Opstand van Eurik
| Gotische opstand van Eurik | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van Gotische oorlogen | ||||
![]() | ||||
| Datum | 468-471 | |||
| Locatie | Gallië | |||
| Resultaat | nederlaag Romeinen | |||
| Strijdende partijen | ||||
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
| ||||
De opstand van Eurik was een gewapend conflict tussen de Auitaanse Goten onder leiding van Eurik en het West-Romeinse Rijk in de periode tussen 468 en 471, de nadagen van het West-Romeinse gezag in het Westen. De strijd leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een onafhankelijke Gotische staat in Zuid-Frankrijk en Spanje en versnelde het proces van instorting van het Westelijke rijksdeel.
Achtergrond
Sinds 418 waren de Goten, van oorsprong een Germaans volk, als foederati (bondgenoten) in Zuidwest-Gallië (Aquitania, met hoofdstad Toulouse) gevestigd. In ruil voor militaire steun kregen ze land toebedeeld en genoten onder eigen leiders een zekere autonomie, hoewel zij formeel ondergeschikt bleven aan de Romeinse keizer. Onder eerdere koningen als Theoderik I (418-451) en II (453-466) vochten de Goten geregeld in Romeinse dienst, tegen Attila de Hun (slag bij de Catalaunische velden, 451), maar ook soms tegen Rome zelf (Gotische oorlog, 436 tot 439), afhankelijk van de situatie.
Toen Eurik in 466 het koningschap verwierf, had het West-Romeinse Rijk enorm aan macht ingeboet. De moord op keizer Marjorianus ontketende een burgeroorlog die tot een verder desintegratie van het rijk leidde. Onder Theodorik II hadden de Goten hier al optimaal van geprofiteerd door hun invloed in Spanje en Gallië uit te breiden. In Italië domineerde Ricimer, een magister militum van Germaanse afkomst, de keizers die tot bijfiguren waren verworden. Eurik streefde in de lijn van zijn voorgangers naar uitbreiding van het Gotisch machtsgebied en wilde de band met het Romeinse rijk verbreken. De oorlogsinspanningen die het rijk moest leveren in de gezamenlijk oorlog tegen de Vandalen werkte in zijn voordeel.[1] De nederlaag van de Romeinen bood hem de gelegenheid om openlijk in opstand te komen. Zijn doel was duidelijk: heel Spanje en al het gebied tussen de Atlantische Oceaan, de Loire en Rhône moest Gotisch worden. [2]
Begin van de opstand
Keizer Anthemius (467-472) die als generaal tegen de Goten in Pannonia had gevochten, zag in Eurik een directe bedreiging voor zijn rijk. Kort na zijn aantreden in 467 stuurde hij gezanten naar Spanje en Gallie met de opdracht een coalitie samen te smeden tegen de Goten.[3] Met de Bretons, de Bourgondiërs en de opvolger van Aegidius in Noord-Gallie Paulus hoopte hij zijn positie in Gallië te versterken met het reguliere leger in Italië. Ten zuiden van de Pyreneeën zouden de Sueven en de Romeinse provincialen hem eveneens steunen.[4] De werkelijke uitvoering van deze plannen bleek weerbarstiger. Het grootschalige Romeinse offensief tegen de Vandalen vergde alle aandacht van de keizer en zorgde dat de druk op Eurik verdween. In 468 kwam hij openlijk in opstand.[5][6]
Anthemius' diplomatieke inspanningen in Spanje mislukten. De Sueven onder Remismund plunderde Lusitania, en in het westen waar de Goten militaire taken voor de Romeinen verrichtten, kwam het tot gevechten. Een Gotisch leger rukte haastig op maar arriveerde niet op tijd om Lissabon te "beschermen": de Suevische belegeraars en de Romeins belegeraars waren het al met elkaar eens geworden.[7]De Romeinse bevelhebber Lusidius droeg de stad over aan de Sueven en reisde kort daarna aan het hoofd van een delegatie van zijn voormalige vijanden naar keizer Anthemius om hulp te vragen. Ook Remismund probeerde te onderhandelen, maar Eurik handelde zo snel dat het oprukkende Gotische leger de Suevische gezanten op weg naar huis bijna inhaalde. Hoewel de bronnen uit deze periode schaars zijn, lijkt het waarschijnlijk dat juist deze gebeurtenissen Eurik ertoe brachten in 469 een preventieve oorlog in Gallië te beginnen.
Verloop van het conflict
Verraad van Arvandus
Omdat Romeinen en barbaren het onderling of met elkaar niet eens konden worden, verliepen de gebeurtenissen in Gallië niet volgens plan. Het verraad dat Arvandus pleegde was de belangrijkste oorzaak hiervoor. Arvandus, de paraefectus praetirio Galliarum, was de hoogste Romeinse bestuurder in Gallië, en stelde Eurik op de hoogte van Anthemius' plannen. Volgens Sidonius Apollinaris lichtte hij de Gotische rex in over de komst van Riothamus en diens leger, waarmee hij de keizerlijke strategie verried. [8] Ook adviseerde hij geen vrede te sluiten, maar Gallië te verdelen met de Bourgonden. Het motief hiertoe is niet helemaal duidelijk maar lijkt ingegeven dat een keizerlijke herstel van macht zijn eigen positie zou verzwakken.[9] Door Eurik te steunen hoopte hij zijn invloed te behouden. Arvandus werd later aangeklaagd wegens hoogverraad.
