande vleugels werden aangepast en heringericht, de tuinen heraangelegd en een nieuwe oostvleugel werd in Lodewijk XVI-stijl opgetrokken onder leiding van hofarchitect Jean Faulte en voltooid door Laurent-Benoît Dewez. Het paleis omvatte rivé-appartementen, twee audiëntiezalen, twee baldakijnzalen, een grote eetzaal, een drukkerij, twee laboratoria, kabinetten voor natuurwetenschappen, fysica en scheikunde en een grote en kleine bibliotheek.

Van 1797 tot 1802 was de École centrale van Brussel er gevestigd. Tegelijkertijd was er een openbare bibliotheek (vanaf 1803 de Stadsbibliotheek) en een Museum voor Schilderkunst gevestigd. Nadien werd het complex tijdelijk betrokken door onder meer het Prentenkabinet, de Librije van Bourgondië, de Koninklijke Academie voor Wetenschappen en Letteren, het Natuurhistorisch Museum en het Museum voor Oudheidkunde.

In de jaren 1870 en 1880 werd de gelijkvloerse verdieping nagenoeg volledig door het Natuurhistorisch Museum ingenomen, in 1889 verhuisd naar het Leopoldpark. Vanaf 1890-1891 werd deze verdieping voor de helft door het Rijksarchief ingenomen. Overige zalen werden door de Musea van Oude en Moderne Kunst ingenomen, vanaf 1887 nog enkel de afdeling Moderne Kunst, waarvoor in 1864-1877 zalenuitbreiding en herinrichtingen.

In 1960 werd het complex grotendeels afgebroken voor de bouw van de Koninlijke Bibliotheek van België. De Nassaukapel werd in de nieuwe bibliotheek geïncorporeerd. De Koninklijke Kapel - in 1804 aan de Protestante Kerke toegewezen - werd door nieuwbouw ingesloten.

Paleis voor de Nationale Nijverheid

Gevels van het Paleis voor de Nationale Nijverheid

In 1830 werd de bouw van het Paleis voor de Nationale Nijverheid voltooid. Dit gebouw werd na de verhuis van het Nijverheidsmuseum en -school in 1885 volledig door de Koninklijke Bibliotheek van België betrokken. Het werd in 1964-1965 afgebroken, op de gevels aan het Museumplein na, voor de uitbreiding van het Museum voor Oude Kunst.

Galerij

Literatuur

  • Claudine LEMAIRE, 'Geschiedenis van het paleis van Oranje-Lorreinen, 1750-1980', in Gemeentekrediet van België 35, nr. 135, 1981, 1-32; nr. 136, 1981, 95-115.
  • Victor-Gaston MARTINY, 'Karel van Lotharingen als bouwheer, ontwerper, zijn architecten en de Koninklijke Kapel te Brussel', in Karel Alexander van Lotharingen, gouverneur-generaal van de Oostenrijkse Nederlanden, Brussel, Generale Bank, 1987, 22-48, 176-181.
  • Manoëlle WASSEIGE, 'Het Koningsplein en de Warandewijk', in Brussel, stad van kunst en geschiedenis, vol. 15, Brussel, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 1995, 26-27.
  • Christophe LOIR, Bruxelles néoclassique. Mutation d'un espace urbain, 1775-1840, Brussel, CFC, 2009, 275.
  • Christophe LOIR, Het neoclassicistische erfgoed, Brussel, Brussel Stedenbouw en Erfgoed, 2018, 2-3, 8, 13-14.