Organisatiekunde
De organisatiekunde of organisatieleer is een tak van wetenschap die het gedrag van organisaties bestudeert, de oorzaken van dit gedrag, en hoe organisaties het doeltreffendst bestuurd kunnen worden. Het vakgebied is mede gericht op de ontwikkeling van methoden en technieken voor organisatie-analyse en -ontwerp. Het wordt tegenwoordig wel gerekend tot de bedrijfskunde en is nauw verwant met arbeids- en organisatiepsychologie en bedrijfseconomie.
Stromingen
De organisatiekunde kent verschillende stromingen. In historische volgorde zijn dit:[1]
- Scientific management of taylorisme: een stroming binnen de management-theorie die het aansturen van bedrijfsprocessen op wetenschappelijke wijze vorm geeft, vanuit het werk van Frederick Taylor.
- General Management-theorie van Henri Fayol en anderen.
- "Human Relations Movement": een organisatieontwikkelingsstroming, geïnitieerd door de Hawthorne-experimenten in de jaren 1930, van Elton Mayo en anderen, wat mede heeft geleid tot het humanresourcesmanagement.
- Max Weber en de theorie van de bureaucratie.
- Het revisionisme met het werk van Rensis Likert en Douglas McGregor.
- De systeembenadering, vanuit het werk van onder andere Russell Ackoff, Kenneth Boulding en de Stafford Beer.
- De contingentiebenadering met het werk van Paul Lawrence en Jay Lorsch, diestelt dat elke omgeving aangepast gedrag verlangt.
Eigentijdse stromingen:
- Lean production, wil zaken die geen toegevoegde waarde leveren elimineren.
- Business process reengineering, gericht op herstructurering van bedrijfsprocessen ter verbetering van de organisatie.
- Sociotechniek
- Veranderingsmanagement, o.a. gebaseerd op het werk van Willem Mastenbroek.
Onderwerpen
Enkele onderwerpen met betrekking tot de organisatiekunde zijn brainstormen, planning, onderhandelen, veranderingsmanagement en corporate governance.
Organisatiekundige
Een organisatiekundige is veelal een expert op een van de verschillende deelgebieden van de organisatiekunde. Bekende organisatiekundigen, naast eerder genoemde namen, zijn:
- Chris Argyris
- Peter Drucker
- Henry Mintzberg
- Michael Porter en
- Gareth Morgan
Toepassingen
Organisatiekunde is op verschillende vlakken toe te passen, enkele voorbeelden: persoonlijk, financieel, bedrijven en landsbestuur. De meest gebruikte toepassing is in bedrijfsverband.
Het aantal organisatieadviesbureaus voor deze branche is groeiend. Bij bedrijven gaat het, naast de standaardonderwerpen, over functioneringsgesprekken, bedrijfscultuur, schaalvergroting, schaalverkleining, lokaal, regionaal en internationaal handelen.
Zie ook
Publicaties
Enkele meer bekende werken van Nederlandse bodem zijn:
- Joan E. van Aken (2003). Strategievorming en organisatiestructurering: organisatiekunde vanuit de ontwerpbenadering.
- Constant Botter 1970. Industrie en organisatie : een verkenningstocht.
- Ton de Leeuw (1973). Systeemleer en organisatiekunde: een onderzoek naar mogelijke bijdragen van de systeemleer tot een integrale organisatiekunde.
- Nick van Dam en Jos Marcus (2002). Organisatie en management. vierde druk. Wolters-Noordhoff.
- Doede Keuning, Derk Jan Eppink(1979). Management en organisatie: theorie en toepassing.
- R.M. Klein Nagelvoort (1985). Organisatie en management: management, managementtechnieken, arbeidsbeoordeling en arbeidswaardering.
- Jan in 't Veld (1975), Analyse van organisatieproblemen:een toepassing van denken in systemen en processen, Amsterdam: Agon Elsevier
- F.H.P. de Wilde (1999). Stoeien met organisaties: een organisatiekundige inleiding.
- Bergman M., Van Der Laan T., Nieuwenhuijse S., Blijsie J.(2016). Lean Six Sigma - Samenzinnig verbeteren.
- ↑ Nick van Dam en Jos Marcus (2002). Organisatie en management. vierde druk. Wolters-Noordhoff. H4. Organisatiekunde