Nederlaag van Riothamus
Het leger van Riothamus zou als eerste de gevolgen van Arandus' verraad ondervinden. In navolging van de oproep van keizer Anthemius verzamelde Riothamus in Armorica 12.000 man[10]. Dit leger waarvan niet echt bekend is of de manschappen van Armorica of Britannia afkomstig waren, marcheerde in de loop van 469 naar het zuiden om zich aan te sluiten bij het Gallische leger van Paulus.[11] Bij Déols (tegenwoordig een voorstad van Châteauroux aan de Indre), liepen zij echter in een hinderlaag en leden een verpleterende nederlaag tegen de Goten. De overlevenden zochten hun toevlucht bij de Bourgondiërs. Met deze overwinning leek de verovering van Gallië tot en met de Loire en Rhone binnen bereik van Eurik.
Gevechten bij Bourges en Tours
In Midden-Gallië hielden de Romeinen stand en slaagden er zelfs in de Goten terug te dringen. De Goten die even daarvoor Bourges in handen kregen leden nu een grote nederlaag tegen het Romeinse leger. Alle buit die zij geroofd hadden, viel daarbij in handen van Paulus. [12] Onder leiding van Paulus en Childerik I (de Frankische bondgenoot) slaagden de Romeinen erin Tours terug te heroveren. Echter was de strijd nog niet gestreden. Paulus sneuvelde kort daarna bij Angers in een gevecht met Saksische invallers, en keizer Anthemius had zijn troepen nodig om zijn positie in Italië te handhaven tegenover Ricimer.[13] Daarna ontstaat er een patstelling, geen der partijen kon de ander verslaan, het gebied ten noorden van de Loire bleef in Romeinse handen.
Slag bij Arles
Volgens Sidonius Apollinaris, probeerde Eurik hierna de Auvergne te veroveren met Clermont als belangrijkste stad. Dit gebied vormde een wig tussen zijn nieuw verworven gebieden en bood een open invasiecorridor voor de Bourgonden. In het voorjaar van 471 voerde Eurik opnieuw zijn leger aan tegen de Romeinen. Hij stuurde een legergroep richting de Auvergne om Clermont aan te vallen terwijl hij zelf naar de Provence optrok. De keizer die tot een vergelijk met Rcicimer was gekomen stuurde een groot leger over de Alpen naar Gallië. Dit leger werd geleid zijn zoon, Anthemiolus, begeleid door de generaals Torisarius, Everdingus en Hermianus. Bij Arles werd dit leger door Eurik onderschept bij het oversteken van rivier de Rhône. Eurik versloeg hen, doodde Anthemious en de generaals en plunderde het gebied.[14].
Epiloog
Na de nederlaag van de Romeinen bij Arles veroverde Eurik de belangrijkste steden en vervolgens de hele provincie Narbonensis. Deze overwinning versterkte zijn positie in Zuid- en Midden-Gallië aanzienlijk, vooral omdat het Romeins gezag grotendeels was ingestort. Het verlies van Gallië had verstrekkende gevolgen voor keizer Anthemius. Het leidde tot een breuk met Ricimer en mondde uit in een burgeroorlog. In juli 472 belegerde Ricimer Rome, waar Anthemius zich bevond. Hij werd gevangen genomen en geëxecuteerd. Tegelijkertijd breidden de Bourgonden hun macht uit naar de Rhône-vallei. Hun koning rex Gundioc sloot een overeenkomst met Eurik om elkaar niet aan te vallen, waardoor Eurik zijn aandacht kon richten op de Auvergne. Hier werd de Romeinse defensie geleid door Sidonius Apollinaris, bisschop van Clermont-Ferrand en Ecidicus Avitus.
Met de veroveringen in Zuid- en Midden-Gallië had Eurik zijn belangrijkste doel bereikt. Hij werd de facto onafhankelijk van Rome en liet dit zien door een eigen wetboek op te stellen (Codex Euricianus). Dit was een duidelijk teken dat hij zichzelf niet langer als onderdeel van het Romeinse Rijk beschouwde.
- Literatuur
- Jill Harries (1994), Sidonius Apollinaris and the Fall of Rome, AD 407-485, Oxford
- Heather, Peter (1996). The Goths. Blackwell, Oxford and Malden, MA. ISBN 978-0-63116-536-1.
- Herwig Wolfram (1988), History of the Goths
- Referenties
- ↑ Herwig 1988, p. 182.
- ↑ Herwig 1988, p. 186.
- ↑ PLRE 2: 'Anthemius 3', 96-98
- ↑ Hydatius, s.a. 468
- ↑ Heather 1996, p. 189.
- ↑ Jordanes, Getica 237
- ↑ Hydatius, Kroniek s.a. 467
- ↑ Sidonius Apollianaris, Epistulae 1.7
- ↑ Harries 1994, pp. 190-197.
- ↑ Jordanus, Getica 237
- ↑ Wijnendaele 2024, p. 137.
- ↑ Gregorius van Tours, 2.18
- ↑ Herwig 1988, p. 184.
- ↑ Chronica Gallica van 511, s.a 469 en 471
