Orde van koningin Tamar

Orde van koningin Tamar
Orde van koningin Tamar
Uitgereikt door Comité voor de Onafhankelijkheid van Georgië en de Democratische Republiek Georgië
Type Medaille
Bestemd voor Militairen en burgers
Uitgereikt voor Bijdrage aan de strijd voor de onafhankelijkheid van Georgië en de Georgisch-Duitse alliantie
Statistieken
Instelling 1915
Eerst uitgereikt 1915
Laatst uitgereikt 1918
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

De Orde van koningin Tamar (Georgisch: თამარ მეფის ორდენი, Tamar mepis ordeni) was een Georgische militaire orde, ingevoerd in 1915 door het Comité voor de Onafhankelijkheid van Georgië en was vernoemd naar koningin Tamar van het koninkrijk Georgië (1184-1213). De orde werd in 1921 afgeschaft door de Democratische Republiek Georgië. Ze heeft geen relatie met de 'Orde van Tamar', die Georgië in 2009 invoerde.

Achtergrond

Het Comité voor de Onafhankelijkheid van Georgië werkte vanuit Berlijn nauw samen met de Duitse keizerlijke regering en werd door haar financieel gesteund. De Duitse regering onder leiding van keizer Wilhelm II had als doel rivalen, waaronder Rusland, te verzwakken en steunde daarom de bevrijdingsbeweging van volkeren binnen het Russische Rijk.[1]

Met Duitse hulp slaagde het comité erin om militaire uitrusting vanuit Duitsland naar Georgië te brengen door middel van onderzeeërs. In 1915 werd het Georgisch Legioen op Ottomaans grondgebied gevestigd, die tijdens de Kaukasusveldtocht in de Eerste Wereldoorlog met de centrale mogendheden meevochten tegen de Russische troepen om Georgië te bevrijden van de Russische overheersing. Ottomaans Turkije was een Duitse bondgenoot en vanuit Turkije poogden de Duitsers de Engelse en Russische gebieden in de Kaukasus en ook Perzië te destabiliseren.

Invoering en afschaffing van de orde

Generaal Kress von Kressenstein leidde in 1918 de Duitse Kaukasusexpeditie in Georgië en werd daarvoor bedankt met de Orde van koningin Tamar.

Om de legionairs moreel aan te moedigen werd in 1915 de Orde van koningin Tamar ingesteld en werd aan het Georgisch Legioen toegekend. Met deze orde beloonde het comité militairen en burgers voor hun bijdrage aan de strijd voor de onafhankelijkheid van Georgië en de Duits-Georgische politieke alliantie.[2] Tijdens de laatste vergadering van het comité op 21 juli 1918 werd besloten dat het presidium van het parlement van de pas opgerichte Democratische Republiek Georgië het kreeg recht om de orde uit te reiken.[3]

Op 13 december 1918 werd de orde uitgereikt aan een grote groep Duitse soldaten, die onder leiding van Kreß von Kressenstein in Georgië gestationeerd waren, als dank voor hun hulp in de verdediging van het land. De troepen moesten als gevolg van de Duitse capitulatie in de Eerste Wereldoorlog in december 1918 Georgië verlaten. Alleen degenen die na 4 november 1918 nog in Georgië waren kwalificeerden voor de orde.[4][2] Naar schattig kregen ongeveer tweeduizend Duitsers de orde.[5]

Het was de enige keer dat de republiek de orde uitreikte alvorens ze in 1921 werd afgeschaft. In de grondwet van de republiek, die tijdens de invasie van het Rode Leger in februari 1921 werd aangenomen, was namelijk in artikel 18 vastgelegd dat de staat buiten academische graden geen titels zou verlenen en dat ze decoraties afschafte.[6][2] Tijdens de afrondende werkzaamheden van de ontwerp-grondwet in 1920 werd een voorstel unaniem aangenomen waarin bepaald werd dat ordes en onderscheidingen niet door de staat mogen worden toegekend. Dit was overgenomen van de Duitse grondwet.[7][2]

