Ouderenkorting

Niet te verwarren met Alleenstaande-ouderkorting.

Ouderenkorting en alleenstaande-ouderenkorting[1] maken in Nederland deel uit van de heffingskorting. De heffingskortingen mogen worden afgetrokken van de som van de te betalen belastingbedragen over box 1, box 2 en box 3 van de inkomstenbelasting. Hierdoor hoeft dus minder belasting betaald te worden.

De belastingplichtige heeft recht op ouderenkorting als hij bij het einde van het kalenderjaar de AOW-leeftijd bereikt heeft, of indien de belastingplicht in de loop van het jaar is geëindigd, bij het einde van de belastingplicht. De ouderenkorting is een bepaald bedrag

(2022: € 1726; 2023: € 1835; 2024: € 2010; 2025: € 2035),

verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 15% van het verzamelinkomen voor zover dat meer bedraagt dan een bepaald bedrag

(2022: € 38.465; 2023: € 40.888; 2024: € 44.770; 2025: € 45.308).

Bij een verzamelinkomen boven een bepaald bedrag

(2022: € 49.972; 2023: € 53.121; 2024: € 58.770; 2025: € 58.875) is er daarmee geen ouderenkorting.

Verder heeft de belastingplichtige die de AOW-uitkering voor alleenstaanden krijgt recht op alleenstaande-ouderenkorting

(2022: € 443; 2023: € 449; 2024: € 524; 2025: € 531), onafhankelijk van het inkomen.