Palazzo Bianco
_3.jpg)
Palazzo Bianco (Nederlands: Witte Paleis) is een van de belangrijkste gebouwen in het centrum van de Italiaanse stad Genua. Het is gelegen aan de Via Garibaldi 11 (voorheen bekend als Strada Nuova). Het is een van de Palazzi dei Rolli die in 2006 werden opgenomen in de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Het paleis herbergt de Galleria di Palazzo Bianco, een van de grotere kunstmusea van de stad. Samen met de naburige paleizen Palazzo Rosso en Palazzo Doria Tursi vormt het de Musei di Strada Nuova, een cluster van musea aan dit deel van de straat.
Geschiedenis
Het paleis werd gebouwd tussen 1530 en 1540 in opdracht van Luca Grimaldi, een lid van de familie Grimaldi, een van de belangrijkste Genuese families. In 1658 kwam het paleis in het bezit van de familie De Franchi Toso en in 1711 werd het door erfgenaam Federico de Franchi Toso overgedragen aan Maria Durazzo Brignole-Sale, zijn belangrijkste schuldeiser.
De nieuwe eigenaren lieten het gebouw tussen 1714 en 1716 ingrijpend restaureren en aanpassen aan de smaak van die tijd. Het kreeg vervolgens de naam Bianco (Wit) vanwege de lichte kleur van de buitendecoratie.
In 1899 schonk Maria Brignole Sale, hertogin van Galliera en het laatste lid van de familie, het paleis aan de gemeente, met de bestemming er een openbare galerij van te maken.
De galerij
"Voor de vorming van een openbare galerij": met deze woorden in haar testament van 1884 bestemde de hertogin de galerij van het paleis als openbare ruimte, met de bedoeling de collectie verder uit te breiden. Dit vormde de eerste kern van het stadsmuseum.
Na 1887 werd de galerij verrijkt met de aankoop van talrijke privécollecties. Sindsdien heeft het een transformatie ondergaan door de herschikking van de collecties en de naoorlogse wederopbouw van het paleis, onder leiding van Orlando Grosso, Caterina Marcenaro en de architect Franco Albini. Ook werden sculpturen en fresco's uit andere musea en galerieën overgebracht.
De galerij biedt een overzicht van de Europese schilderkunst van de 12e tot de 17e eeuw, met een overwicht van Genuese, Vlaamse, Franse en Spaanse schilders. Uit de 13e en 16e eeuw worden werken getoond van kunstenaars als Barnaba da Modena, Ludovico Brea en Luca Cambiaso (waaronder La Madonna della candela). 16e-eeuwse schilderijen omvatten werk van Paolo Veronese van de Venetiaanse School en Filippino Lippi uit Florence. Nederlandse en Vlaamse schilderijen uit de 16e tot 18e eeuw omvatten werken van Rubens (waaronder Venus en Mars) en Van Dyck (waaronder Vertumnus en Pomona). Belangrijke Spaanse kunstenaars uit de 17e eeuw die zijn vertegenwoordigd, zijn Zurbarán, Murillo en Ribera.
De activiteit van de Genuese schilders uit de 17e en 18e eeuw wordt gedocumenteerd door werken van Giovanni Benedetto Castiglione, Giovanni Andrea Ansaldo, Bernardo Strozzi, Valerio Castello, Domenico Piola, Paolo Girolamo Piola, Gregorio De Ferrari en Alessandro Magnasco.
Andere belangrijke schilderijen in de collectie
- Caravaggio: Ecce Homo
- Hans Memling: Zegenende Christus
- Gerard David: Cervara-polyptiek (Polyptiek van de Cervara)
Externe link