Gedecoreerden

De lijst van de dragers van de orde werd bijgehouden in een speciaal boek van het Comité voor de Onafhankelijkheid van Georgië. Dit boek werd nadien niet meer teruggevonden, waardoor het exacte aantal en de identiteit van de gedecoreerden onbekend is, met uitzondering van de onderscheidingen die zijn teruggevonden en in collecties zijn beland.[3]

Onder de onderscheiden personen bevonden zich zowel Georgiërs als Duitsers. Tot de Georgische dragers behoorden onder meer de intellectueel Niko Nikoladze en andere betrokkenen. Bekende Duitsers die onderscheiden werden waren onder andere generaals Paul von Hindenburg, Erich Ludendorff en Otto von Lossow,[2] voor hun bijdrage aan de Duitse steun aan Georgië, het leiderschap in het Georgisch Legioen of de Duitse troepen in Georgië in 1918, die assisteerden tegen de Turkse aspiraties op Georgisch territorium. Volgens schattingen zou

Orde van koningin Tamar (2009)

In 2009 werd in het onafhankelijke Georgië een nieuwe staatsonderscheiding met deze naam ingevoerd. Deze heeft geen enkele relatie met de oude orde en wordt uitsluitend toegekend aan vrouwen voor hun bijzondere verdiensten voor het volk en het vaderland.[8]

Ontwerp

Fresco van Tamar in het Betaniaklooster.

De orde bestond uit een achtpuntige zilveren ster met voor alle graden een medaillon met een reliëfportret van koningin Tamar. De achtergrond van het medaillon was voor de eerste twee graden blauw geëmailleerd en voor de derde zwart. Rondom het medaillon stond in het Georgisch de vergulde inscriptie "Georgisch Legioen, 1915" (ქართული ლეგიონი, 1915, Kartoeli legioni, 1915).[8][2]

Het embleem was ontworpen door de Duitse luitenant Horst Schliephack, commandant van het Georgisch Legioen. De verschillende delen werden hoofdzakelijk door bedrijven in Berlijn vervaardigd. Het bijbehorende lint bevatte de Georgische nationale kleuren van die tijd: rood en zwart.[9] Het portret komt overeen met de iconografie van koningin Tamar. Zij werd in de 13e eeuw op deze wijze met kroon en sluier op een muur van het Betaniaklooster bij Tbilisi afgebeeld.

Graden

Aanvankelijk bestond de orde uit twee graden, waar later een derde aan werd toegevoegd.[2] Bij de orde hoorde tevens een certificaat dat het recht bevestigde de orde te dragen.[3]

  • Ie graad: een zilveren ster met verguld portret en blauwe emaille omringd.
  • IIe graad: een zilveren ster met gouden portret op blauwe achtergrond zonder emaille.
  • IIIe graad: een voornamelijk bronzen ster zonder vergulde ornamenten op een zwarte achtergrond.[2]

Bagrationi

De vroegere koninklijke dynastie van Georgië, de Bagrationi, nam in 1942 de orde onder zijn hoede op verzoek van Georgiërs in ballingschap. Prins Irakli werd in dat jaar grootmeester van de orde van koningin Tamar. Hij had daarvoor toestemming verkregen van zijn vader, de Georgische troonpretendent Giorgi XII.[9] Prins Irakli was voorzitter van de Unie van Traditionalistische Georgiërs, een organisatie vergelijkbaar met het Comité voor de Onafhankelijkheid van Georgië, die vanuit Berlijn ijverde voor de onafhankelijkheid van Georgië van de Sovjet-Unie.

De orde door de Bagrationi toegekend heeft geen staatsgeldigheid en is daarmee niet officieel. De orde werd toegekend aan Georgiërs in de diaspora en Duitse adel die een bijdrage leverde aan de strijd tegen de Sovjets, zoals prins Waldemar van Pruisen, graaf von der Schulenburg en anderen.[2] Ook andere leden van de Europese adel werden onderscheiden, onder wie de pretendent van de Russische troon, groothertog Vladimir Kirillovitsj van Rusland, en de Spaanse edelman Francisco de Borbón y Escasany, hertog van Sevilla. Na het overlijden Prins Irakli in 1977 raakte deze orde lange tijd inactief. Prins Irakli's kleinzoon en troonpretendent sinds 2008, David Bagrationi, activeerde de orde weer.[9]

Zie ook

Referenties